Door de poort

Numeri 13,1-3; 21-23; 25-28a Romeinen 12, 3-8

Daar staan we dan. Onze pelgrimsstaf leunt aan de poort en roept ons om op weg te gaan. Kom door de poort, ga op weg. En als augustijnse geloofsgemeenschap horen we op de achtergrond natuurlijk meteen de woorden van Augustinus klinken: ‘Trek steeds verder. Want zodra je zegt ‘het is genoeg’, ga je ten onder. Trek steeds verder, maak steeds vooruitgang.’ Augustinus zelf heeft dat altijd gevoeld als een brandend hart. Daarom wordt hij ook met een brandend hart afgebeeld, en daarom is het brandend hart ook het beeldmerk van ons Stadsklooster.

Een beetje kloosterling weet dat de weg naar God betekent dat je steeds een stapje verder moet gaan dan dat je eigenlijk durft. En als kerkgemeenschap weten we diep van binnen ook dat het gezien onze roeping geen optie is om te zeggen ‘het is genoeg’. Het kan niet anders, het hart brandt. — Daar staan we dan.

Er moeten verspieders uitgezonden worden. Israël is na 40 jaar in de woestijn aangekomen bij de poort van het beloofde land. En Mozes kiest twaalf verspieders uit die het land moeten verkennen. Op onze tocht door misschien wel het meest geseculariseerde land moeten er verspieders uitgezonden worden die gaan verkennen waar er ondanks alles toch melk en honing te vinden is. Verspieders die ontdekken dat wij verbonden zijn met voor ons misschien nu nog vreemde mensen omdat we hetzelfde verlangen delen. Verspieders die op onbekend terrein plekken vinden waar we met onze inspiratie kunnen bijdragen aan het beloofde land. Verspieders die met het nieuwe licht van het eerste kaarsje op zoek gaan naar het grote licht. — Daar staan we dan om als verspieders door de poort te gaan.

Twee weken geleden was ik bij een bijeenkomst van de voorgangers van kleine zelfstandige kerkgemeenschappen in de Dominicus in Amsterdam. Bij het welkomstrondje vertelde ik dat wij nu Stadsklooster worden. Dat vonden de andere voorgangers zo interessant dat we het programma voor die middag omgooiden om het louter en alleen over onze tocht naar het Stadsklooster te hebben. Ik heb verteld van ons verlangen om wijnranken te vinden zo groot dat je ze met z’n tweeën aan een stok moet dragen. Maar ik heb ook verteld over onze tocht door de woestijn. Uiteindelijk werden wij gefeliciteerd met onze moed en met ons lef.

Ik vertel dat nu niet om ons op de borst te kloppen, maar we moeten ook niet onderschatten wat we nu aandurven. Wij durven het aan om als verspieders erop uit te trekken om te kijken hoe we op een nieuwe manier in een nieuw landschap onze roeping als kerkgemeenschap kunnen waarmaken. Dat is niet de eerste keer in onze geschiedenis, maar nog nooit was het te verkennen landschap zo breed.

Misschien herinner je je nog onze hoofdspreekster Mirella Klomp op de ontmoetingsdag voor kleine geloofsgemeenschappen verleden jaar hier in de Boskapel. Mirella heeft onderzocht dat mensen hun spiritualiteit niet meer alleen bij de kerken halen, maar dat zij dat op de meest uiteenlopende plekken doen. Dat kan een uitvoering zijn van het Nijmeegs Bachkoor, of ze kijken op tv naar The Passion, of ze gaan naar een lezing binnen ons vormingsprogramma, naar een film, of ze nemen deel aan een stille tocht, of zij fietsen voor een goed doel. — Je vindt je religiositeit niet alleen meer in de kerk, maar in een breed landschap waar je op de meest uiteenlopende manieren even iets van melk en honing vindt stromen. En omdat het tegenwoordig allemaal in het Engels moet, spreekt Mirella Klomp van ‘ecclesioscapes’, een samentrekking van ecclesia, dus kerk, en van landscape, landschap. Een breed landschap dus waarin mensen hun spiritualiteit beleven. — Vandaag gaan we door de poort om dit nieuwe landschap te verkennen.

Op dezelfde ontmoetingsdag reikte Embregt Wever, onze adviseur van de bisschop, ons het idee aan van de laura. Ik heb het hier weleens eerder verteld, de laura is de oervorm van de kloosters. Voor dat de kloosters een compact en ommuurd geheel werden leefden de kluizenaars in aparte cellen die wijd verspreid lagen in het landschap. Een soort ecclesioscapes avant la lettre. Verspieders op zoek naar God in een breed landschap.

We gaan nu door de poort om als verspieders dit landschap te verkennen, en we gaan door de poort om samen met die aparte cellen een laura, het Stadsklooster Mariken te vormen. Als geloofsgemeenschap hebben we een begin gemaakt. In het boek Kloostermensen zeggen Thomas Quartier en Leo Fijen: ‘Iedere parochie en gemeente zou symbolisch gesproken een soort “klooster” moeten worden, met een kerngroep van vrijwilligers en professionals, die open is voor velen.’ Vandaag worden we Stadsklooster Mariken met een kerngroep van vrijwilligers en professionals, en vooral met in haar midden onze vierende gemeenschap. En van daaruit gaan we als verspieders op weg naar plekken en mensen die overvloeien van melk en honing. En we gaan als verspieders op weg om vooral mensen te vinden die net als wij uitkijken naar een land waar druivenranken groeien zo groot dat je ze met z’n tweeën moet dragen.

Verspieders hebben moed nodig en lef. Zal het ons lukken om als Stadsklooster Mariken bij te dragen aan het beloofde land? Onze pelgrimsstaf leunt tegen de poort. In onze knapzak hebben we veel proviand meegekregen. Paulus noemt het in zijn brief aan de Romeinen allemaal op: sommigen van ons hebben de gave gekregen om de profeteren, dus om te zien hoe het zou kunnen zijn, anderen van ons hebben de gave gekregen om mensen bij te staan, weer anderen hebben de gave om te onderwijzen, of de gave om te troosten, de gave om te geven of de gave om voortrekker te zijn, de gave om barmhartig te zijn. En in het verlengde ervan hebben we onze gaven, onze goede bedoelingen, onze talenten en ons verlangen op de hartjes geschreven die ingevlochten zijn in onze poort. En bij wat we op die manier al gekregen hebben krijgen we vandaag, zoals elke zondag, nog brood en wijn erbij. Zo geeft God zichzelf aan ons mee. — Verspieders hebben moed nodig en lef. Maar met dit proviand in onze knapzak durven we het wel aan.

Onze pelgrimsstaf leunt tegen de poort en roept ons om door de poort te gaan. Het eerste lichtje heeft op de eerste zondag van de advent opnieuw ons hart aangestoken en roept ons om op weg te gaan naar het licht. Laten we gaan. Door de poort!

Ekkehard Muth, 1 december 2019

Dit bericht is geplaatst in Nieuws, Overwegingen. Bookmark de permalink.

1 Response to Door de poort

  1. Ron v Stiphout schreef:

    Dank je wel Ekkehard! Een inspirerende lezing!
    Ron van Stiphout.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *