Dit is de gunstige tijd!

Foto: Ben Pirard (Own work) [Public domain], via Wikimedia Commons

Lucas: 13, 1-9 ; Exodus3, 1-8a en 13-15 (3de zondag veertigdagentijd)

Het is een nieuw initiatief van omroep Max: elke zaterdagavond ontvangt André van Duin een gast die een spannend, waargebeurd verhaal uit zijn leven vertelt. Als iemand jou zijn verhaal vertelt, of een stuk van zijn verhaal, dan maakt hij je deelgenoot van zijn leven. Dat gebeurt bijvoorbeeld ook door de interviews in Op de Hoogte: Iemand laat iets van zijn levensverhaal zien en ze behoren dan ook tot de best gelezen artikelen van het bulletin van de Boskapel. Maar waar het ons in de Boskapel vooral om te doen is, dat we elkaar deelgenoot maken van het grote verhaal van de Bijbel.

Om het verhaal van vandaag te kunnen duiden, neem ik u mee naar een voorval uit mijn leven dat plaats vond in de tijd dat mijn ouders er nog waren. Een klein waargebeurd verhaal dus: Ik woonde nog hier naast de Boskapel en ik zou een avondretourtje nemen naar Tilburg, met de trein van 18.04 om mijn ouders te bezoeken. ‘Nee’ zei mijn moeder toen ik er over belde, ‘kom wat eerder, dan kun je nog mee-eten, dat is gezelliger.’ Na enige bedenkingen over druk-druk-druk, liet ik me overhalen. ‘s Avonds hoorde ik bij de nieuwsberichten dat die trein van 18.04 een heftige botsing had gehad: 8 doden en vele gewonden. Er ging een rilling door me heen. Toen ik later op de avond weer veilig en wel thuis was, werd ik nog eens met de ramp geconfronteerd: een nichtje van een van mijn medebroeders was bij de dodelijke slachtoffers. Anders nam zij altijd een trein eerder, maar vandaag deed ze, na haar werk, nog wat inkopen. Nog nooit heb ik me zo ontsnapt gevoeld aan een ongeluk als toen.

In het verhaal van deze zondag vertelt Lucas over 2 rampen:
– het neersabelen van de Galileeërs op de binnenplaats van de tempel;
– het dodelijk ongeluk bij de toren van Siloam.

De mensen wilden van Jezus horen waarom God dergelijke ongelukken toelaat; hadden de slachtoffers het misschien verdiend? Dergelijke geluiden heb ik gelukkig niet gehoord na de treinramp. Maar wel dat denken in noodlotstermen: ‘jouw tijd is het nog niet geweest, van dat meisje wel; alles is van tevoren beschikt……. daar kun je niks tegen doen.’

Hoe heel anders reageert Jezus op die rampen. Voor Hem is dood-gaan door onrechtvaardig geweld of door een ramp geen straf van God. Hij speelt de vraag waaraan mensen deze dood verdiend hebben dan ook terug naar zijn omstanders. ‘Denken jullie dat je misschien beter bent omdat je nog leeft; denken jullie dat God deze ongelukken zomaar wil!’ En dan vertelt hij de gelijkenis van de vijgenboom, die maar geen vrucht draagt en het uiteindelijk weleens verdient omgehakt te worden. Maar de wijngaardenier vraagt de eigenaar nog één jaar geduld te hebben. Misschien draagt hij na een jaar tóch nog vrucht. Anders moeten ze hem dán maar omhakken.

Via deze gelijkenis wil Jezus ons tegenover onszelf plaatsen. Probeer niet uit te zoeken waarom die mensen verongelukt zijn; daar kom je met theologische discussies ook niet uit. Het is beter je te verwonderen over het feit dat jij nog leeft ! Dáár sta je niet altijd bij stil. Het is zo vanzelfsprekend dat je gezond bent, dat je werkt, dat alles loopt. Pas als je ziek wordt, werkeloos, overspannen, ga je het gewone leven waarderen. Zo functioneerde de treinramp voor mij. Omdat ik er nét niet had ingezeten, dacht ik: er wordt blijkbaar nog iets van mij verwacht.

Zou dát niet de boodschap zijn die Jezus ons in het verhaal van vandaag wil meegeven: leg je niet neer bij rampen in de zin van: zo gaat ’t nu eenmaal. Maar laat je er door wakker schudden. Als je nu op dit moment zou sterven, zou je leven dan in Gods oog vruchtbaar zijn geweest?

Wij zijn allemaal door God in het leven geroepen om duurzame vrucht voort te brengen. Zijn we daar echt mee bezig, of nemen we genoegen met de middelmaat, met de oppervlakkigheid van alledag, met de onafwendbaarheid van het noodlot?

Soms is het echt moeilijk om vruchtbaar om te gaan met de taak die voor jou is weggelegd:
– moet ik echt tot het einde gaan met mijn zieke, dementerende partner?
– moet ik echt de klok luiden in deze onrechtvaardige situatie?
– moet ik echt in dit oppervlakkig omgaan met mensen een christelijk geluid laten horen?
– moeten we echt bij ’ramp nummer zoveel’ te hulp schieten?

In het eerste verhaal tijdens deze viering werden we herinnerd aan de roeping van Mozes, om zijn volk uit de ellende van Egypte te bevrijden. ‘Maar dat kan ik niet’, zegt Mozes tegen God. ‘Wie ben jij dat je me dát vraagt?’ ‘Ik zal er zijn’ luidt het antwoord. Met andere woorden:
– keer je naar elkaar toe en
– help elkaar het ondragelijke te dragen,
– want ik, zo spreekt de Heer, kan ook niet anders dan er zó te zijn.

Gebeurde zoiets niet vrijdagavond in Utrecht? Vele duizenden keerden zich naar elkaar toe en liepen naar de plek van dood en bederf die transformeerde in een bloemenzee. Door samen de kracht van de zachtmoedigheid te beleven, ervoeren ze de troost dat er naast haat ook veel liefde is in deze wereld.

Joost Koopmans osa, 24 maart 2019

Dit bericht is geplaatst in Nieuws, Overwegingen. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *