Feestvieren

Jeroen-Bosch-De-Verloren-Zoon

Door Jheronimus Bosch (ca. 1450–1516)

Lucas 15, 11-32 ; Jozua 5, 9-12

‘We konden toch niet anders dan feestvieren’, zegt de vader in ons evangelie. En ja, we kunnen niet leven zonder een overstijgend verhaal. We kunnen niet zonder te weten waar we vandaan komen, want pas dan kunnen we richting geven aan ons leven. Het is niet genoeg dat het leven op aarde ontstaan zou zijn uit een toevallige samenloop van omstandigheden waardoor moleculen, energie en licht elkaar op de juiste manier tot leven gebracht zouden hebben. En het is al helemaal niet genoeg dat jijzelf ontstaan zou zijn louter uit een biologische toevalligheid. Nee, het wordt pas dragelijk als je weet dat je uit liefde ontstaan bent. En we houden het alleen dan vol als we achter de oerknal kunnen zien dat God ons gewild heeft. — We kunnen niet anders, we hebben een overstijgend verhaal nodig. Of laat ik het andersom zeggen. Er zijn zoveel aanwijzingen waaruit we kunnen opmaken dat ons leven meer is dan wat natuurkundige reacties.

Augustinus gebruikt daarvoor het beeld van het hart. Zoals je in een pot de hand van de pottenbakker ziet, zo zie je in je hart de schepper ervan. ‘Keer terug naar je hart’, zegt Augustinus dan, kijk door alle biologische en natuurkundige verbanden heen en zie dat je ten diepste door God gemaakt en gewild bent.

Dat is een voorbeeld van zo’n overstijgend verhaal. En dit verhaal vind je in alle religies terug. Misschien gebruiken ze andere woorden en kleuren ze het verhaal anders in, maar alle religies vertellen dat je meer bent dan het product van een eitje en een zaadje. Dit jaar hebben we voor de augustinuslezing Matthias Smalbrugge uitgenodigd. Hij is predikant en hoogleraar en hij formuleerde het afgelopen zomer in Trouw zo: ‘Religies die geen maatschappelijk en cultureel narratief mogen bieden laten een ontzielde maatschappij achter.’ Om het maar wat eenvoudiger te zeggen: Een samenleving waarin de religies niet meer het overstijgende verhaal mogen vertellen, zo’n samenleving raakt ontzield.

Dan kan het gebeuren dat de eerste de beste die in zo’n ontzielde samenleving een verhaal vertelt van ‘boreale volkeren’ en ‘de uil van Minerva’, een verhaal wat ondoorzichtig genoeg is om als overstijgend door te kunnen gaan, dat die dan de grootste fractie in de Eerste Kamer krijgt. — Dit laat zien hoe we verlangen naar een overstijgend verhaal. En het laat zien hoe ontzield wij zijn geraakt doordat we religie uit het openbare leven hebben verbannen.

In onze notitie over hoe wij als Boskapel de toekomst willen ingaan hebben we dan ook dat citaat van Matthias Smalbrugge weer opgenomen: ‘Religies die geen maatschappelijk en cultureel narratief mogen bieden laten een ontzielde maatschappij achter.’ Als kerken waren we veel te lang met onszelf bezig. We moeten ophouden met ons naar binnen te keren. We moeten naar buiten en het overstijgende verhaal vertellen. Het blijkt dat mensen daar behoefte aan hebben en dat zij dat ook van ons verwachten.

In onze eerste lezing was het volk Israel op weg naar het beloofde land. Ook zo’n overstijgend verhaal: we zijn weliswaar vaak genoeg onderweg door de woestijn, maar we zijn bedoeld om uit te komen in het beloofde land. In de woestijn werd Israël in leven gehouden door elke dag manna te ontvangen. Dat manna kregen ze weliswaar van God, maar het beloofde land is toch wat anders dan van aalmoezen te moeten leven. Nu zijn ze aangekomen in het beloofde land, ze mogen de eerste oogst binnenbrengen. Het beloofde land biedt hen voedsel en stroomt over van melk en honing van een overstijgend verhaal.

De verloren zoon uit ons evangelie is degene die het wil stellen zonder het overstijgende. Hij maakt zich los van zijn vader; dat wil zeggen: hij maakt zich los van God. Hij probeert het louter te stellen met geld en met wat maakbaar is. En gaandeweg raakt hij ontzield. Het leven wordt niet meer dan elke dag ervoor moeten vechten om je lichaam in leven te houden. Eigenlijk kan je het geen leven meer noemen, het wordt overleven.

Dan heb je een campagne nodig van Sire #Doeslief. Dan leggen we steeds meer taken neer bij de scholen omdat de samenleving geen bedding meer biedt voor karaktervorming. Dan benaderen we de zorg alleen nog maar vanuit het oogpunt van het geld. En dat legt weer een akelig verband met de discussie rondom voltooid leven. — We verlangen naar een overstijgend perspectief en niet naar de ‘peulen die de varkens te eten’ krijgen.

‘Keer terug naar je hart’, zegt Augustinus. En dat heeft hij vast uit ons verhaal van de verloren zoon. ‘Keer terug naar de Vader’. Het verhaal van de verloren zoon is niet het verhaal van de vader die uiteindelijk gelijk heeft, en dat je maar beter alles bij het oude kunt houden en je maar beter kunt voegen. Nee, het is het verhaal dat je bestemd bent om opgetild te worden. Dat je meer bent dan een varkenshoeder die met de varkens uit dezelfde voederbak eet. Je bent tot meer bestemd dan in de woestijn kunstmatig in leven gehouden te worden. Je bent bestemd om te leven in het beloofde land. Je bent bestemd om aan te schuiven bij het feestmaal, in de allerbeste kleren en met het gemeste kalf op tafel.

Maar voor dat we nog meer van die grote overstijgende beelden bezigen, begint het heel eenvoudig, dicht bij de grond met liefde. Met de liefde waarmee de vader elke dag stiekem uitkijkt naar zijn zoon. Met de liefde waarmee de vader zijn zoon tegemoet rent. En met de liefde voor zijn andere zoon, die opnieuw opvlamt nadat die een beetje te vanzelfsprekend en te sleets was geworden.

‘We konden toch niet anders dan feestvieren’, zegt de vader. We kunnen toch niet anders dan terugkeren naar ons hart. We kunnen toch niet leven zonder opgetild te worden naar wat onszelf overstijgt.

Ekkehard Muth, 21 maart 2019

Dit bericht is geplaatst in Nieuws, Overwegingen. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *