‘Maar-generatie’

Johannes 21, 1-14 Bevrijdingsdag 2019

In mijn jonge jaren zeiden we in Duitsland weleens gekscherend tegen elkaar: we horen bij de ‘maar-generatie’. We zijn weliswaar Duitsers, ‘maar’ we zijn wel aardig.

Hoewel onze ouders in de oorlog nog kinderen waren is mijn generatie opgegroeid met een sterk besef dat ‘wij’ als volk fout waren, dat ‘wij’ onmetelijk veel ellende hebben veroorzaakt en dat het nu onze taak is om te laten zien dat we van de schuld serieus werk maken. We zijn Duitsers, ‘maar’ we zijn wel aardig. We pakken de bagage uit het verleden op, ‘maar’ we doen er alles aan om het ten goede te keren.

Onze schoolreisjes gingen niet naar pretparken maar naar concentratiekampen. We hadden ontmoetingen met Joden. En ook als je met vakantie ging was het verleden continu aanwezig. Natuurlijk deden we mee met jongerenprogramma’s om het idee van de Europese Unie te promoten, want vrede bereik je door samenwerking en niet door nationalisme. Ik won een keertje een prijsje met een opstel in het Frans waarin ik liet zien dat ik ingedoken was in een stukje Franse cultuur. En ik had een uitwisselvriendje in Frankrijk waar ik jaarlijks drie weken meeleefde in een frans gezin, en mijn vriendje bij ons in een Duits gezin. Nooit meer zou de oude vijandschap tussen Duitsland en Frankrijk weer oplaaien. Nooit meer zou de verdeeldheid zover escaleren dat er oorlog komt. Nooit meer ‘eigen volk eerst’, want het andere volk is voor jou ook een beetje eigen geworden. — We zijn de ‘maar-generatie’, we zijn weliswaar Duitsers ‘maar’ we zijn wel aardig.

Misschien zijn Petrus, Tomas, Natanaël, de zonen van Zebedeüs en de andere twee leerlingen ook van een ‘maar-generatie’. We zijn weliswaar vissers, ‘maar’ we zijn onomkeerbaar veranderd door onze tijd met Jezus. We zijn na de dood van Jezus weliswaar teruggekeerd naar onze vissersboten, ‘maar’ we gooien het nu over een andere boeg.

En opeens staat er iemand aan de oever en roept: ‘gooi het net aan stuurboord uit, dan lukt het wel.’ En ja hoor, het net zit zo vol dat zij het niet omhoog kunnen trekken. En nog voor dat ze die man aan de oever goed kunnen zien is het voor hen duidelijk, en als ‘de leerling van wie Jezus hield’ het ook nog uitspreekt ‘het is de Heer’ is er geen houden meer aan: Petrus springt in het water.

Petrus heeft dat al eerder gedaan. Toen Jezus over het water liep, klom hij ook meteen over de reling en deed inderdaad een paar stappen over het water. Ik ben weliswaar een gewone visser, ‘maar’ ik geloof zo in de nieuwe weg van Jezus dat ik net als hij over water kan lopen. Totdat hij begon te denken: nee, ik ben toch maar gewoon visser, en toen plonsde hij in het water. —

Maar nu springt hij weer in het water. Het kan hem niet schelen, en half zwemmend half wadend loopt hij naar Jezus toe. We zijn weliswaar naar ons oude leventje teruggekeerd, ‘maar’ we willen die nieuwe weg blijven gaan.

En eigenlijk horen wij als kerkgemeenschap ook bij een ‘maar-generatie’. Misschien betekent gelovig-zijn per definitie dat je hoort bij een lange traditie van ‘maar-generaties’. Mensen die net als de leerlingen zeggen: we leven weliswaar ons leventje, ‘maar’ we gooien het over een andere boeg. We zijn weliswaar onderweg in ons bootje, ‘maar’ we durven wel in het water te springen. We doen weliswaar ons dagelijks werk, ‘maar’ we hebben het nieuwe land voor ogen waar Hijzelf aan de oever op ons wacht om met ons brood en vis te delen.

Vandaag vieren we onze vrijheid. En daarmee vieren we dat we mensen van een ‘maar-traditie’ mogen zijn. Oorlog en onvrijheid ontstaan namelijk op het moment dat mensen niet meer ‘maar’ durven te denken. Een grote onderliggende oorzaak van de Tweede Wereldoorlog was dat men geen antwoord had op de veranderende tijden. De oude manier van werken voldeed niet meer en leidde tot een ongekende economische crisis. En in plaats van te denken: we zitten weliswaar vast in onze oude patronen, ‘maar’ we gooien het over een andere boeg, liet men ‘maar we gooien het over een andere boeg’ gewoon weg en hield men nog meer vast aan de oude patronen. En toen dat niet meer lukte, kregen de Joden de schuld en de Fransen en alles wat niet arisch-boreaal was, de hele wereld.

Toen was het alleen nog maar óns leventje, óns volk, óns land, ónze manier van doen, ’Deutschland über alles’. En zonder ‘maar’ gaat het tegenwoordig gewoon door: ‘America first’, ‘minder Marokkanen’, ‘terug naar het christelijke avondland’, de ‘boreale cultuur’ voorop, ‘eigen volk eerst’.

Als we vandaag onze vrijheid vieren dan kan dat niet zonder dat we ons invoegen in de ‘maar-traditie’. ‘Maar’ we gooien het over een andere boeg, ‘maar’ we springen in het water, ‘maar’ we zijn op weg naar een nieuw land. – In de Boskapel weten we er alles van: we zijn weliswaar katholiek, ‘maar’ we zijn vrijzinnig. En: we zijn oecumenisch, ‘maar’ we zijn ook weer katholiek. We laten ons inspireren door Augustinus, ‘maar’ natuurlijk niet door zijn uitspraken waarin hij gevangen blijft in het oude, bijvoorbeeld over homoseksualiteit. We laten ons inspireren door Augustinus omdat hij altijd riep: ‘maar’. Zo is het weliswaar nu, ‘maar’ ‘onrustig is ons hart’, ‘maar’ ‘trek steeds verder’, ‘maar’ ‘maak steeds vooruitgang’. Als je geen ‘maar’ hebt, dan blijf je stilstaan en ‘stilstand betekent achteruitgang’. —

We vieren vandaag onze vrijheid omdat wij nooit meer zo’n achteruitgang mee willen maken. We vieren onze vrijheid omdat we altijd weer een ‘maar’ in petto willen hebben. We liggen met ons bootje aardig op koers, ‘maar’ we springen in het water. Misschien zitten we gevangen in onze oude gewoontes, ‘maar’ we gooien het over een andere boeg. We leven weliswaar in deze wereld, ‘maar’ we hebben de nieuwe wereld voor ogen.

Ekkehard Muth, 5 mei 2019

Dit bericht is geplaatst in Nieuws, Overwegingen. Bookmark de permalink.

1 Response to ‘Maar-generatie’

  1. Els schreef:

    👍supermooi

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *