De belofte van de wijnstok

Wijnstok met druivenLezingen: 1 Joh 3,18-24, Joh 15,1-8

Verbondenheid, doorgeven wat je samen met moeite hebt verkregen en je lief is geworden, daarover horen we vaak in deze dagen. Morgen, 4 mei, gedenken we de mensen die hun leven gegeven hebben voor de vrijheid. Tijdens de nationale dodenherdenking in Amsterdam, maar ook in onze eigen woonplaats.

Het is even stil in ons land.

Teksten, bloemen, de “Last Post”, de klokken op de Waalsdorpervlakte, het zijn de stille getuigen van verbondenheid tussen de doden en ons. En altijd hoor ik weer die vogel die in de stilte fluit als een teken van hoop. De doden leven verder in hun gevecht voor de vrijheid en hun droom naar een betere wereld. Datzelfde gevecht en diezelfde droom zien we bij de bootvluchtelingen met de hoop in hun hart en de wanhoop in hun ogen telkens als de dood hen overvalt in die gammele boten. Verbondenheid met hen uit zich in een nationale hulpactie.

Verbondenheid, dit woord klinkt vandaag door als een kernwoord in beide lezingen van Johannes. Jezus zal afscheid nemen, naar de Vader gaan en op een nieuwe manier toch bij ons blijven. Het beeld van de wijnstok en zijn ranken drukt dit nieuwe verbond tussen hem en ons prachtig uit. We breken en delen brood als teken van het gegeven en geleefde leven, wijn als levenssap, dat via de wijnstok doorstroomt naar de ranken en rijke vrucht voortbrengt. Deze vruchten dragen de belofte van de wijnstok in zich. Een proces dat je alleen waar kunt maken door het te leven.

Overweging

De apostel Johannes had een bijzondere relatie met Jezus. Op verschillende plaatsen in de bijbel komen we hiervan voorbeelden tegen. Bovendien was hij een mysticus. In de eerste brief, waaruit we vanmorgen een gedeelte hoorden, formuleert Johannes opmerkelijke uitspraken waarbij de liefde in de geest van Jezus Christus centraal staat. Godsliefde en naastenliefde worden gezien als een geheel. Je kunt God niet liefhebben zonder liefdevolle aandacht voor medemensen. En omgekeerd geldt het zelfde: je kunt je medemensen niet beminnen zonder liefde voor God. Johannes gaf God de naam: liefde: God is liefde.

Kerkleraar Augustinus gaat zo’n 300 jaar later echter verder dan Johannes als hij deze formulering omdraait en zegt: liefde dat is God. “Liefde heeft twee armen,” zal vele eeuwen later Franciscus van Sales zeggen, “de ene arm legt zich om God, de andere om de naaste. Als God overal is, waar liefde is, dan moet Hij daar zijn waar mensen elkaar liefdevol tegemoet treden.

In de ontmoeting met elkaar komt, dat wat van God is, naar buiten. Hoe weet je of God in je woont? “Ondervraag je hart,” zegt Augustinus, “als het vol liefde is, bezit je de Geest van God.” Op die wijze blijven we in God en God in ons. We hoorden deze uitdrukkingen twee keer in de Johannesbrief.

De evangelist Johannes, vertrouwd met de oudtestamentische symbolen voor vruchtbaarheid, gebruikt het oerbeeld van de wijnstok om uitdrukking te geven aan de levenschenkende kracht van Jezus. De Vader is de wijngaardenier die zorgvuldig de wijnstok snoeit, waardoor de wijnstok, Zijn zoon, rijke vruchten draagt. De ranken aan de wijnstok slingeren zich om elkaar heen, raken soms verstrikt in hun zoektocht naar het licht en komen vaak op een heel andere plek tevoorschijn dan waar ze ontsproten zijn, maar blijven hierin verbonden met de wijnstok.

Dit doet de liefde ook. Ook wij moeten soms de meest moeilijke kronkels maken om het licht niet kwijt te raken. Echter, verbonden met de wijnstok, brengen we rijke vruchten voort. “Blijf in Mij, dan blijf ik in u,” dat is de belofte. Hoe moet je dat doen: in Hem blijven? Johannes schrijft in zijn brief: door in Jezus te geloven en elkaar lief te hebben. De liefde waarover Johannes het heeft, wordt in het Grieks agapè genoemd: de belangeloze liefde die weet te breken en te delen, die zich uitstrekt voor ieder die op je pad komt. Je zou het ook gewoon mensenliefde kunnen noemen. In rouwadvertenties lees je dat wel eens: “hij, zij, was een echt mensen-mens”. Ik versta onder liefde: vriendschap en trouw, het geduldige wachten op betere tijden, armen om je heen in een woordeloos begrijpen, elkaar willen vergeven om wat er mis ging, de goede wil waarmee mensen elkaar aanzien. Alles wat ten goede is, alles wat bijdraagt om de ander tot zijn , haar recht te laten komen, noem ik liefde. “Liefde heeft twee armen”, maar soms laat je los.

Het menselijk tekortschieten slaat toe. Je bent het je bewust en soms zijn de redenen waar je je voor schaamt, waar. Je kunt het niet meer goed praten, je vergeeft het jezelf niet, waarom ging het zoals het ging, waarom gaat het zoals het gaat? En toch dat woord: heb elkaar lief. Tegen alle menselijk falen in blijft het klinken. Alle duisternissen van de geschiedenis hebben het niet overmeesterd. Heb elkaar lief, is van God, is zelf God.

Zelfs als ons eigen geweten, ons hart genoemd, ons aanklaagt, weet God altijd nog wel een aantal verzachtende omstandigheden voor ons aan te voeren die niemand anders kent, die zelfs niet bij ons zelf bekend zijn want “God is groter dan ons hart, Hij weet alles.” De Eeuwige heeft zijn mensen in het bestaan geroepen. Hij kijkt niet naar de daden, Hij kijkt naar je wezen, naar hoe je bent. Hij bekijkt je met welwillende ogen, want Hij heeft je uit liefde gemaakt naar zijn beeld en gelijkenis. Hij zal nooit loslaten.

Zoals de ranken van de wijnstok zich een weg zoeken naar het licht, ieder op eigen wijze en toch verbonden blijven aan de wijnstok om vruchten te kunnen dragen, zo kan in ons hart het verlangen groeien dat wij mogen bestaan helemaal zoals God het wil. En Hij is bereid ons dat te schenken.

Inspiratiebronnen:
– Liturgiekatern van de Stichting Midden onder U
– Eugen Drewermann, “De dood die leven brengt”
– Jan Bluyssen, “Waar liefde vraagt, luistert God”

Maria Schröder

Dit bericht is geplaatst in Nieuws, Overwegingen. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *