Splinters

Lucas 6, 39-45 Sirach 27, 4-7

Natuurlijk heeft carnaval te maken met veel drinken en dingen doen die je anders waarschijnlijk nooit in je hoofd zou halen. Maar dat is maar de buitenkant. Aan de binnenkant gaat het er bij carnaval ten diepste om dat je jouw leven, en alles wat je zo verschrikkelijk belangrijk vindt, een keertje relativeert.

Je verkleedt je omdat je dan iemand anders kunt zijn en omdat je zo vanaf een afstand naar jezelf kunt kijken. Je viert carnaval om even de zorgen van je leven van je af te zetten. Prins Carnaval neemt de heerschappij over zodat ook de hoge heren een keertje pas op de plaats moeten maken. Je neemt anderen op de hak en je wordt zelf op de hak genomen. —

Kortom, eigenlijk is carnaval een heel serieuze zaak. Het is een beetje als in onze eerste lezing: ‘als je een zeef schudt komt er afval te voorschijn. In de oven wordt het vaatwerk van de pottenbakker getoetst.’ Jouw persoon en jouw leven worden gerelativeerd, het is een soort reset van je leven.

Op de praalwagens bij de optocht en in buutreden bij de pronkzitting wordt haarscherp aan het licht gebracht hoe we ons als die ene blinde door de andere blinde laten leiden. En als je met carnaval als leerling toch boven je leermeester gaat staan, dan wordt meteen duidelijk wat je nog mist om echt de gelijke te zijn van je leermeester. Als je even buiten de gewone gang van zaken treedt, als je even vanuit een heel andere hoek naar jouw leven kijkt, dan zie je opeens de balk in je eigen oog, terwijl je dacht dat alleen de anderen last hadden van splinters in hun ogen. —

Als Jezus het iets anders had verpakt, dan zou ons evangelie eigenlijk de potentie hebben van een buutrede. Met humor de vinger op de zere plek leggen, even van buiten naar jezelf kijken en merken dat je geen haar beter of slimmer bent dan de ander. Dat je net als de ander ook maar wat doet, en dat we het eigenlijk maar beter sámen kunnen doen.

Hoe vaak zit je niet gevangen in je eigen blindheid. Je voelt dat je niet goed met elkaar omgaat, je voelt dat er in de verhoudingen ergens iets niet klopt, maar je ziet gewoon geen andere weg. Of hoe vaak dringen zich niet anderen aan jou op. Dan hebben ze goed advies, maar ze blijken net zo blind en kortzichtig. We zetten in op de marktwerking, maar die blijkt blind voor de mens. In het onderwijs staren we ons blind op kennis, maar de kennis blijkt op haar beurt blind voor de nodige karaktervorming. In de zorg streven we naar efficiency, maar we zijn blind voor wat de mens nog meer nodig heeft.

Kan de ene blinde de andere blinde leiden? Hoe wil je de splinter in het oog van de ander verwijderen, terwijl je zelf een balk in het oog hebt? Hoe lastig dat is hebben we verleden week gezien aan de teleurstellende resultaten van de misbruiksynode in Rome. Terwijl er duizenden slachtoffers elke dag opnieuw moeten zien te overleven, is er een groot aantal bisschoppen die niet eens zien dat er überhaupt een probleem is. Terwijl de overlevers van misbruik ernaar smachten dat eindelijk die enorme balk uit het oog getrokken wordt, kwam de synode niet verder dan wat splintertjes te verwijderen. Dit is tergend en stuitend, maar hopelijk is het wel een begin.

Voor Jezus is het niet alleen een kwestie om de splinters te verwijderen. Veel belangrijker is wat er dan aan het licht kan komen. ‘Waar het hart vol van is daar loopt de mond van over’, hoe zou het toch zijn als je al die balken en splinters kon weghalen zodat je komt bij waar je hart vol van is?

En voor Augustinus is het hart vol van God. ‘Keer terug naar je hart en zie in het beeld de schepper ervan.’ Als je bij je hart komt daar vind je God. Augustinus kan zich ook niet voorstellen dat mensen een hart zouden hebben wat kwaad wil, een ‘slechte schatkamer’, zoals het in ons evangelie genoemd wordt. Nee, het hart kan niet slecht zijn, je kunt je alleen zo van je hart verwijderd hebben, dat je niet meer bij je goedheid kunt komen. Daarom zegt hij: keer terug naar je hart.

Ik denk dat Jezus dat hier ook bedoelt. Niemand is een slechte boom, maar als je slechte vruchten voortbrengt dan verraad je de goede boom. Dan verloochen je de goedheid die jou gegeven is. Laat de goede boom goede vruchten brengen, laat je goede schatkamer het goede voortbrengen. Keer terug naar je hart, en laat daar je mond van overlopen.

Gelukkig zijn er momenten waar ons dat wel lukt, dan weet het licht toch door te dringen langs de splinter en de balk heen. Maar vaak lukt het ook niet. Dan zouden we eigenlijk elke keer weer een beetje carnaval moeten vieren zodat we weer even een stapje opzij kunnen doen om de balk uit het eigen oog te halen. Sirach in onze eerste lezing heeft het over de uitspraken waaraan je de ware aard van een mens kunt aflezen. Moge dan recht uit ons hart onze ware aard naar boven komen: Keer terug naar je hart en zie daarin de schepper ervan. Moge daar onze mond van overlopen.

Ekkehard Muth, 3 maart 2019

Dit bericht is geplaatst in Nieuws, Overwegingen. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *