Wijsheid

Door: Bluemoose – Eigen werk

Joh 12, 20-33

De evangelist Johannes is een mysticus, iemand die het overstijgende kan zien. En tegelijkertijd ook weer niet, want voor hem is het overstijgende eigenlijk gewoon onderdeel van het hier en nu. De tastbare wereld en, zeg maar, de andere wereld, die vloeien bij hem gewoon in elkaar over. Bij hem kan Jezus midden in een gesprek over alledaagse dingen opeens zeggen: ‘Als een graankorrel niet in de aarde valt en sterft, blijft het één graankorrel, maar wanneer hij sterft draagt hij veel vrucht.’ En misschien nóg mysterieuzer: ‘Nu zal de heerser over deze wereld uitgebannen worden.’

Als je dat zo leest, dan denk je aan de ene kant: waar heeft ie het over? Maar aan de andere kant heb je ook ergens het gevoel dat het klopt. Hij spreekt weliswaar over het overstijgende, maar ergens diep van binnen voel je dat het overstijgende ook onderdeel is van jóuw wereld. Het gaat daarbij niet meer om weten, maar het gaat om wijsheid. De wijsheid ziet heel goed de feiten onder ogen, maar de wijsheid laat ook ruimte voor wat die feiten overstijgt.

Wat zou er bij jou best mogen sterven zodat het vrucht kan brengen? Wat zou je zo willen veranderen dat het nieuw leven brengt in plaats van dood? Verhoudingen die vastgeroest zijn. Dingen die je aangedaan zijn en waarvan je last houdt. Dingen die jij verkeerd gedaan hebt waar je onder gebukt gaat. Alsmaar weer dezelfde valkuilen waar je intrapt. Je doet zo je best, maar ergens neem je dan toch weer de verkeerde afslag. — Daarin zou je misschien best willen sterven en weer opstaan uit de dood.

En wat te zeggen van die mysterieuze zin: ‘Nu zal de heerser van deze wereld uitgebannen worden’? — Ik vraag me af of dat gesprek in ons evangelie zo gegaan is. Johannes gebruikt dit gesprek veelmeer om ons een oerwaarheid te vertellen. Een waarheid die we misschien niet echt bewust weten, maar een waarheid uit het zeg maar voorbewuste weten van de mensheid. Daar heb je wijsheid voor nodig, wijsheid die ruimte geeft aan wat ons overstijgt en aan wat ons vanuit de diepte draagt:

Johannes zinspeelt natuurlijk op de dood van Jezus en zijn verrijzenis. En dat is een waarheid die ouder is dan het christendom, namelijk: dat de rechtvaardige onschuldig moet sterven, zodat de niet zo rechtvaardige kan opstaan. Het oude Israël stuurde een onschuldige zondebok de woestijn in, een onschuldig lam, wat de zonden van de mensen moest wegdragen. En in het christendom is het Christus, dus God zelf die zich opoffert zodat wij er de vruchten van kunnen plukken.

— Dat heeft trouwens niets te maken met een god die genoegdoening vraagt, dat dus onze zonden verrekend worden met de onschuld van Jezus. Nee, het gaat veelmeer om de oude wijsheid dat het pas dan goedkomt als er niets meer te verrekenen valt. In onze eerste lezing zegt God: ‘Ik zal mijn wet in hun binnenste leggen en hem in hun hart schrijven. Dan zal ik hun God zijn en zij mijn volk.’ Dan zal het kwaad dus gestorven zijn en veranderd zijn in nieuw leven. Dat we verrijzen met een nieuw hart, een nieuw binnenste. —

Op die manier wordt de ‘heerser van deze wereld’ pas echt uitgebannen. Niemand meer die ook maar op het idee komt om een loonsverhoging van 2 naar 3 miljoen te overwegen. Niemand meer die geld boven mensen stelt, niemand meer die oorlog en geweld overweegt om zijn eigen macht en invloed uit te bouwen. Dat het niet eens meer in je opkomt dat anderen de prijs zouden kunnen betalen voor je eigen voordeel. Geen haar op je hoofd die eraan denkt om een ander ook maar iets aan te doen.

Ik denk dat Jezus dat bedoelt als hij zegt: ‘Wie zijn leven liefheeft, verliest het. Maar wie in deze wereld zijn leven haat, behoudt het voor het eeuwige leven.’ Dit oude leven kan je rustig haten en verliezen. Je kan je beter toeleggen op dat nieuwe leven waarin je opstaat, elke dag, als de gewoonste zaak van de wereld.

Met je verstand kan je er misschien niet zo goed bij, maar je wijsheid zegt je dat het wel mogelijk is. Misschien overstijgt het me, en misschien is het ook veel te diep, maar ergens voel je dat het wel kan: opstaan, verrijzen. Het kan wel. Net zoals voor Johannes het overstijgende gewoon bij het leven hoort in het hier en nu, zo hoort opstaan ook bij jou.

Dat je verrijst uit de klauwen van de ‘heerser van deze wereld’, dat je opstaat uit het idee dat het nou eenmaal niet anders kan. Dat je verrijst met een nieuw hart, met een nieuwe geest, en dat je opstaat tot een nieuw leven.

Ekkehard Muth, 18 maart 2018

Dit bericht is geplaatst in Nieuws, Overwegingen. Bookmark de permalink.

Geef een reactie