Lezingen: Genesis 1,25-31a
Onze bijbel begint in hoofdstuk 1 met een charta van de mensenrechten. Op de eerste bladzijde wordt het fundament gelegd voor wat wij tot op de dag van vandaag onder mensenrechten verstaan. En het is met name één zin waarin alles al besloten ligt, namelijk: „God schiep de mens als zijn evenbeeld, als evenbeeld van God schiep hij hem, mannelijk en vrouwelijk schiep hij de mensen.” (meer…)
Lezingen: Handelingen 4, 31-35 en Johannes 17, 20-24
Welkom allemaal bij het feest van Augustinus dat we dit jaar vieren in de Pauluskerk. Veel van Paulus’ ideeën, bijvoorbeeld over de Eucharistie, zijn door Augustinus verder doordacht en verlevendigd. Dus Paulus en Augustinus zijn elkaars vrienden!
Het bestaan van de Boskapel wordt mede geïnspireerd door het gedachtegoed en de spiritualiteit van Augustinus. Dat geeft vanzelf een gemeenschappelijke basis, een ondergrond die gedeeld wordt en die ervoor kan zorgen dat je de juiste criteria vindt bij bijv. het opstellen van een pastoraal plan of het aanstellen van een pastor.
Vandaag zullen we nadenken over het vertrekpunt van waaruit een augustijnse gemeenschap aan kerkopbouw doet, en dat vertrekpunt vind je in de oproep aan het begin van Augustinus’ leefregel: Ga eensgezind op weg naar God, één van ziel en één van hart. (meer…)
Lezing: Matteüs 14, 13-21
Lieve mensen,
ooit hebben wij bedacht om alleen nog maar dat voor waar aan te zien wat ook echt waar gebeurd is. Dus om dingen pas dan als waarheid te zien als we de waarheid ervan ook met onze verstand kunnen toetsen. Maar met deze manier van denken gaan we bij ons verhaal uit de bijbel meteen tweemaal de mist in, namelijk:
- Òf we denken dat die vijf broden en twee vissen inderdaad genoeg waren om de 5000 mannen en ook nog hun vrouwen en kinderen te voeden. Als u even rekent, dan komt u ongeveer op 2 gram brood en vis voor elk gezin. En dan wordt ons verhaal een tovertrucje.
- Òf we denken dat het niet waar gebeurd is, want met die 2 gram per gezin red je het gewoon niet. En dan moeten we zeggen dat het verhaal niet waar is.
(meer…)
Lezingen: Matteüs 13, 1-9
Beste mensen.
O je, denk je nu, hopelijk valt de zaad bij mij in goede aarde, hopelijk hoor ik bij de mensen die in de gelijkenis de „goede grond“ genoemd worden. – Ik kan u gerust stellen, althans zo leg ik het uit, wij horen wel bij de mensen waar het zaad in goede aarde valt. Maar, er is ook een ‚maar’: we zijn namelijk tegelijkertijd ook de weg waar de vogels de zaadkorrels meteen opeten; en we zijn ook de rotsachtige grond waar het zaad maar kort opschiet en vervolgens weer verkommert; en we zijn ook de grond met distels waaronder alles meteen weer verstikt. (meer…)
Lezingen: Deuteronium 8,2-3 en 14b-16a en Johannes 6,51-58
Er zijn mensen die niet herinnerd willen worden aan het verleden omdat daarin gebeurtenissen zijn voorgevallen waarvan ze nu nog ongelukkig of verdrietig worden. Leven zonder verleden gaat echter niet. Wil je weten wie je nu bent, dan zul je moeten beseffen welke wegen je bent gegaan en waarom je bepaalde keuzes hebt gemaakt. Je verleden maakt juist het nu en de toekomst duidelijker. (meer…)
Lezingen: Exodus 34, 4b-9 en Johannes 3, 16-18
Lieve mensen,
We kijken hier vaak naar wat Augustinus gezegd heeft. Want Augustinus wist als geen ander uit heel onverwachte hoek tegen God aan te kijken. Daardoor heeft hij God dicht bij de mensen gebracht, en hij heeft de mensen dicht bij God gebracht. Augustinus brengt het ongrijpbare dicht bij de aarde, en andersom laat hij ons deelhebben aan de onmetelijke hemelse ruimte
Vanochtend wil ik iemand heel anders citeren. Iemand die ook uit heel onverwachte hoek tegen God kan aankijken, en die daarmee ruimte schept. Namelijk Herman Finkers. (meer…)
[Als achtergrond: tijdens de viering kreeg Ekkehard Muth de Schrift, het intentieboek, en brood en wijn overhandigd. In zijn getuigenis reageert Ekkehard op de wensen die daarbij zijn uitgesproken.]
De Schrift, het intentieboek, brood en wijn. Augustinus zegt over brood en wijn: de gaven op het altaar zijn een teken van wat we zelf zijn. Namelijk brood voor het leven en wijn die het leven sprankelend maakt. De gaven op het altaar, dat zijn wij zelf opdat wij zelf tot brood en wijn voor elkaar worden, en opdat Christus door ons, met ons en in ons lichaam en bloed wordt. En ik denk dat ik geen misbruik maak van Augustinus als ik zijn uitspraak ook betrek op de andere gaven op de tafel: op de Schrift en op het intentieboek. De gaven op de tafel, dat zijn wij zelf. (meer…)