Pinksteren

Pinksteren afgebeeld door Giotto (Padua)Handelingen 2, 1-11 Augustinusviering Pinksteren 2019

Als je een taal leert, of als je leert voor je eindexamen, of als je leert breien of wat dan ook, dan doorloop je altijd drie fases. In het begin ben je enthousiast, het is allemaal nieuw en spannend, en je bent blij omdat je in de nieuwe taal al kunt zeggen: ‘Ik heet Ekkehard’, of wat jouw naam ook is. — Maar al gauw komt de tweede fase, waar je het idee hebt dat je helemaal niets meer weet. Dan beginnen je kinderen voor het eindexamen te stressen: ‘Ik weet helemaal niets meer, het gaat helemaal fout!’ Of als je met een nieuwe taal bezig bent, dan voelt het alsof jouw tong in een knoop ligt en je staat letterlijk met de mond vol tanden. — Totdat je opeens merkt dat je in de derde fase beland bent. Opeens gaat het je goed af, verrast stel je vast dat je de eindexamenstof paraat hebt, en je staat versteld hoe je jezelf moeiteloos in de nieuwe taal hoort praten. Het lijkt wel alsof je nergens over hoeft na te denken, de woorden en de zinnen komen als vanzelf.

‘Bemin, en doe dan wat je wilt’, zegt Augustinus. En daarmee beschrijft hij deze laatste fase. Bemin, en dan komen de goede woorden als vanzelf; bemin, en dan doe je vanzelf het goede; bemin, en dan kan je eigenlijk niet meer anders dan je liefdevol op te stellen. Dan wordt de liefde niet meer iets wat je bedenkt of wat je doet, maar dan wordt de liefde onderdeel van je zijn.

Maar soms is dat een lange weg om zo ver te komen. In de Sire-reclamespotjes van ‘Doeslief’ wordt bijvoorbeeld gemeld dat in 2018 146.571 keer K-woord als scheldtweet rondgestuurd is, of dat 37% van de OV-medewerkers getreiterd werd, we krijgen de middelvinger te zien of 30% van de klanten negeren de caissière bij het afrekenen van de boodschappen. — Blijkbaar zitten we dan in een fase nog vóór dat we überhaupt beginnen om een nieuw gedrag of een nieuwe taal te leren.

Vaak genoeg beginnen we echter oprecht met de beste bedoelingen, maar voor dat je er erg in hebt beland je in de fase dat je niks meer weet. Je begrijpt de ander echt niet meer en andersom gebruik jijzelf woorden waarvan je maar beter kunt hopen dat de ander ze niet begrijpt. Je praat langs elkaar heen, je voelt je geschoffeerd en je betaalt met gelijke munt terug. In de kakofonie van geluiden wordt de sfeer steeds grimmiger. — ‘Als een menigte mensen zich niet door eenheid verbonden voelt, is iedere menigte geneigd tot ruziemaken en procederen’ schrijft Augustinus.

Misschien hebben we intern in de afgelopen tijd in deze fase gezeten? Dat we het allemaal niet meer wisten, dat we zagen dat het helemaal fout ging. maar dat het ons niet lukte om een gezamenlijke taal te spreken. En net als in onze lezing keken buitenstaanders met verbazing naar ons: ‘het zijn toch allemaal Galileërs die daar spreken. Hoe kan het dan dat wij hen allemaal’ in andere talen horen spreken? ‘Ze zullen wel dronken zijn.’ — Waren we maar dronken geweest, dan zou het misschien makkelijker geweest zijn om elkaar weer te vinden.

Maar opeens, je kan het bijna niet geloven, kom je in de volgende fase terecht. Opeens versta je de ander wel, en de ander verstaat jou. Opeens merk je dat je ten diepste bewogen bent door dezelfde intentie. Je bent verrast dat je eigenlijk hetzelfde wilt; dat je gedreven bent door dezelfde drijfveer. Of zoals Augustinus het zegt: Je bent ‘één van hart en één van ziel’. Opeens heb je de nieuwe taal zo onder de knie dat het voor jou voelt als je eigen moedertaal. ‘Hoe kan het dan dat we hen allemaal in onze eigen moedertaal horen?’ Het Pinksterwonder in onze eigen kerkgemeenschap.

En net als de leerlingen heb je het helemaal niet door dat je in een nieuwe fase terecht bent gekomen. Het is meer dat je pas achteraf merkt dat die vreemde taal als vanzelf over je lippen komt. En als je je dan afvraagt: hoe kan dat toch? dan begint het met ‘doeslief’. Het begint met dat je de liefde die uit zicht was geraakt weer de boventoon laat voeren. En dan zie je dat de liefde alsmaar groter wordt, en je ziet dat de ander uit diezelfde liefde put. Voor Augustinus is het duidelijk: zo is dat het ‘geval bij hen die de Heilige Geest hebben ontvangen’ zegt hij. En wat je dan ook doet ‘uit liefde kan alleen het goede voortkomen’.

Bemin, laat dus aan het licht komen dat je ten diepste één van hart en één van ziel bent. ‘Bemin, en doe dan wat je wilt.’ Zo gaat het wonder van Pinksteren door.

Ekkehard Muth, 9 juni 2019

Dit bericht is geplaatst in Nieuws, Overwegingen. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *