Openstaan voor het geheim

Jesaja, 7, 0-14 , Mattheus 1, 18-24

De meesten van ons kennen wel het verhaal van Franciscus van Assisi, een van de grootste heiligen die de geschiedenis kent. Hij was het kind van welgestelde ouders en werd geboren in een groot patriciërshuis. Hij zelf leefde ook in luxe. Maar op een gegeven moment werd hij geraakt door het Evangelie van Jezus Christus. ‘Verkoop alles wat je bezit, en kom dan om mij te volgen’. Toen zag hij dat er niks klopte in de Kerk, die pretendeerde het voortlevende lichaam van Christus te zijn, maar zelf een rijke instelling was geworden. Haar dienaren leefden in rijkdom en de paus werd omgeven door een hofhouding.

Franciscus verkocht alles wat hij bezat en met een armoedebeweging begon hij een nieuwe navolging van Christus. Vele jaren na zijn dood werden er allerlei legendarische trekjes aan zijn levensverhaal toegevoegd. Zo zou hij geboren zijn in een stal; aldus wilde men benadrukken hoezeer hij door eenvoud en armoe op Jezus leek. Wat dat latere verhaal vertelt, is dus niet waar gebeurd, maar je zou het wel waar kunnen noemen: het vertelt namelijk heel goed wat die Franciscus voor iemand is geweest.

Veel exegeten zeggen dat we het Evangelie-fragment van vandaag ook zo mogen lezen. Niet allemaal waar gebeurd, maar wel de waarheid. Als Maria overschaduwd wordt door de H. Geest en daardoor zwanger wordt, willen gelovigen daarmee uitdrukking geven aan de waarheid dat haar kind een kind van God is, bezield door Gods Geest.

In de geschiedenis van het Joodse volk komen we voortdurend verhalen tegen over mensen die geboren worden uit moeders die onvruchtbaar zijn, of die te oud zijn om nog kinderen te kunnen krijgen. Wat menselijk gezien onmogelijk is, gebeurt dan toch. En dan is zo’n kind, willen de vertellers zeggen, een speciaal kind van God, een heel bijzonder iemand. Trouwens het Joodse volk is ontstaan, vertellen ons de Bijbelse verhalen, uit Abraham en Sara, 2 stokoude mensen die toch nog een kind krijgen: Isaak. Want, willen ze daarmee zeggen, wij zijn een volk dat door God gewild is.

Zoiets is er ook aan de hand met Jezus, een heel bijzonder iemand, die dus ook op een heel bijzondere manier wordt verwekt. Het verhaal daarover is geen letterlijk verslag, maar een literair-bijbels genre dat ons déze waarheid wil geven: ‘Jezus is niet uit de wil van een man, maar uit de wil van God geboren,’ en dan zeg ik het met de woorden van Johannes. Werden vele profeten ‘zonen / dochters Gods’ genoemd, geboren uit een onvruchtbare schoot, Jezus wordt geboren uit een ongetrouwd meisje, uit een onbevruchte schoot, want Hij is helemaal door God gewild, en is dé zoon van God! Dat is de geloofsbelijdenis van Mattheus en de vraag aan ons is of wij dat beamen.

Als voorbeeld wordt ons Jozef gesteld. Hij was een rechtschapen man en Maria een gelovige vrouw. Hij dacht haar gevonden te hebben, maar door haar onverwachte zwangerschap begon hij aan hun relatie te twijfelen. Onrustig gaat hij de nacht in. Dan ontvangt hij in een droom een teken van boven, dat zegt dat het goed is wat Maria overkomt: wat uit haar geboren wordt, komt van God. Jozef’s sterke kant is dan, dat hij zich laat raken door deze goddelijke boodschap. In tegenstelling tot Achaz in de 1ste lezing die een teken van God afslaat, laat Jozef het mysterie rond Maria tot zich toe. Hij geeft zich over aan de woorden van de engel en laat het geheim zijn werk doen. Zo durft hij de weg te gaan van God-met-hem, neemt Maria tot zijn vrouw en wordt de vader van haar kind.

Durven wij, zoals Jozef, de weg van God-met-ons te gaan?

Joost Koopmans osa, 22 december 2019

Dit bericht is geplaatst in Nieuws, Overwegingen. Bookmark de permalink.

Geef een reactie