Naar een stadsklooster

We zijn al enkele jaren bezig om over de toekomst van de Boskapel na te denken. Op kapeloverleg-bijeenkomsten, in Op de Hoogte, in de participantenraad en bij andere gelegenheden hebben we er telkens weer over gesproken. Intussen werd het tijd om al die gesprekken en gedachten eens op een rijtje te zetten. Op 11 december, na de viering van de 3e zondag van advent, gaf Ekkehard een overzicht over onze weg naar de toekomst. Naar een Stadsklooster.

Bij de pogingen om in onze tijd van krimp te overleven zie je bij de kerken kort door de bocht gezegd twee lijnen: De lijn van zich naar binnen keren en terugkeren naar de traditie, en de lijn van naar buiten gaan en vernieuwing. De rooms-katholieke kerk lijkt tot nu toe de eerste lijn gekozen te hebben, namelijk de lijn van inkrimpen, fuseren en je terugtrekken in eucharistische centra. De protestantse kerk lijkt zich met haar pioniersplekken-programma juist naar buiten te richten en naar nieuwe vormen te zoeken. Toch wil ik hier opmerken dat het zo zwart-wit natuurlijk niet is. In sommige gevallen blijkt namelijk het naar binnen keren juist nieuwe energie te wekken, en andersom blijkt het naar buiten treden van de protestantse kerk vaak genoeg slechts oude wijn in nieuwe zakken te zijn. Maar hoe dan ook, de kloosters deden altijd allebei: naar binnen keren én naar buiten treden, traditie én vernieuwing. Zou die kloostertraditie ons ook in deze tijden weer uitkomst kunnen bieden?

Stadsklooster
We komen uit de kloostertraditie van de augustijnen en we zijn begonnen om tot een stadsklooster te komen. Een stadsklooster niet als ommuurd claustrum maar een stadsklooster als idee. Met een kapel of met een kapel en een grote parochiekerk waar gevierd wordt. Met een refter waar de ene keer feest gevierd wordt en de andere keer daklozen komen eten. Met een bibliotheek waar gestudeerd en gedebatteerd wordt. Met een grote proeftuin waar naar hartenlust geëxperimenteerd wordt en met de deuren naar het stadsplein wijd open. Een stadsklooster waar traditie en vernieuwing zich met elkaar verbinden.

We zijn daarbij in goed gezelschap. Al eerder heeft Jeroen Jeroense de ‘kerk als klooster’ gepropageerd en na een beetje struinen op internet kom je tal van soortgelijke ondernemingen tegen. Begin dit jaar is zelfs vanuit redelijk onverwachtse (want orthodox protestantse) hoek een initiatief ontstaan onder de titel monastiekandersmissionair. En net heeft zelfs de Protestantse Kerk in Nederland een monastiek functionaris benoemd, om de vele kloosterachtige initiatieven binnen de PKN te begeleiden. Het zit dus in de lucht. En we denken dat het voor de toekomst van de Boskapel een uitgelezen kans biedt. Zo kunnen we enerzijds terugkeren naar onze wortels als kloosterkapel, én anderzijds kunnen we aan onze kloostertraditie een geheel nieuwe vorm geven. Traditie én vernieuwing.

Veel gesprekken
Bestuur en pastor, hebben de afgelopen jaren bepaald niet stilgezeten. U weet nog dat ik in 2013 op ons kapeloverleg al uitgebreid verteld heb hoe we onze kloostertraditie kunnen vertalen naar een nieuwe Boskapel. Toen noemden we het nog Boskapel 3.0. Ondertussen hebben we in het bestuur verder nagedacht. Opeens bleek de plattegrond van een klooster een goede kapstok om alle facetten van ons werk in kaart te brengen. En tegelijkertijd bleken de kloosterruimtes de verbeelding te prikkelen om over de toekomst te fantaseren. Zo heeft zich het idee verder ontwikkeld en noemen we het intussen het stadsklooster.

U weet ook dat er geen nummer van Op de Hoogte is waarin niet op de een of andere manier de stadsklooster-gedachte onder de aandacht wordt gebracht.

En er is geloof ik geen overweging waarin ik het niet ergens over vernieuwing heb, en geen preek waarin niet op de een of andere manier het stemmetje van Augustinus klinkt: trek steeds verder!

En toch is onze eerste reflex natuurlijk: hoe kunnen we ervoor zorgen dat de Boskapel blijft bestaan? Dat is een beetje hetzelfde reflex als dat van de katholieke kerk, namelijk: terugtrekken, naar binnen keren en desnoods kleiner verder. De traditie op een laag pitje warm houden. Zo zijn we in de afgelopen tijd flink gaan bezuinigen, kleiner worden dus. Maar we hebben ook gezien dat nóg meer bezuinigen ten koste zal gaan van de kwaliteit, en dan komt de afgrond alleen maar nog sneller dichterbij.

Maar kloosters waren altijd plekken van traditie én vernieuwing. En ik denk dan ook dat onze toekomst niet ligt in het verder inkrimpen, maar juist in de vernieuwing. We moeten ons niet naar binnen keren, maar juist naar buiten! ‘Trek steeds verder, maak steeds vooruitgang. Want zodra je zelfgenoegzaam zegt het is genoeg, ga je ten onder’ (Preek 169,18)

Laten we kijken of de Boskapel niet weer opnieuw een kloosterkapel kan worden, maar dan van een heel nieuw klooster. Het stadsklooster.

Bezield Verband en Oecumenisch Citypastoraat
Bij alle gesprekken die we gevoerd hebben zijn de contacten met het Oecumenisch Citypastoraat in de Stevenskerk en met de Effataparochie in de Dominicuskerk intussen in een ver gevorderd stadium gekomen. Met beide gemeenschappen hebben we in oktober mooi samen gevierd, en dat voelde goed.

Het OCP komt voort uit de oecumenische vernieuwingsbeweging waarin vroeger de katholieke en de protestante kerk samenwerkten om juist ook mensen buiten de kerken te bereiken. Nu de PKN zelfs een monastiek functionaris in dienst heeft, én nu er met bisschop de Korte een nieuwe wind waait, willen we de oecumene weer nieuw leven inblazen. Een oecumene niet alleen tussen de twee kerken, maar een oecumene tussen kerken en samenleving.

De Effataparochie komt net als wij voort uit de kloostertraditie. Namelijk van de dominicanen die op dit moment misschien zelfs nog iets moediger zijn wat vernieuwing betreft dan de augustijnen. Al jaren vormen we met hen een bezield verband, en op dit moment zijn we in gesprek of er in de Dominicuskerk wellicht ook plek zou kunnen zijn voor de Boskapel. — Dat zou voor beide partijen financieel heel aantrekkelijk zijn — Maar we hebben meteen gezegd dat we niet willen gaan ‘samenwonen’ als er niet ook zicht is op een vergaande samenwerking. Dat idee werd enthousiast ontvangen, maar e.e.a. moet natuurlijk eerst goed besproken worden.

Hoe kan het stadsklooster eruit zien?
Intussen tekenen zich al wat contouren af en wil ik voorzichtig een eerste beeld schetsen:

Een stadsklooster, een communiteit van Boskapel, Effata en Oecumenisch Citypastoraat. In de ruimtes en gebouwen van de Effataparochie, waar we onze vormingsactiviteiten en onze vergaderingen houden. Met de Dominicuskerk als kloosterkapel waar we op zondag bij elkaar komen. En met de Sint Stevenskerk als zeg maar parochiekerk, die vanuit het stadsklooster bediend wordt.

We willen in gesprek gaan met de deken en met bisschop de Korte aan katholieke zijde, en met de kerkenraad van de protestantse gemeente Nijmegen en de monastiek functionaris van de PKN Wim den Braber. Aan beide kerken stellen we de vraag om uit hun schulp te kruipen en om mee te werken aan ons stadsklooster.

Maar bij de communiteit horen op ten duur ook andere broeders en zusters. Scholen bijvoorbeeld, zoals leerlingen van de NSG meededen bij ons Om Alle Zielen. Of andere kerkgemeenschappen, zoals de Studentenkerk met wie we eind november de avond ‘Een boekje open over de dood’ gehouden hebben. Of de universiteit, die aan diezelfde avond meegewerkt heeft. De Effataparochie is sinds een jaar aanwezig bij het Stip. En we merken ook dat scholen blij zijn als we daar komen vertellen over de mogelijkheid om 1e Communie te doen. Eigenlijk zijn we al op weg gegaan.

Kortom, je kunt het zo gek niet verzinnen. Misschien sluiten zich werkgevers aan als leken-kloosterlingen, oblaten of familia-leden omdat ze als werkgevers ook met een diepere dimensie bezig willen zijn. En misschien vindt de gemeente Nijmegen in het stadsklooster inspiratie voor een samenleving waarin weer de touwtjes uit de brievenbussen kunnen hangen, zoals Jan Terlouw dat in zijn indrukwekkende speech in De Wereld Draait Door uitgesproken heeft.

Het zit in de lucht
Het zit overal in de lucht. ‘Trek steeds verder, maak steeds vooruitgang.’ Laten we als Boskapel weer een kloosterkapel worden, maar dan de kloosterkapel van een volstrekt nieuw stadsklooster.

Ik denk dat de Boskapel als aanstichtster van zo’n stadsklooster recht doet aan wat Augustinus alsmaar roept: ‘Trek steeds verder, maak steeds vooruitgang.’ Komend uit de augustijnse kloostertraditie van traditie én vernieuwing, op de schouders van Augustinus met zijn Experimentierfreude en met zijn spiritualiteit die juist in onze tijd zo goed beantwoordt aan het verlangen van de mensen, liggen er voor ons grote kansen, en tegelijkertijd ook een grote verantwoordelijkheid.

Laten we weer opnieuw een echte kloosterkapel worden. De kloosters waren altijd al door de eeuwen heen de redding van de kerk. En misschien wordt het stadsklooster wel de redding van de Boskapel. Sterker nog, misschien wordt de Boskapel als aanstichtster van het stadsklooster wel de redding van geloof en spiritualiteit in onze stad.

Het wordt een boeiende weg.

Lees meer

Dit bericht is geplaatst in Stadsklooster. Bookmark de permalink.

Één reactie op Naar een stadsklooster

  1. Theo Thier schreef:

    Lezenswaard in dit verband is het pleidooi van Em. Prof. Hermann Häring:
    “GELOOF IN EEN GESECULARISEERD TIJDPERK”
    Over de mogelijkheden voor een ekklesia zichzelf vorm te geven

    (Verschenen in de uitgaven van maart, mei en juli 2017 van het Mariënburg Magazine)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *