Het is niet goed dat de mens alleen is

Lezingen: Genesis 2, 18-24 en Marcus 10, 2-12

In de beide lezingen van vanmorgen staat de relatie tussen twee mensen centraal. We keren terug naar onze oorsprong, beschreven in het Scheppingsverhaal, een soort geloofsbelijdenis hoe God alles bedoeld heeft. De dieren worden gemaakt, soort bij soort. Maar wanneer God de mens maakt, ontbreekt dat refrein. Mensen: daar zijn geen soorten in. Die hebben wij later gemaakt en de ene soort hoger gewaardeerd dan de andere. Dat deden de farizeeën ook in de tijd van Jezus. En ze proberen Jezus met een valstrik in deze gedachtengang te lokken. Het antwoord van Jezus leidt tot verrassende conclusies.

Overweging

Als mensen in ingewikkelde situaties verzeild raken kan op een bepaald moment de vraag rijzen hoe het toch zover heeft kunnen komen. Waar zijn we mee bezig, wat is de zin hiervan? En wat is eigenlijk de bedoeling geweest?

Die vraag deed zich voor bij het volk Israël toen ze weggevoerd waren naar Babylon ongeveer 600 jaar vóór Christus. De politieke redenen laat ik nu buiten beschouwing. Er heerste moedeloosheid. Men voelde zich in het vreemde heidense Babylon door de Eeuwige verlaten.

Geïnspireerd echter door de krachtige hoop die de profeet Ezechiël uitstraalde begonnen enkelen een verhaal te schrijven. Het waren de bevlogenen onder hen, degenen die bemoedigden en overeind bleven. Ze schreven het verhaal van God en de mens. Een verhaal dat tot de verbeelding sprak. Een mythe waarin op poëtische wijze geloofservaringen werden verwoord.

Zó was het bedoeld: de Eeuwige plantte een tuin, plaatste daarin de mens en sprak: “Het is niet goed dat hij alleen is.” Toen schiep hij de vrouw als helper tegenover hem. Het woord ‘tegenover’ geeft de gelijkwaardigheid aan. De mens tegenover je kijk je ín de ogen, niet naar de ogen. Je kijkt niet vanuit de hoogte op haar neer, noch vanuit de diepte tegen hem op. Zonder ‘tegenover’ is een mens alleen en niet in staat om echt mens te zijn. Zo luidt het verhaal van onze oorsprong en bestemming: het begin van een liefdesgeschiedenis tussen God en mens.

Maar wat is er van terechtgekomen? Het is immers niet gebleven bij dit idyllische begin. In de tuin ontstond chaos, ruzie, jaloezie. Mensen werden elkaar tot last, tot een sta-in-de weg. Tot vandaag zie je alle mogelijke gestalten van niet gelukt mens zijn. Deze liefdes-relatie tussen God en mens, kan het eigenlijk wel?

Het bijbelse verhaal getuigt dat het kán. Het is in mensen gezien vóór dat het opgeschreven werd.Menselijke ervaringen zijn tot verhaal en lied geworden en samengevat tot de beelden van het begin: twee mensen tegenover elkaar en elkaar tot helper. Het is met liefde begonnen. Zo kom je de Eeuwige op het spoor overal waar mensen opnieuw beginnen met elkaar tot antwoord te zijn.

Het evangelie van vanmorgen begint met een twistgesprek tussen farizeeën en Jezus. Inzet is het naleven van de wet. Het gaat erom of de man wel of niet zijn vrouw mag wegsturen. De farizeeën doen een beroep op de wet van Mozes. In het boek Deuteronomium staan verschillende redenen waarom een man zijn vrouw kan wegsturen. Zijn eigen plezier, begeerte is hierin beslissend. Wat hij vindt is maatgevend. Het gaat hier om de positie van de gehuwde vrouw die, volgens de Joodse Tora haar man niet kan verstoten. De vrouw werd hiermee rechteloos en vogelvrij. Dan komen de farizeeën met hun strikvraag.

Maar Jezus geeft een verrassend antwoord: “Welke wet heeft Mozes gegeven?” Als ze dan aankomen met de voorschriften uit die wet zegt hij: “Die wet is gemaakt omdat jullie zo liefdeloos zijn, jullie harten zijn versteend. Die wet is pas nodig als er geen liefde meer is.” Jezus wil de wet terugbrengen naar het begin: als helper tegenover elkaar is de mens naar Gods beeld geschapen. Het is die door God gewilde gelijkwaardigheid en eenheid die geen mens mag verbreken.

Jezus heeft het hier dus niet over een echtscheiding als zodanig. De mensen terugvoeren naar het begin, dat is echte zielzorg. Niet hen voorhouden hoe de wetten luiden maar in herinnering roepen wat ze voelden toen het begon, hoe hevig en sterk dat was. Dát is de kracht die de liefde van mensen overeind houdt. Want liefde is de adem van God en die is even sterk als God zelf.

De praktijk laat echter ook zien dat het vaak niet lukt. Relaties kunnen zodanig ontwricht raken dat er scheurtjes optreden die tot een grote barst kunnen uitgroeien. Partners kunnen steeds meer van elkaar vervreemden. Er groeit verwijdering die veel verdriet en pijn losmaakt. Als je dan samen besluit om de relatie te verbreken ben je daarmee niet ontrouw aan het evangelisch ideaal. Als je niet meer echt verbonden bent met elkaar, moet je dan maar kost wat kost bij elkaar blijven?

Er zijn mensen die het steeds opnieuw proberen met veel opoffering van zichzelf. Maar niet iedereen is even sterk. Als het onmogelijk is voor jou, moet je er dan onderdoor? Niemand van ons wordt geroepen tot het onmogelijke. Er bestaat tenslotte ook nog zoiets als zelfrespect en allerlaatste trouw aan het diepste en beste in je zelf.

In dit verband wil ik ook zeggen dat echtscheiding iets anders is dan wat in de tien geboden echtbreuk wordt genoemd. Echtbreuk betekent dat je bewust je huwelijksband stukmaakt of op de tocht zet of dat je ‘inbreekt’ in een bestaande relatie van anderen. Bij de meeste scheidingen echter is er iets heel anders aan de hand. Dat God de mens als mannelijk en vrouwelijk als helper tegenover elkaar heeft samengevoegd, zegt niets over het huwelijk, noch over de onontbindbaarheid daarvan. Het zegt evenmin iets over andere dan man-vrouw relaties. Soms verbindt God, in die wonderlijke liefde, een vrouw aan een vrouw of een man aan een man. En dan mag je ook zeggen: Daar mag een mens niet tussen komen. Het is de liefde die homofilie binnen de omarming van het heil plaatst. Zij is “een vondst, een ontwerp van de Schepper, zij is gave én opgave” zoals pater van Kilsdonk het uitdrukte.

Ook binnen het huwelijk komen lesbische en homofiele relaties voor waarbij man en vrouw tóch voor elkaar blijven kiezen omdat ze samen zoveel goeds ervaren en elkaar nog steeds zo lief zijn.
Een oud lied zingt over ‘Hand in een andere hand om niet te zijn verloren’. De Eeuwige zegende hen en zag dat het goed was, dat het zéér goed was.

Maria Schröder

Inspiratiebronnen: E. Levinas: Het menselijk gelaat
H. Oosterhuis: Deze geboren vreemdeling

Dit bericht is geplaatst in Overwegingen. Bookmark de permalink.

1 Response to Het is niet goed dat de mens alleen is

  1. kindi schreef:

    Lieve mensen,

    Uitstekende preek. Als gehuwde man is het echter niet alleen van belang om het eigen verlangen onder ogen te zien, maar ook het verlangen en de pijn van de ander, ook dat van kinderen + aanhang. Als voorganger heb ik me dan ook voor ogen gesteld voortdurend in de gaten te houden, dat er een spanning bestaat tussen de notie “Gods Woord van kaft tot kaft” = “mensenwoord van kaft tot kaft.” Dat breekt fundamentalisme, houdt het gezag van Gods Woord in leer en leven intact en houdt ook het feit dat die oude woorden in een bepaalde taal, in een bepaalde cultuur en eeuwen geleden zijn geschreven, intact. Daardoor zal ik als pastor homo’s en lesbo’s niet aanraden om in een ‘heterorelatie’ proberen te genezen. Dat lukt (bijna) nooit. De spanning tussen ‘trouw aan de levenspartner (voor God en gemeente afgelegd!)’ en de ‘trouw aan het iegen lichaam’ is een spanning waar verschillende mensen onder door zijn gegaan. Het is niet alleen de ‘eigen’ pijn, maar ook die van de mensen erom heen die een rol gaat spelen. Een belangrijk boek dat die spanning en die pijn heel goed verwoordt is het boek van Heleen van Haren ‘Van de andere kant’. (Kampen, 2001). Een aanrader voor iedereen die – hetzij rechtstreeks in eigen leven – hetzij van horen zeggen – met homoseksualiteit te maken heeft.

    Een milde houding van de mensen om hen heen is dan ook van het grootste belang, omdat in zo’n relatie er heel veel pijn en – helaas niet zelden – veroordeling is. Ook binen de PKN en de R.-K. kerk.

    Met hartelijke groet,

    Kindi, pastor binnen een orthodox protestantse kerkgemeenschap.

Geef een reactie