Volhardend geloof en vertrouwen

vluchtelingen Lesbos

Foto: Ann Wuyts

Het beeld van de weduwe is in de Bijbel vaak het toppunt van hulpbehoevendheid. Ze hoort thuis in het rijtje van hen aan wie geen recht hoeft te geschieden: weduwe, wees, arme, melaatse, vreemdeling. Het is de bekende Bijbelse reeks.
De wanhopige weduwvrouw, die ons vandaag in het evangelie wordt voorgehouden stapt naar de rechter. Als hij haar niet helpt, helpt niemand. Het enige wat ze doen kan is telkens en telkens weer naar hem toegaan en vragen: “Doe mij recht! Doe mijn recht! Haar huilen, smeken, bidden om hulp doet me vandaag sterk denken aan al die vele mensen nu, op vlucht voor oorlog, geweld en armoede. De mensen nu weer : in Noord Syrië — de Koerden die geen kant opkunnen — de mensen in de vele vluchtelingenkampen, aan de grenzen van Europa — de Griekse eilanden Moria en Lesbos, en vergeet ook niet de talloze vluchtelingen uit Zuid-Soedan naar Ethiopië. Overal dat aanhoudend huilen en klagen van mensen : “Doe mij recht. Waarom laten jullie ons alleen in onze troosteloosheid ? Zonder jullie hulp raken wij er nooit bovenop”!

Kunnen en mogen we doof blijven voor al dat huilen? Zijn we hier in het Westen als die rechter uit het verhaal die niet thuis geeft als mensen ons om hun recht vragen? Blijven we doof voor al hun klachten, hun schreeuw om hulp, of willen we leven in het spoor van Jezus?

Vandaag is het ook wereld missiezondag. Deze hele maand oktober doen de christelijke kerken een beroep op onze Solidariteit .
Gelukkig, — en dat is een troost —, zijn er daar in al die vluchtelingenkampen en noodlijdende gebieden ook vele moedige en krachtige mannen en vrouwen die zich het lot van de mensen aantrekken ; moedige mensen die het voortouw nemen en vechten voor een betere toekomst van hun landgenoten.

Vroeger waren dat vooral de missionarissen — nu zijn vaak veel vrijwilligers en ontwikkelingswerkers , maar meer en meer toch ook de mensen van het land zelf. Allerlei mensen met een missie, — zo worden ze vandaag genoemd. Heel vaak zijn het vrouwen — zeer gemotiveerde, vastberaden, zelfbewuste, en in zekere zin ook trotse vrouwen, mensen, die van geen ophouden weten, die de stem zijn geworden van de velen die geen stem meer hebben. Mensen die blijven opkomen voor de mensen, wiens mens zijn door het politieke machtsdenken en de sociale onrechtvaardigheid in hun land, wordt ontkend.

Die mensen met een missie — zeker als zij zich zelf als gelovig zien — zullen zich vandaag herkennen in het verhaal van de weduwe en de rechter over haar volharden in gebed. Bidden is hier in deze parabel niet zozeer bezinning en inkeer, maar opkomen voor recht. Je niet neerleggen bij de feiten. En vooral ook het opdoen van kracht om zelf gaande te blijven. De weduwe geeft niet op. Als ze het hoofd in de schoot gelegd zou hebben en ze zou gaan denken het helpt toch niet, de rechter komt toch niet in beweging, ik moet mij er maar bij neerleggen, dan was het met haar gedaan. Jezus, stelt vandaag juist haar aanhoudend volhouden ons tot voorbeeld voor ons bidden.

Bidden is meer dan God vragen iets te doen. Bidden is vooral kracht vragen om zelf te zien wat gedaan moet worden. Ons laten raken door de roep van mensen en in beweging komen waar kan. De harde werkelijkheid in de wereld verandert wellicht niet door ons bidden, maar degene die blijft bidden kan die werkelijkheid in het leven wel beter aan. En God werkt zo op Zijn manier, en lang niet altijd op de onze.

Zo ook in ons persoonlijk leven. In onze persoonlijke leefomstandigheden, is ons bidden allereerst God om inzicht en kracht vragen om goed om te gaan met tegenslagen en moeilijke situaties waarvoor we allemaal wel eens worden geplaatst. Kracht vragen om waar nodig in eigen leven proberen te veranderen wat scheef is gegroeid, niet eerlijk of niet goed is. Augustinus zegt al: “Bidden is niet bedoeld om God op andere gedachten te brengen, maar om zelf te veranderen in een hoopvol en vertrouw vol mens. Een mens dat niet opgeeft en een lange adem heeft.”

In ons eentje kunnen we soms de ellende in de wereld niet blijven aanzien, worden we wel eens moe en moedeloos en is de verleiding groot ons terug te trekken in het eigen kleine wereldje. Door in onze kerken aanhoudend samen te blijven bidden en te blijven zingen houden we de oude woorden van geloof, hoop en vertrouwen bij elkaar levend, blijven we zelf op sterkte en houden we als het ware onze accu op spanning.

Mozes hield het in zijn eentje ook niet vol. Zijn armen moesten ondersteund worden, door Aaron en Chur. Zolang de Israëlieten naar Mozes in gebed tot God met opgeheven armen, bleven opkijken, en bleven strijden, waren ze aan de winnende hand.

Allemaal hebben we zoals Mozes, in ons leven van tijd tot tijd ook uithoudingsvermogen nodig om onze “armen”niet te laten zakken bij tegenslag en het visioen van gerechtigheid en vrede wat ons door de Schrift in het vooruitzicht is gesteld in het vizier te houden. Om vanuit ons geloof in dat visioen tot elkaar als het ware te blijven zeggen: “Het komt goed”.

Het is veelzeggend dat het evangelie juist eindigt met het aanhalen van dit visioen: ‘Zal de Mensenzoon bij zijn komst nog het geloof op aarde vinden? Met dat geloof wordt niet bedoeld het geloof in de geloofswaarheden van onze kerken, maar het geloof in het Visioen van de Nieuwe Hemel en de Nieuwe Aarde. Bidden wij dat wij dat geloof in leven houden en er ons voor blijven inzetten. Amen

Kees Megens, 20 oktober 2019

Dit bericht is geplaatst in Nieuws, Overwegingen. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *