De wijn is op

wijn

Foto: neelaka

Johannes 2, 1-12 Jesaja 62, 1-5

De wijn is op, alleen nog maar water. Je weet niet meer verder, je kan niet meer, geen uitzicht meer. En ondertussen host de wereld om je heen maar door, net als de bruiloftsgasten die nog niet door hebben dat de wijn op is. En dan, opeens, blijkt er toch weer wijn te zijn, zes vaten maar liefst, en nog lekkerder ook dan wat je ooit gedronken hebt.

De wijn is op: met lood in je schoenen ga je naar huis; je kunt de mantelzorg voor je man, je vrouw, moeder of vader eigenlijk niet meer aan, het gaat al lang boven je krachten. De wijn is op: je kinderen zitten in een moeilijke fase en zijn vaak onhandelbaar. Elke dag is het maar weer afwachten hoe de sfeer zich ontwikkelt. De wijn is op: je krijgt van de dokter een slecht bericht te horen. Op je werk hebben ze alweer nieuwe reorganisatiemaatregelen bedacht. En ’s ochtends bij het opstaan heb je geen illusies over wat de nieuwe dag zal brengen.

En dan, opeens, blijkt er toch weer wijn te zijn. Wonder boven wonder vind je steeds weer opnieuw de kracht om te zorgen. Opeens tref je de goede toon en geniet je van je kinderen. Opeens blijk je beter overweg te kunnen met je ziekte dan je had gedacht, je blijkt zelfs meer tijd erbij te krijgen dan de dokter had verwacht. De veranderingen op je werk pakken bij nader inzien niet eens zo verkeerd uit. En terwijl je je nog zorgen maakt, brengt de nieuwe dag opeens een lichtpuntje wat je nooit had verwacht. — De wijn is op, alleen nog maar water, maar opeens sta je, net als de ceremoniemeester, uit die watervaten wijn te proeven die lekkerder is dan ooit.

Hoe vaak denk je: doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg. Hoe vaak denk je dat je het maar met water moet doen, en dat dat ook helemaal niet zo verkeerd is. Dan geef je ‘water’, maar dan blijk je toch iets gezegd of gedaan te hebben wat voor de ander zoete wijn blijkt te zijn. Je schenkt water, je doet maar naar beste weten en geweten, maar opeens blijkt het uit te pakken als de meest kostbare wijn. Je voelt je zwak, kwetsbaar, misschien ben je ook te oud — maar je blijkt meer te kunnen dan je dacht, je blijkt meer kracht te hebben dan je had verwacht, opeens wordt je meer gegeven dan je durfde hopen: de lekkerste wijn, liefst zes vaten vol.

Ik vertel het elk jaar weer: het allereerste wat over het zeg maar ‘werkzame’ leven van Jezus verteld wordt is, dat hij van water wijn maakt. Van water wijn maken, daarvoor is hij in de wereld gekomen, dat is zijn programma. En dat ons water moge veranderen in wijn, daartoe roept hij ons, dat is onze bestemming. Dat is zijn en ons evangelie. ‘Evangelie’ betekent ‘goede boodschap’. Het is zijn boodschap en het is onze roeping dat water verandert in wijn.

Dat kan je in een preek natuurlijk makkelijk zeggen, maar meestal staan we toch een beetje onthand net als de bruid en de bruidegom op het bruiloftsfeest. De wijn is op, wat nu!?

Maria gaat naar Jezus en zegt tegen hem: ‘Ze hebben geen wijn meer.’ Misschien beseffen we bij het lezen van ons evangelie nog niet half hoeveel gelijk Maria nog steeds heeft tot op de dag van vandaag. ‘Ze hebben geen wijn meer’, dat ervaren we al vaak genoeg in ons persoonlijk leven. Maar dat klopt zeker ook in groter verband. Wanneer de Brexit-discussie in het Engelse parlement gebruikt wordt om gelijk ook maar partij-interne ruzies uit te vechten, dan hebben ze inderdaad geen wijn meer. Wanneer Afrikaanse dictators er toch maar weer onderuit komen, wanneer we vluchtelingen wekenlang op de Middellandse Zee laten dobberen, dan hebben we inderdaad geen wijn meer.

En wat te zeggen over onze samenleving waar we tussen het water van materialisme en marktwerking snakken naar de wijn van wat ons overstijgt. Bisschop de Korte heeft het in zijn beleidsplan over ‘de religieuze sprakeloosheid’. De grote vaten in het publieke domein zitten vol water, en als je toch wijn wilt dan drink je maar je eigen glaasje privé in je eigen huis. ‘Ze hebben geen wijn meer’, Maria heeft gelijk. En dat fluistert ze vandaag de dag ook in óns oor: ‘Ze hebben geen wijn meer’. Dat is onze opdracht, onze roeping als kerkgemeenschap.

En als we dan naar onze eigen krachten kijken, als we zien dat we met z’n allen steeds ouder worden, als we beseffen dat we toch uit onze knusse comfortzone zullen moeten treden, dan willen we misschien net zo afwijzend reageren als Jezus. Hij snauwt zijn moeder toe: ‘Wat wilt u van me?’ In mijn Duitse Lutherbijbel staat hier zelfs ‘Weib’, ‘wijf, wat wilt u van me?’

Maar Maria laat zich niet van haar stuk brengen en zegt tegen de bedienden: ‘Doe maar wat hij jullie zegt, wat het ook is.’ En dat zegt Maria ook tegen ons: heb vertrouwen, ’doe maar wat hij jullie zegt’. En Jezus zegt: ‘Vul de vaten met water’. Als je denkt dat de wijn op is, als je denkt dat je alleen nog maar water hebt, neem dan dat water en vertrouw erop dat het wijn kan worden. Heb vertrouwen dat het je gegeven wordt dat jouw vaten met water opeens gevuld blijken te zijn met de lekkerste wijn.

Het is het eerste wonder wat Jezus in zijn ‘carrière’ verricht, maar het wonder gaat door. Opeens blijk je meer te kunnen dan je dacht, je blijkt meer kracht te hebben dan je had verwacht. Onze kerkgemeenschap blijkt meer te kunnen betekenen dan we zelf doorhebben. En wie weet komt er ook meer wijn van gerechtigheid en vrede in onze wereld.

Heb vertrouwen, zegt Maria, ‘doe maar wat hij jullie zegt.’ De ceremoniemeester proeft en zegt tegen de bruidegom: ‘Iedereen zet zijn gasten eerst de goede wijn voor en als ze dronken zijn de minder goede. Maar u hebt de beste wijn tot nu bewaard!’ — Moge het zo zijn.

Ekkehard Muth, 20 januari 2019

Dit bericht is geplaatst in Nieuws, Overwegingen. Bookmark de permalink.

1 Response to De wijn is op

  1. Theo Thier schreef:

    20 januari kon ik niet in de Boskapel zijn.
    Goed, dat ik Ekkehards overweging nog kon lezen, dankzij de attente plaatsing van Miek Altorf op de website.

    ‘De wijn was op…’
    Ik voel me persoonlijk aangesproken.
    Dat zou wel eens een kenmerk van een goede overweging kunnen zijn, denk ik.

    Onlangs beëindigde ik mijn lidmaatschap van de Participantenraad van de Boskapel.
    ‘De wijn was op!’ Ik ben overgegaan op water.
    Even was er dat schuldgevoel.
    Niet nodig.

    Ik ga wel doen ‘wat Hij me zegt’…

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *