Zoek het in de momenten dat je verrijst – Pasen 2019

Foto: manhhai

Lucas 24, 1-12 Pasen

Toen afgelopen maandag aan het begin van de goede week de Notre-Dame in Parijs in lichterlaaie stond, toen voelde je misschien al dat daarmee niet alleen een gebouw in brand gevlogen was. In de vuurzee was het zo heet dat de stenen gloeiden als lava. En velen van ons hebben waarschijnlijk live op tv gezien hoe de toren uiteindelijk instortte. Eeuwenoude balken verdwenen als lucifers in het vuur. En, misschien is het een beetje beroepsdeformatie van een pastor, maar waarschijnlijk voelde jij het ook: hoe meer het vuur zich uitbreidde, hoe meer het ook aan je eigen innerlijk raakte. Je merkte dat de vlammen ook aan je eigen geloof raakten. Het was alsof met de kathedraal ook eeuwen van christelijke traditie in vlammen opgingen. De gebeden van generaties van mensen, hun hoop en wanhoop, hun lief en leed stonden in lichterlaaie. Hier is niet alleen een gebouw afgebrand, je besefte opeens dat ook je eigen geestelijke wereld getroffen werd, je eigen verlangen, jouw beeld van het overstijgende, waarnaartoe je zo nu en dan opgetild wilt worden.

De mensen die bij de brand stonden hadden dat op een gegeven moment goed door. Vol verbijstering keken ze naar het vuur en opeens, gelovig of niet gelovig, begonnen ze te zingen. Een eenvoudig frans Marialiedje voor onze Lieve Vrouw, voor Notre-Dame de Paris: ‘Sainte Marie, mère de Dieu, je vous salue, pleine de grâce’ — Wees gegroet Maria vol van genade…

De redacteuren van het nieuws vroegen uiteraard meteen of er slachtoffers waren. Dat was gelukkig niet het geval. Maar de volgende vraag voelde in dat verband wel heel erg misplaatst, namelijk: is er al een inschatting te maken hoe groot de schade is? Die loopt toch zeker in de honderden miljoenen. — Het is nu niet zo dat de journalisten hun werk niet goed doen, nee, deze vraag geeft aan hoe wij in onze samenleving denken. We willen alles kwantificeren, we willen harde feiten. En waarschijnlijk zullen we op een dag ook daadwerkelijk kunnen benoemen hoeveel het herstel gekost heeft, maar de impact op je geestelijk leven laat je daarmee buiten beschouwing.

‘Waarom zoekt u de levende onder de doden?’ worden de vrouwen gevraagd. Waarom wil je weten hoeveel geld het allemaal kost, terwijl het om een heel andere orde gaat. ‘Waarom zoekt u de levende onder de doden?’ en denkt u ‘dood is dood’, terwijl hij zijn leven lang niets anders deed dan leven mogelijk maken, mensen weer tot leven brengen. ‘Waarom zoekt u de levende onder de doden?’, terwijl hij niets anders verkondigd heeft dan dat wij bestemd zijn om te leven.

En net als de zingende mensen rondom de Notre-Dame, wordt het de vrouwen opeens duidelijk. En ze rennen terug naar de andere leerlingen. Maar die zitten net als wij ook vast in de wereld van de feiten, en ze vinden het maar kletskoek.

We vieren Pasen niet omdat ons beloofd is dat we ooit aan ons einde zullen opstaan, we vieren Pasen omdat de verrijzenis ons al tijdens ons leven telkens weer optilt. Telkens weer mogen we voelen dat ons leven niet alleen plaatsvindt in het hier en nu, maar dat ons leven tegelijkertijd ook een dimensie heeft die ons overstijgt. ‘Waarom zoekt u de levende onder de doden?’; we hoeven het niet alleen in de dode materie te zoeken, nee we mogen alsmaar weer opstaan naar die andere orde.

‘Waarom zoekt u de levende onder de doden?’ Waarom kijkt u in de zorg zo naar de kosten en niet ook naar hoe gelukkig het jullie allebei kan maken om zorg te ontvangen en te geven. Waarom zoekt u in het onderwijs naar wat voor kwalificaties de economie nodig heeft en niet ook naar welke talenten leerlingen en docenten hebben. Waarom zoekt u het in efficiency en financieel gewin, dus ’waarom zoekt u de levende onder de doden?’ — Met andere woorden: zoek het in de momenten dat je verrijst, bijvoorbeeld als je liefde mag ervaren en warmte; als we om elkaar geven, er voor elkaar zijn; als er even niet telt wat je kan en wat je waard bent, maar dat de ander gewoon niet zonder jou wil en kan.

Zoek het in de momenten dat je opstaat. Dat je de kracht krijgt om ondanks je ziekte toch te knokken voor het leven. Dat het je wonder boven wonder blijkt te lukken om je te ontworstelen aan wat jou is aangedaan. Dat er een wending komt in een slepend conflict. Dat het na een moeilijke periode uiteindelijk toch weer goed komt. Dat er opeens het geluk je leven binnen komt wandelen, licht en een wijds uitzicht.

De anderen vinden het maar kletspraat. Maar Petrus gaat wel kijken. Net als de zingende mensen rond de Notre-Dame gaat hij samen met Maria uit Magdala, Johanna en Maria de moeder van Jakobus kijken naar wat die brand en die verschrikkelijke dood overstijgt. —

Laten we met hen meegaan. Mogen we telkens weer opstaan. En als eenmaal ons uur gekomen is, mogen we dan zien wat ons beloofd is. Maar tot het zo ver is moge de verrijzenis ons in het hier en nu telkens weer optillen.

Ekkehard Muth, 20 april 2019

Dit bericht is geplaatst in Nieuws, Overwegingen. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *