Architectuur

Licht en lucht superieur aan de materie

Voor velen is architectuur de kunst van de voorgevel. Een mooi singelpand met krullen en bogen bekoort het oog en wordt al snel bestempeld tot monument, al gaat achter die façade vaak slechts een doorsnee verzameling kamertjes schuil en is aan de achterzijde door de architect dikwijls helemaal geen aandacht besteed.

kruis buitenVoor anderen, en met name voor architecten van na de oorlog, is architectuur niet de kunst van de gevels, maar van de ruimte. Al leeft de ruimte slechts bij de gratie van de muren, het innerlijk vormt voor hen het wezen van een bouwwerk, niet de buitenkant. Licht en lucht zijn hier superieur aan de materie.

Een mooi voorbeeld van deze benadering is de Boskapel (1960-1963) aan de Graafseweg in Nijmegen. De argeloze voorbijganger houdt hier niet stil om zich te vergapen aan de rijkdom van de straatwand. Een stenen schuur, zo zou het eerste oppervlakkige oordeel kunnen luiden.

Zeker voor een kerk is de Boskapel uitermate sober uitgevoerd: geen toren, geen klok, geen afbeeldingen. Pas in de beslotenheid van het interieur geeft de kapel zijn rustgevende ruimterijkdom prijs.

De Boskapel vormt een breuk met het traditionele denken over kerk, liturgie en kerkgebouw. Architect G. J. van der Grinten uit Venlo, die indruk had gemaakt met zijn St. Nicolaaskerk (1960) in de wijk Genooi te Venlo, was de ontwerper.

interieurIn het interieur van zijn naar binnen gerichte kapel zijn op tal van manieren de ideeën over de liturgie vertaald in bouwkundige oplossingen. Het altaar is aan drie zijden door zitplaatsen omgeven en ligt bijna in het midden van de kapel om een zo groot mogelijk contact met de kerkgangers te bewerkstelligen. Dit altaar is bovendien dieper gelegen om de rondom verzamelde kerkgangers tot actiever deelname te stimuleren dan op een traditioneel verheven podium. In het middelpunt van de ruimte ligt niet alleen het diepste maar ook het hoogste punt van de kapel.

Om de ideologische openheid van de kerk te benadrukken staan alle ruimten in de kapel met elkaar in verbinding. Zo worden tien portalen met altaren verlicht vanuit het centrum van de kapel. De portalen worden slechts afgeschermd door de golvende redwood achterwand van de hoofdruimte een esthetische oplossing die de kapel bovendien een geweldige akoestiek verleent.

Waar andere kerken met teruglopende bezoekersaantallen worden geconfronteerd – en daardoor ook de kerkgebouwen zelf met afbraak bedreigd worden -, daar floreert de Boskapel al jaren. De vieringen die volgens de Augustijnen zelf worden gekenmerkt door “eenvoud van taal en teken”, zijn in harmonie met de omgeving.

In 2006 is de kapel gemeentemonument geworden. In de Boskapel is architectuur overtuigend de kunst van de ruimte: de ziel overwint hier het lichaam.

Naar Tijs Tummers in Quo Vadis, april 1999

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *