Speelruimte voor de geest

Lezing: Wijsheid 9, 13-18b
Evangelie: Lucas, 14, 25-33

Het Evangelie van vandaag levert een flink struikelbok op. Moeten we breken met ouders, partner en kinderen als voorwaarde om Jezus te volgen? Het is het soort eis dat je verwacht bij fanatieke, sektarische stromingen. Je vraagt je af of dit nu werkelijk van ons verwacht wordt? Alle mensen om wie je geeft en die om jou geven, in de steek laten voor een ideaal? Wat heeft dat nog met liefde te maken? Ik denk dat we deze gedachte een beetje gaan begrijpen tegen de achtergrond van de laatste zin van het Evangelie van vandaag: “Jullie kunnen mijn leerlingen niet zijn als je je niet losmaakt van al wat je bezit”.

Is dat niet herkenbaar: dat je om iets te bereiken vertrouwde dingen moet loslaten? Ik denk aan de sportman, -vrouw die in aanmerking wil komen voor de Olympische Spelen. De trainer zegt: dan niet meer roken, geen alcohol, 5 uur per dag trainen en op tijd op tijd. Wil je dat? Kun je dat? Denk er goed over na, want anders hoef je er niet aan te beginnen.

Of dit: een vrouw moest breken met haar ouders, omdat de man van haar keuze te min was voor het milieu waar ze zelf uit voortkwam. Hij werd er niet geaccepteerd; maar zij liet er zich niet door blokkeren, want ze hielden van elkaar!

Zoiets bedoelt Jezus ook als hij tegen degenen die hem volgen zegt dat ze wel moeten weten waar ze aan beginnen, want hij doorbreekt allerlei vaststaande gedachten en tradities, en dat wordt niet geaccepteerd door de leiders van het volk. Kijk maar: op het moment dat Jezus de dingen zegt die vandaag zijn voorgelezen, heeft Hij net een hele reeks discussies achter de rug met de Farizeeën. In deze discussies doorbreekt Hij zoals gezegd keer op keer de vaststaande gewoontes en verhoudingen.

• Werk op Sabbat? Als je er iemand mee redt, gaat de mens boven de wet.
• Op je sociale status staan? Niet doen, gedraag je liever bescheiden.
• Geef je een feest? Vergeet dan niet armen en bedelaars uit te nodigen.

In de parabel van de verontschuldigingen waarin de een na de ander het laat afweten aan de tafel van de Heer, worden alle mensen van de straat uitgenodigd, Jood of niet-Jood! De Farizeeën zijn geschokt! Alles wat hen heilig is: de Sabbat, de sociale verhoudingen, de positie van het uitverkoren volk, het gaat omver. En dan is Jezus nog niet klaar: in hoofdstuk 15 van het Lucas-evangelie dat volgende week wordt voorgelezen, worden met name die mensen voorop gezet, die volgens de Farizeeën de plank helemaal misslaan: de zondaars, de verdwaalde schapen, de verloren zonen.

Als wij, christenen anno 2019, Jezus willen volgen zullen we moeten openstaan voor Gods bedoelingen en het waaien van zijn heilige Geest in deze tijd. Je bent nog geen christen als je gehoorzaam bent aan kerkelijke regels en westerse waarden. Als we Jezus nú willen volgen, zullen we moeten loslaten wat er niet meer toe doet. Maar het is niet zo gemakkelijk om te zien welke vaststaande gedachten en tradities we moeten durven loslaten. Hoe kunnen we weten wat Jezus in deze turbulente tijd van ons verlangt?

Alleen zul je dat nooit kunnen achterhalen. Daar heb je elkaar als geloofsgemeenschap bij nodig. Wij vormen met elkaar zo’n gemeenschap. En ons eigen kenmerk is dat we geen parochie zijn, afhankelijk van een bisdom. Voortkomend uit een kloostergemeenschap van de Augustijnen, zijn wij een zelfstandige geloofsgemeenschap geworden, met een Augustijnse spiritualiteit. Waar het bisdom de hiërarchische gestructureerde kerk sterk benadrukt, ligt het accent van zelfstandige geloofsgemeenschappen eerder aan de basis.

Nu waren die basisgemeenschappen in de jaren ‘60 / ‘70 onder invloed van het Concilie groeiende in ons land, ook in de parochies. Maar door een neo-klericale stroming is de speelruimte voor parochies geminimaliseerd en de geest terug in de kooi geplaatst. Het is goed dat de Boskapel daarom verbinding zoekt met spiritueel-verwante gemeenschappen, die zich niet laten beperken door regels die moderne mensen vervreemden van het Evangelie. Door zijn vele kloosters kreeg Nijmegen -in de jaren ‘50- de bijnaam: “Monnikendam”.

Nu die kloosters grotendeels verdwenen zijn, werkt de Boskapel aan een Nijmeegs Stadsklooster: laat de gemeenschappen die spiritueel met elkaar verbonden zijn, samen optrekken in een sfeer van vriendschap. Laat los wat je teveel bindt aan ‘de goeie, ouwe tijd’, want die is voorbij, en geef speelruimte aan de Geest van Jezus Christus, die ons door de tijden heen voorgaat naar de stad van God.

Joost Koopmans, osa, 8 september 2019

Dit bericht is geplaatst in Nieuws, Overwegingen. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *