De hand aan de ploeg

Iedereen die weleens een weiland oversteekt, weet er van: daag de stier in de wei niet uit! Want als zijn oerkrachten losbreken, kun je beter de benen nemen! Maar zo gaat het ook onder mensen. Wanneer een mens zich bedreigd voelt, wordt hij kwaad. Niet alleen als het om zijn veiligheid of bezit gaat, maar ook als zijn standpunt, zijn overtuiging wordt aangevallen. We verdedigen onze spullen, onze woning, onze familie en vrienden, maar ook onze gewoontes en ideeën.

De leerlingen van Jezus zijn net zo. Als de inwoners van een Samaritaans dorpje zich onwillig tegenover hen gedragen reageren ze fel: ‘Zullen we het vuur van de hemel over hen afroepen?’ Ze willen dat volkje betaald zetten, maar Jezus wijst hen daarvoor terecht. Boosheid kan gemakkelijk leiden tot boosaardigheid, kwaadheid tot kwaadaardigheid. Daar steekt Hij een stokje voor. Al die kwaadheid leidt niet naar wat hem voor ogen staat: het Rijk van God. Hij snapt natuurlijk wel waar die kwaadheid vandaan komt: we hebben veel te verliezen. We hebben allerlei verplichtingen die we niet zomaar kunnen loslaten. We hebben denkbeelden die ons zekerheid geven. Van gedachten veranderen maakt onrustig.

Paulus heeft het in dit verband over een slavenjuk. Hij bedoelt dat we gebukt kunnen gaan onder allerlei verplichtingen en bezittingen. Wat we hebben opgebouwd, verdedigen we met hand en tand, en zo kunnen we het zicht op elkaar verliezen. Maar daar gaat het nu juist om: om de naaste! Er is maar één belangrijk gebod zegt Paulus: bemin de naaste als jezelf. Maar als we ons bezit, onze denkbeelden, onze eigen gewoontes, ons eigen volk, als dikke muren om ons heen hebben gebouwd, dan kan de Geest ons niet meer naar elkaar toewaaien. Dan word je alleen maar kwaad op de ander als hij anders denkt en doet. Dan kun je niet meer naast elkaar staan en samen op weg zijn naar het Rijk Gods.

In theorie zullen we het hier allemaal mee eens zijn. Maar in de praktijk is loslaten echt moeilijk. Daarom krijgt Jezus zoveel bezwaren te horen van mensen die Hem wel willen volgen, maar eerst nog allerlei verplichtingen moeten nakomen. En het is misschien ook allemaal wel wat teveel gevraagd. Niet ieder van ons is een Paulus of een Augustinus, een Miss Nightingale of een Moeder Theresa. Het gaat vandaag dan ook niet om een onhaalbare eindstreep, maar over een onderweg-zijn met Jezus als gids. Al gaande kunnen wij steeds meer opdoen van wat Hij ons aanreikt.

Want wanneer gaan we met iemand mee?
– als we hem of haar vertrouwen ;
– als we van iemand houden;
– maar ook als we van iemand willen leren;
– of als iemand ons weet te inspireren, te enthousiasmeren;
– als iemand zelf voorleeft, wat hij van anderen vraagt.
En hoe verder we gaan, hoe meer we dan kunnen loslaten.

Wat een prachtig voorbeeld hebben we daarvan gezien in Istanbul: De uitslag van de burgemeestersverkiezing in februari kwam de president niet uit, want de gekozene was van de oppositie. ‘Nieuwe verkiezingen’ verordoneerde hij. Die won de oppositiekandidaat wéér, nog overtuigender dan de eerste keer.

Wat was zijn boodschap geweest? ‘Laten we onze tegenstanders omarmen i.p.v. vast te houden aan vijandbeelden. Laten we hen liefhebben, zodat ze geen reden hebben om partijen tegen elkaar uit te spelen’. ‘Laat alles wat dood en doods is achter je’, zegt Jezus. Dat heeft toch geen toekomst.

Houd je oog op de ploeg gericht. We bewerken het oude land, we zaaien opnieuw in, en de akker zal weer een jong, groen kleed aantrekken. Niet zo achterom kijken dus, los die armen, open die vuisten, weg die kwaadheid. Je hoeft niemand betaald te zetten, geen oude rekeningen te vereffenen. Kom mee en verheug je op alles wat we onderweg zullen tegenkomen. Altijd weer nieuwe mensen, altijd weer een naaste met een verhaal, een vraag, een goede raad en nieuwe vormen van religiositeit. De pijn van het loslaten zal wegstromen uit je hart en er is weer reden om te lachen.

Meegaan en vertrouwen. In het spoor van die allergeloofwaardigste mens Jezus, die de hand aan de ploeg houdt. Zo worden we elkaars reisgenoten, die elkaar helpen om vooruitgang te maken in de opbouw van het Rijk Gods. Het gaat niet om grote successen, maar wel om inzet en toewijding, en om een goede Geest. En als een toevallige voorbijganger ons zo ziet voorbij trekken en aan iemand vraagt: ‘Wie zijn dat toch, die mensen die samen zo’n voortgang maken, naar een goed en wijd land?’ dan zal er geantwoord worden: ‘Dat? Dat is Gods volk onderweg!’

Joost Koopmans osa, 30 juni 2019

Dit bericht is geplaatst in Nieuws, Overwegingen. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *