Roze viering

lezing: Genesis 1 (bewerking Oosterhuis)

In ‘De Luizenmoeder’ klopt Walter aan bij juf Ank omdat zij met de kinderen geen moederdagcadeautjes wil maken voor de twee vaders. Walter en Kenneth, de vaders van Rianne, zullen het zonder moederdagcadeautje moeten stellen. ‘Mannen die samen zorg dragen voor hun kinderen zijn vaak hele moederlijke types’ zegt ze weliswaar, maar ‘Wie geen moeder is, krijgt geen cadeautjes. Daar weet ik alles van.’ — Heerlijk hoe juf Ank in één zin alle pijnpunten open en bloot op tafel kan leggen. Maar het wordt er nog dieper ingewreven: ’Dus omdat jij zelf geen moeder bent, vind jij dat je het ons ook kunt ontzeggen?’

Het is toch wat als je niet in de geijkte kaders past. Als je bewust of tegen wil en dank geen moeder bent en de commercie je vertelt dat je dan gemankeerd bent. En als je niet hetero bent en je constant moet ervaren dat je daarmee buiten de lijntjes kleurt. Als je je mannelijker of vrouwelijker voelt dan je lichaam, of als je met je identiteit worstelt omdat je eigenlijk in geen van die kadertjes past. — Peuters hebben van die blokkendozen waar je de blokken in het juist gaatje moet steken — als je je dan voelt als een driehoekig blokje wat alsmaar weer in een vierkant vakje moet passen. — Soms zou ik wensen dat God af en toe als een juf Ank onze veel te nauwe kaders kwam oprekken.

Hier in de Boskapel laten we ons inspireren door de oude kerkvader Augustinus. En als je kijkt naar de vele rake uitspraken die van hem zijn overgeleverd, dan zou je hem een beetje oneerbiedig de ‘juf Ank uit de vierde eeuw’ kunnen noemen. Ik zeg er maar meteen bij dat hij natuurlijk ook een kind van zijn tijd was, en dat hij ook hele akelige dingen geschreven heeft, ook over homoseksualiteit. Maar zelfs een kerkvader preekt altijd ook tegen zichzelf. En zo heeft Augustinus gelukkig heel veel mooie dingen gezegd, waarmee hij zijn eigen beperktheid overstijgt. Uitspraken waarmee hij ons tot op de dag van vandaag uitdaagt om ook onze eigen grenzen te overstijgen. Zijn belangrijkste uitspraak is misschien wel: ‘God licht op in mensen.’

Dat heeft hij uit de eerste zinnen in de bijbel die we net gelezen hebben: ‘Toen sprak God: Nu maken wij mensen, naar ons beeld, op ons gelijkend. En God schiep mensheid naar zijn beeld, beeld van God schiep hij hen.’ In de oertekst van de bijbel staat dan verder: ‘mannelijk en vrouwelijk schiep hij hen.’ Dat is net iets anders dan wat we er later van gemaakt hebben door te zeggen ‘als man schiep hij en en als vrouw schiep hij hen.’ Nee, deze zin was ooit bedoeld om de gelijkwaardigheid tussen de seksen te benadrukken, en vooral om de breedte uit te drukken: elke mens, hoe vrouwelijk of mannelijk of waar daar tussenin ook, elke mens met welke geaardheid dan ook is beeld van God. ‘God licht op in mensen.’

Huub Oosterhuis, de grote dichter, en vooral degene die ons van allerlei misvattingen over de bijbel heeft bevrijd, probeert het zo te vatten: ‘En God schiep mensheid naar zijn beeld, beeld van God schiep Hij hen, man-vrouw, vrouw-man schiep Hij hen.’ Helaas lukt het hem daarmee niet om die andere misvatting uit te schakelen, namelijk dat je daaruit zou kunnen afleiden dat alleen man en vrouw bij elkaar horen. Daarom voegen we hier in de Boskapel er altijd aan toe: ‘man-man, vrouw-vrouw schiep hij hen.’

Maar dan nog doen we daarmee God te kort, want we blijven nog steeds gevangen in een benauwend man-vrouw-kader. Nee, ‘God sprak: Nu maken wij mensen, naar ons beeld, op ons gelijkend.’ Dat betekent niet dat je van God een mannetje of vrouwtje moet maken, nee, dat betekent dat je als mens een onmetelijke ruimte krijgt die al onze geaardheden overstijgt.

Als Augustinus tegen zichzelf en tegen ons zegt: ‘God licht op in mensen’, dan moeten we juist blij zijn met alle mensen die ons een misschien nog niet eerder ontdekte kant van God laten zien. Dan mag je ook blij zijn met de kanten die je nog niet eerder in jezelf hebt ontdekt. Je mag blij en nieuwsgierig zijn als je merkt dat je misschien anders zou kunnen zijn dan je dacht. En je mag blij zijn met welke keuze je daarin misschien maakt.

Fijn dat je er bent. Fijn dat je bent zoals je bent. Fijn dat je geworden bent en nog steeds wordt wat je bent. Wat een ruimte, wat een rijkdom, of om het met Augustinus te zeggen: wat een licht.

Gelukkig gaat juf Ank uiteindelijk toch overstag. Zo wordt het ook voor de vaders moederdag.

Ekkehard Muth, 12 mei 2019

Dit bericht is geplaatst in Nieuws, Overwegingen. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *