Vijf broden en twee vissen tegen de harde feiten

Lezing: Matteüs 14, 13-21

Lieve mensen,

ooit hebben wij bedacht om alleen nog maar dat voor waar aan te zien wat ook echt waar gebeurd is. Dus om dingen pas dan als waarheid te zien als we de waarheid ervan ook met onze verstand kunnen toetsen. Maar met deze manier van denken gaan we bij ons verhaal uit de bijbel meteen tweemaal de mist in, namelijk:

  • Òf we denken dat die vijf broden en twee vissen inderdaad genoeg waren om de 5000 mannen en ook nog hun vrouwen en kinderen te voeden. Als u even rekent, dan komt u ongeveer op 2 gram brood en vis voor elk gezin. En dan wordt ons verhaal een tovertrucje.
  • Òf we denken dat het niet waar gebeurd is, want met die 2 gram per gezin red je het gewoon niet. En dan moeten we zeggen dat het verhaal niet waar is.

Dat we ooit bedacht hebben om ons te beperken tot wat we met ons verstand kunnen beredeneren, is in de periode van de verlichting ontstaan. Toen moesten de mensen zich bevrijden van een derde misvatting, namelijk: dat de kerkelijke en wereldlijke heersers meenden dat dit soort verhalen wel degelijk in het echt zouden moeten gebeuren. Ergens lazen ze dan in de bijbel dat ze hun macht van God gekregen hebben, en daaruit maakten ze dan op dat ze zich zelf als een god mochten gedragen. En stiekem zullen ze ook gedacht hebben dat als het volk maar vroom genoeg bidt, dat het dan aan letterlijk vijf broden en twee vissen genoeg zou hebben. En zo geloofden ze erin dat ze het volk rustig onder de duim mochten houden.

Als je dingen pas dan voor wààr aanziet als ze ook waar gebeuren, dan heb je drie mogelijkheden. 1 je kan de bijbel in de prullenbak gooien. 2 je moet besluiten om naïef te geloven dat Jezus dingen kon die tegenwoordig niet meer kunnen. Of 3 je wordt een terrorist die van bijbel- of koranverhalen koste wat kost waar gebeurde verhalen wil maken.

Dat kenden we tot nu toe alleen van Al-Kaïda aanslagen, maar afgelopen week kwam het in Noorwegen heel dichtbij. Het is al erg genoeg wat die man gedaan heeft, maar hoe hij zijn daad rechtvaardigt is eigenlijk nog veel erger. We moeten maar één ras en één christelijk geloof hebben. En hij beroept zich dan ook nog eens op de tijd van de kruistochten waarvan we al lang zeggen dat we toen fout waren.

In feite waren namelijk de kruistochten niets anders dan grootschalige terreuracties van het westen. En veel heersers gebruikten de kruistochten ook om af te leiden van hun mislukkingen thuis, of om bij de paus goede sier te maken, terwijl de paus zelf ook meer heerser was dan dienaar van God. De tempeliers waar de dader in Oslo zich op beroept waren ridders die de kruisvaarders met militaire middelen ondersteunden. – Dus hij borduurt voort op een tijd waarvan we al lang ingezien hebben dat onze voorouders hier vreselijk fout waren en dat zoiets nooit meer mag gebeuren.

Als je alleen in staat bent om dat voor waar aan te zien wat ook echt waar gebeurt, en als je dan vervolgens denkt dat je van bijbelverhalen dus maar verhalen moet maken die letterlijk waar gebeuren, dan kom je op gegeven moment zover dat je op een vakantie-eiland jongeren doodschiet.

Maar ook in minder extreme situaties komen we met zo’n verstandsmatige aanpak gewoon niet verder. Ons verhaal van de vijf broden en twee vissen vertelt een waarheid die groter is dan een waarheid die slechts waar gebeurt. En geloven betekent niet om allerlei wonderen voor zoete koek als waar gebeurd aan te nemen, maar geloven betekent een antenne te hebben voor deze grotere waarheid. Geloven betekent verder te kijken dan je verstand.

En dan zien we dat ons verhaal vol staat van verwijzingen naar een heel andere orde van waarheid. Het begint al met de symboliek van de getallen. Vijf broden, daarin zit de vier als getal voor de wereld, de vier windstreken, de vier elementen, lucht en aarde, water en vuur – noem maar op. Bij de vier wordt de één opgeteld, het getal voor God. De vijf broden staan dus voor de verbinding tussen God en de wereld. Met die twee vissen erbij kom je op zeven, het heilige getal, het getal van volheid en goddelijke ordening. En als de leerlingen de restjes inzamelen, hebben ze twaalf manden vol. Het getal voor de twaalf stammen van Israël, het getal voor alle mensen van God op aarde.

Het gaat hier dus niet om een wonder om te vertellen dat God en Jezus naar menselijke maatstaven bovennatuurlijke krachten zouden hebben. Maar het gaat om een waarheid die groter is: God verbindt zich met zijn mensen op aarde opdat wij kunnen leven in volheid.

En in het vervolg gaat het al helemaal niet meer om een wonder, want Jezus zegt op gegeven moment tegen zijn leerlingen: “geven jullie hun maar te eten”. Hij slaat wel zijn ogen op en spreekt het zegengebed uit, maar hij laat het vervolgens aan zijn leerlingen over om brood en vis uit te delen. Zij doen het. En zij zijn het ook die na de maaltijd de restjes verzamelen en daarbij meer ophalen dan zij uitgedeeld hebben. “Geven jullie hun maar te eten.”

We moeten hier dus verder kijken dan ons verstand. En dan zien we een veel grotere waarheid. Hoe vaak sta je niet met slechts vijf armzalige broden en twee vissen tegenover een overmacht van 5000 man? Dan ga je bijvoorbeeld met lood in je schoenen op ziekenbezoek en je hebt niets waarmee je de ander kan troosten. De woorden die je misschien van tevoren bedacht hebt, die vijf broden en twee vissen, lijken opeens te verpulveren en jullie delen dan maar gewoon jullie radeloosheid. En de zieke is blij dat er niet weer van die lege “vijf-broden-twee-vissen-pep-praatjes” over hem uitgestort worden. En uiteindelijk blijken jullie twaalf manden vol over te houden, twaalf manden vol bemoediging, vol vertrouwen en vol gemeenschap.

Of je komt hier vanochtend bij elkaar rondom een vijf-broden-en-twee-vissen-verhaal wat tegenover de 5000 man van de wereld van de harde feiten geen kans van slagen heeft. Zodadelijk delen we nog een minuscuul stukje brood. Misschien ontstaat er daardoor toch wel wat meer rechtvaardigheid in onze wereld, wat meer omzien naar elkaar, worden mensen eerder opgebouwd dan afgebroken, zoeken we meer het goede dan alsmaar de vinger op de zere plek te leggen, helpen we mee dat er een wereld ontstaat waaraan God zich verbonden heeft en waar er genoeg is voor iedereen. Misschien worden het alles bij elkaar uiteindelijk wel 12 manden vol.

In Noorwegen werd die “5000-man-gruwelijke” aanslag beantwoordt met vijf-broden-en-twee-vissen-acties. Meteen kwamen de mensen in Oslo bij elkaar met niets dan hun verdriet en hun radeloosheid. Niemand wist iets te zeggen wat de ander zou kunnen troosten. En de minister-president en de koning beseften heel goed dat de grote woorden die van hen verwacht werden ook niet meer voorstellen dan vijf broden en twee vissen.

De mensen kwamen bij elkaar met niets in handen, maar dat deelden ze met elkaar. Ze brandden een kaarsje, de kaarsjes in de kathedraal waren gauw op, en ze legden bloemen. En uiteindelijk hadden ze ook niet meer dan rozen en stilte, twee minuten stilte. – Vijf broden en twee vissen tegenover 5000 man. En toch zag je bij wijze van spreken de 12 manden al staan om gevuld te worden met troost voor de nabestaanden, met gemeenschapsgevoel, met er voor elkaar willen zijn zodat we misschien met elkaar kunnen leven als mensen van God.

“Geven jullie hun maar te eten”, delen we met elkaar wat we hebben en vooral ook wat we niet hebben. Dan gebeuren er toch wonderen.

Amen

Ekkehard Muth

Dit bericht is geplaatst in Overwegingen. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *