Uitvaarten

Dat je laatste tocht niet opgaat in het ledige

Er is steeds meer vraag naar vieringen waarin de religieuze dimensie rond de dood op een nieuwe manier wordt uitgedrukt.

Het verzet tegen de verzakelijking van de dood wordt steeds groter. In Amsterdam werd in 1991 de werkgroep „Begraven en cremeren” opgericht met als doel het afscheid van overledenen persoonlijker en zinvoller te maken. Zij stelde een lijst op van kerken en bijgebouwen waarin nabestaanden op een persoonlijker en rustiger manier afscheid kunnen nemen van hun dode dan mogelijk is tijdens de zeventien minuten die je krijgt toegemeten op het crematorium.

Ook de Nijmeegse Boskapel krijgt in toenemende mate te maken met dergelijke alternatieve afscheidvieringen. Joost Koopmans, pastor van deze kapel, doet verslag.

Alternatieve uitvaarten

uitvaartSteeds vaker zijn het niet-kerkelijke mensen die vragen om een persoonlijke afscheidviering. Ook in de Boskapel, een open en niet aan parochiestructuren gebonden kerkruimte. Mensen komen af op zo’n ruimte en willen een dienst die niet te kerkelijk is ingevuld. De meesten hebben wel een christelijke achtergrond of gevoel voor het religieuze, maar de kerk heeft voor hen om uiteenlopende redenen afgedaan.

Wij hebben de ervaring dat een viering die open beelden weet te scheppen rond de dood, inspeelt op het oerverlangen van ieder mens naar licht aan de einder. Met enkele voorbeelden wil ik duidelijk maken wat we onder die „open beelden” verstaan.

Een jonge vrouw bleef achter met drie kleine kinderen. Uit de vele, en oprechte, condoléances die zij had ontvangen liet ze me er één zien die bijzondere indruk op haar maakte: twee ogen die een onpeilbare ruimte inkijken, hopend op een weerzien. De afbeelding deed haar zoveel, dat ze bezig was haar na te schilderen met de bedoeling het later als schilderij op te hangen in haar huis.

Beelden doen meer dan woorden kunnen zeggen. Zo hebben wij in het centrum van de kapel vaak een lichtspot gericht op een perspectivische voorstelling waarin de toeschouwer als het ware wordt meegetrokken, plaats en tijd voorbij.

Bij de uitvaart van een 49-jarige vrouw waren op haar verzoek enkele dierbare voorwerpen opgesteld: een Boeddhabeeld, een „steen der wijzen”, een door haar geschilderd gezicht met een derde oog en een bijbel. Vanaf haar puberteit had zij een antwoord gezocht op „het geheim van het leven” in paranormale verschijnselen en oosterse wijsheden, terwijl de tien geboden vanuit haar christelijke achtergrond daarbij een leidraad vormden. In haar uitvaartviering die ze zelf samenstelde wilde ze die zoektocht door het leven tot uitdrukking brengen. Attributen die bij de overledene horen kunnen op die manier openbarende beelden zijn.

Ook muziek kan een open sfeer oproepen. De Keltische muziek en zang van Enya bijvoorbeeld scheppen zo’n sfeer van ruimte. Goed gekozen muziek kan bovendien bijdragen aan de verwerking van gevoelens. Als je met iemand lachend soms huilend, zingend soms vechtend je leven hebt gedeeld, verwoordt het lied van Ramses Shaffy „Zing, vecht, huil, bid, …” precies wat je voelt.

Voor haar zoon, die zijn leven lang op zoek was geweest naar zijn vroeg gestorven vader, koos een moeder het lied „Pappa” van Sjef Bos in de afscheidviering. En bij de uitvaart van de 15-jarige plotseling gestorven Wilfred klonk „Heal the world” van zijn lievelingszanger Michael Jackson door de kerk. Liederen uit de popwereld kunnen voor jongeren een meer religieuze lading hebben dan geijkte kerkliederen.

Na de dood van haar man was ze haar rots in de branding kwijt. Langzaam maar zeker raakte ze verward, werd ze een zorgenmoeder voor haar kinderen. Die hebben heel wat met haar doorstaan, vier jaar lang. Ze hebben haar opgevangen en haar leven menswaardig gehouden. Bij haar uitvaart werd ik door hen uitgenodigd om iets te zeggen, want „wij doen er niks aan, maar er moet toch iets gebeuren en zelf zijn we niet in staat te spreken”. Een pasklaar gebed zat er niet in, al beluisterde ik tijdens het gesprek wel hun diepere gevoelens. In respect voor deze mensen verwoordde ik die gevoelens als volgt: „Anneke was niet kerks, maar was ze gelovig? Geloof ik? Soms wel, soms niet. Ze had iets in zichzelf, zegt één van de kinderen, noem het een stille kracht, waaraan je jezelf optrekt vooral als de nood het hoogst is. Je loopt er niet mee te koop, het is iets innerlijks, eerder een gevoel dan een zeker weten. Vanuit dat innerlijk gevoel wil ik nu zeggen, bidden:

Moeder, Oma, wij zwaaien je uit, je verdwijnt nu langzaam uit het zicht, zoals een schip de wijde zee opgaat en aan de horizon verdwijnt. Val je nu van de wereld af, het niets in? Of openen er zich onbekende, niet vermoede oorden voor jou?

Dit hopen wij: dat je laatste tocht niet opgaat in het ledige, in het niets, maar dat je komt in Hem die diep in ieder mens wordt vermoed, die wordt genoemd: eeuwig licht, altijd open horizon, en wij kunnen hopen op een weerzien!”

In een gebed hoeft God niet altijd expliciet genoemd te worden. Je stelt jezelf in de ruimte van zijn aanwezigheid. Binnen die ruimte geef je lucht aan je gevoelens, aan de gevoelens van de aanwezigen. Bidden is dan vóór Hem gaan staan met al je vragen, twijfels en verdriet, en geloven dat je er ook zo mag zijn. In deze context roep ik graag het beeld op van God als „de altijd open horizon” zoals Peer Verhoeven dat doet in zijn uitvaartgebeden. Ik heb daarbij de ervaring dat een gebed, en trouwens heel de viering, beter gedijen in de kerk, omdat deze plek meer „een levend lichaam” kan worden, dan het crematorium waar noodgedwongen de zakelijkheid een rol speelt.

In sommige situaties past een lezing uit het visioen van Johannes over degenen die door de hel zijn gegaan en nu in stralend wit gekleed staan voor Hem die leeft. Naast lezingen uit de Schrift gebruiken we ook andere geïnspireerde teksten. Zolas bij de uitvaart van een jonge man die een einde had gemaakt aan zijn leven. Hij was van katholieke afkomst, niet gedoopt, had ook zijn kinderen niet laten dopen, kende hooguit nog iets van het verhaal. In zo’n geval pas de chassidische vertelling over de rabbi. Hij kon in moeilijke tijden het offervuur niet meer aansteken, wist het gebed niet meer, en ook niet meer waar het zich afspeelde. Hij kende alleen nog maar het verhaal, en dat was voldoende. Verhalen houden mensen op de been.

Zij was 25 jaar en overleden aan een overdosis drugs. De enige broer met wie ze nog contact had, woonde net als zij op een kleine kamer, in een voormalig zusterklooster. Hij wenste voor haar uitvaart een religieuze context. Ze waren katholiek gedoopt, maar hun vader was overgegaan naar Hare Krisna, en moeder vertrok na de scheiding naar het buitenland. De drie kinderen gingen naar een internaat en werden later verdeeld over pleeggezinnen. Ieder zocht zijn eigen weg. De broer zwierf over de wereld en maakte kennis met verschillende godsdiensten zonder zich aan één te binden. Zijn zus zocht haar geluk vooral in vriendschappen, die echter een voor een stuk liepen. Toen ze bij toeval samen in hetzelfde huis woonden, hadden ze wel eens gesprekken met elkaar over diepere dingen. Bij de uitvaart wilde hij zelf graag iets tegen zijn zus zeggen. De pleegfamilie zou ook wel komen met en woord of een gedicht. Hij vroeg of ik dan in het kort iets over haar leven wilde vertellen en ik heb dat laten uitlopen in een gebed:

Als je van baby-af al op een internaat wordt gezet, als je pleegkind moet zijn op zoek naar je ware oorsprong, als je op kamers woont met vrienden die een doolhof zijn voor zichzelf, dan kom je niet makkelijk thuis bij jezelf en de ander. Dan voel je je vaak alleen en niet welkom en wil je uitstappen en wegvliegen.

Zij heeft niet om het leven gevraagd, zij heeft zichzelf aangetroffen, op zeker moment: „Ben ik dat, wie ben ik, wat ben ik?” Zij wist niet waarvandaan en nog minder waarnaartoe.

Wij bidden, plaatsvervangend, voor haar: U die de bron bent van alle leven, dus ook van Angelica, laat haar niet verloren gaan. U die mij beter kent dan ik mijzelf, wees er nu voor haar, red haar, haal haar, vergoed wat zij tekort kwam, vergeef, waar zij tekort schoot, laat haar nu eindelijk thuis komen, welkom bij U!”

Mijn ervaring is dat de woorden er niet echt toe doen. Als in het eerbiedig vertelde levensverhaal van deze mens maar iets doorklinkt van het mysterie dat hij of zij met zich meedroeg, is dat voldoende om het hart te treffen.

Rituelen

Rituelen vullen aan wat met woorden niet te zeggen is. Er zijn enkele rituelen die iedereen wel aanspreken.

  • Het ontsteken van de paaskaars als teken van licht in het donker. Ik laat dit meestal doen door de jongste uit het gezelschap. In hem of haar zie je immers het leven doorgaan.
  • Het sprenkelen van water als teken van leven. In het geval van de jonge man die een eind aan zijn leven had gemaakt, heb ik er bij gezegd: „Dit lichaam … mag ik het zegenen als teken van geloof dat er iemand is die ons verhaal voltooit”.
  • Naast de bloemen die er eventueel al liggen, kan iemand tijdens de viering ook de lievelingsbloemen van de overledene bij de kist neerleggen. De moeder die voor haar zoon het lied „Papa” uitkoos, had ze geplukt uit haar eigen tuin. Na de uitvaart stond er thuis steeds een vaas met deze bloemen, als teken van verbondenheid.
  • Na gesproken woorden een stilte inbouwen. Zeker als deze stilte volgt op een climax, kan die ervaren worden als het meest sacrale moment van heel de viering.
  • Het zelf dragen of, als dat niet mogelijk is, begeleiden van de kist geeft aan de uitvaart een onvervangbare emotionele waarde.

Naast niet kerkelijke mensen komen ook steeds meer kerkelijke mensen vragen om een alternatieve afscheidsviering. De reden is dat een zakelijke uitvaart ook in de kerk nogal eens wordt gepraktiseerd, vooral daar waar men uitgaat van een vaststaande liturgie met standaardteksten over hemel en hel, God en eeuwig leven. En velen voelen zich ook niet thuis in een moderne, praterige liturgie waarin men zich zó concentreert op „onze dode” en „onze gevoelens”, dat er geen sprake meer is van het geheim van leven en dood.

Deze kerkelijke en niet-kerkelijke mensen hebben met elkaar gemeen dat ze zoeken naar een viering, waarin de religieuze dimensie rond de dood tot uitdrukking wordt gebracht en zonder dat deze wordt ingevuld met geijkte of platte beelden.

Joost Koopmans, pastor Boskapel

Zie ook Liturgie en Contact.

©2001–2010 De Boskapel — Gemaakt met WordPress