Drie-eenheid, feest van de ruimte

Lezingen: Exodus 34, 4b-9 en Johannes 3, 16-18

Lieve mensen,

We kijken hier vaak naar wat Augustinus gezegd heeft. Want Augustinus wist als geen ander uit heel onverwachte hoek tegen God aan te kijken. Daardoor heeft hij God dicht bij de mensen gebracht, en hij heeft de mensen dicht bij God gebracht. Augustinus brengt het ongrijpbare dicht bij de aarde, en andersom laat hij ons deelhebben aan de onmetelijke hemelse ruimte

Vanochtend wil ik iemand heel anders citeren. Iemand die ook uit heel onverwachte hoek tegen God kan aankijken, en die daarmee ruimte schept. Namelijk Herman Finkers.

In zijn conférence Na de pauze vertelt Herman Finkers over zijn eerste stappen in het geloof:

Zijn ouders gaan voor het eerst naar een ouderavond: “En? Hoe gaat het met ons Herman op school?”
“Nou, uw Herman heeft een sterke fantasie. Maar maakt u zich niet ongerust, dat krijgen we er nog wel uit.”

“Ik zat,” gaat Herman Finkers verder, “in Almelo op een rooms-katholieke jongensschool. En op de rooms-katholieke jongensschool werden we doodgegooid met dogma’s. Het dogma van “1+1=2”. Het dogma van “iets is in wezen niets anders dan…”: “Een boom is in wezen niets anders dan een zuurstoffabriek.” Die zuurstoffabriek benauwde mij en verstikte alle poëzie.

Tot op een dag de kapelaan in de klas kwam. De kapelaan vertelde ons: “Er is maar één God… en Hij bestaat uit drie personen.” Ik dacht: “Goddank, eindelijk iemand met wie je fatsoenlijk kunt praten.” … Dat was een verhaal met ruimte.

De bijbel staat vol van verhalen met ruimte. Continu worden je grenzen opgerekt en word je gevraagd om verder te kijken dan je eigenlijk kunt zien. Op het moment dat je meent “ha, hier heb ik het nu zwart op wit staan,” op het moment dat je denkt “nu heb ik vaste grond onder mijn voeten,” zal je zien dat je alweer verder gepusht wordt naar het onbekende.

Aan onze lezing gaat het verhaal van Nicodemus vooraf. Als Jezus hem vertelt dat alleen degene het koninkrijk van God kan zien die opnieuw geboren wordt, antwoordt Nicodemus: “Hoe kan iemand geboren worden als hij al oud is?” vraagt hij aan Jezus, “Hij kan toch niet voor de tweede keer de moederschoot ingaan en weer geboren worden?” Dat is zo’n typische 1+1=2-redenering. Wie zo blijft redeneren, die maakt van de bijbel een benauwend instructieboekje zonder ruimte. God is dan “in wezen niets anders dan een buitenaardse boekhouder”.

Maar vandaag op de zondag van de Drie-eenheid vieren we juist de ruimte, we vieren wat we met ons verstand eigenlijk niet kunnen bevatten: “Er is maar één God, en hij bestaat uit drie personen.”

Het heeft lang geduurd totdat het oude Israël in één God is gaan geloven. In het nabije Griekenland van de Antieke kende men een hele verzameling van Goden. Voor elk wissewasje was er een God: voor de liefde, voor de jacht, noem maar op. En in Israël had elke stam zijn eigen God. Totdat door de geschiedenis heen het besef groeide dat deze stamgoden zo op elkaar lijken dat het wel lijkt alsof het om één en dezelfde God gaat. En met de vereniging van de stammen tot één volk Israël werd ook God één. Zo kwam het ook in de joodse geloofsbelijdenis te staan: De Heer is één.

In het verhaal van het brandende braambos is dat heel mooi opgeschreven. Daar stelt God zichzelf voor als de God van Abraham, Isaak en Jakob, dus de ene God van de gemeenschappelijke voorouders van alle stammen. En nu is Mozes voor de tweede keer op weg naar die ene God. Hij heeft de eerste stenen platen kapot gegooid uit woede daarover dat de Israëlieten zich naast die ene God ook nog een andere god in de vorm van een gouden kalf gemaakt hadden. Maar God laat zich daardoor niet uit het veld slaan. Hij ontbiedt Mozes opnieuw en schrijft op de nieuwe stenen tafels de geboden opnieuw op.

En Mozes krijgt daardoor ook weer nieuw vertrouwen. “Ziet u, Heer, het is een onhandelbaar volk. Maar u moet ook begrijpen dat het best lastig is om in een God te geloven die zo ongrijpbaar is. Het liefst zouden we u veel dichterbij in ons midden willen hebben, zo dichtbij, zo tastbaar als dat gouden kalf van ons. Maar als u zo ‘liefdevol’, ‘genadig’ en geduldig bent, zo ‘trouw’ en ‘waarachtig’, trekt u dan met ons mee, ook al is dit volk onhandelbaar.” En Israël mag vervolgens opnieuw ervaren dat God weliswaar ongrijpbaar blijft, maar toch dichtbij.

Zo dichtbij dat hij op gegeven moment zelf mens wordt, en zo dichtbij dat de leerlingen en de mensen tot op de dag van vandaag telkens weer ervaren dat zij door zijn Geest vervuld worden.

Vandaag vieren we de ruimte: “Er is maar één God, en hij bestaat uit drie personen.” Deze ruimte rijkt tot in het ongrijpbare waar we God hooguit nog kunnen vermoeden, maar waar we ons geen zinnige voorstelling van kunnen maken. Onze voorouders in het geloof hebben dat dan maar ‘God de Vader’ genoemd.

Maar deze ruimte omspant ook alles wat mensenmogelijk is. Alles wat wijzelf kunnen opbrengen aan liefde, genade en geduld, aan trouw, toewijding en gerechtigheid. Alles wat we kunnen opbrengen om onze grenzen te verleggen: als we begaan kunnen blijven met onze zieken, als we trouwer kunnen zijn dan we ooit gedacht hadden, als we meer kunnen liefhebben dan we voor mogelijk hielden. Dan trekt de ongrijpbare met ons mee, dan komt de ongrijpbare heel dichtbij. Onze voorouders in het geloof hebben dat ‘God de Zoon’ genoemd.

En deze ruimte omvat ook de gewaarwording dat we daarbij onze menselijke begrenzing kunnen overschrijden. Dat we vol verbazing naar onszelf kijken en ons afvragen: “Ben ik dat?” Het lijkt wel alsof er iemand anders door ons, met ons en in ons aan het werk is. Dan wordt ons van buitenaf gegeven om voor elkaar als God te zijn.

Dan is het alsof we het aardse en het mensenmogelijke achter ons laten. Het wordt dan voor onszelf een beetje ongrijpbaar. Of laat ik het anders zeggen: dan komen wij heel dichtbij de ongrijpbare. Onze voorouders in het geloof hebben dat ‘God de Heilige Geest’ genoemd.

“Er is maar één God, en hij bestaat uit drie personen.” Herman Finkers zegt: dat is een verhaal met ruimte. Het geeft ruimte aan ons om dichterbij de ongrijpbare te komen; en het geeft ruimte aan God om dichter bij ons te komen. En vandaag vieren we die ruimte. Mogen we mensen zijn van de ruimte. Moge God ons telkens weer verleiden om die ruimte te verkennen. En moge hij vooral in onszelf steeds meer ruimte innemen.

Zo moge het zijn.

Amen.

Ekkehard Muth

Dit bericht is geplaatst in Overwegingen. Bookmark de permalink.

1 Response to Drie-eenheid, feest van de ruimte

  1. Thijs schreef:

    Ik ‘geloof’ zelf niet dat Finkers zijn Christelijkheid per definitie inherent en primair op religieuze wijze belijdt. Als kunstenaar zie ik hem met deze conference juist vanuit de Christelijke cultuur afstand nemen van zowel de religieuze leer als ook de reductionistische wetenschappen; naar een metafysisch-mythologisch niveau. Ik geloof, dat hij uiteindelijk in het creatieve gelooft als belijdenis. Dat is die ruimte. Die ruimte hoeft niet religieus te zijn, behalve wanneer religie (en wetenschappen) geconstrueerde realiteitcreaties zijn; storytelling. Als die ruimte al dichter tot (een) God is, dan is het goddelijke vreugde van delen, inleven en creëren an sich. Dat neemt niet weg dat dit kan gebeuren vanuit een specifieke culturele context; een sociale positie, een tijdperk, een geografische aard. Net zoals het waardevol blijft om Germaanse en Scandinavische verhalen te blijven aanhalen, en Griekse. Deze hebben onze identiteiten mede geconstrueerd, en zo bepaalt ook de Christelijke verhaalvertelling de wijze waarop wij normen en waarden ervaren en betekenis gaven en geven, vanuit welke transgressies, welke vanzelfsprekende teleologiën en lineairiteiten, zoals ook Evolutionair en Verlichtingsdenken doorspijpelen in populaire cultuur en hedendaagse rituelen. Samen scheppen zij die multidimensionale interpretatieruimtes, die allen licht werpen, voer voor begrip en inzicht in het toebehoren en de alledaagse ervaring van (de) mens(zijn).

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *