Boegbeeld

Goede middag,

Ik voel dat er onder jullie Boskapellers zijn die denken ‘hè, hè, daar heb je hem met zijn beelden weer’.
Ja, ja, daar ben ik weer en het wordt nog erger ook want over twee weken komen Inge en ik naar de Boskapel met op onze achterbank de heilige Agnes.

Vandaag op de dag zelf van het hoogfeest van Driekoningen kom ik, zoals eerder aangekondigd, met drie mini-koningen. Daar op de altaartafel nog maar één herder, de rest is al naar huis, maar alle drie koningen, compleet, ook Balthasar met wierook, de zwarte koning, naar we mogen hopen niet de opvolger van de Zwarte Piet-discussie. Voor de zekerheid heb ik er een vergrootglas bijgelegd.

Wat ik u eigenlijk zeggen wil betreft niet de Driekoningen, maar onze eigen Augustinus, ons geestelijk ijkpunt en inspiratie. Het zag er al naar uit dat we straks in de Maranathakerk de beschikking zouden kunnen krijgen over een grotere Augustinus dan die in het Nijmeegse en ook dan die in het Groesbeekse. We hebben ons gewend tot het heiligenbeeldenmuseum van Kranenburg. Niet het Kranenburg van hier pal over de grens, maar het Kranenburg bij Vorden. Daar komt men door van het Ekkehardse De Steeg een eind rechtdoor te rijden en dan rechtsaf. We gaan voor onbepaalde tijd in bruikleen krijgen een gave, gipsen Augustinus van 1.20 hoog met staf en brandend hart. Alleen de staf moet nog wat bijgewerkt worden.

Boskapellers, dit is geen gewoon beeld. Dit is een boegbeeld. Een beeld dat ons eigen
Augustijns centrum in twee opzichten verbééldt. Om te beginnen naar onszelf toe: we gaan verhuizen van het ene Godshuis naar het andere, maar zoals Els eerder al heeft aangekondigd, verder verandert er niets. We blijven wie en wat we zijn, we komen wat financiën en ruimten betreft hooguit in een wat ruimer jasje te zitten. Daarnaast in het tweede opzicht dus, wordt de Boskapel ook de kern of de spil van het Stadsklooster in wording… met het boegbeeld als een soort uitroepteken.

Ons Augustijns centrum vraagt in beide geschetste opzichten naar iets waarmee de regel van Augustinus begint: eensgezind en tezamen. Op eerste kerstdag verwoordde de paus dat met ‘fraternità’ en de koning met ‘samen’.
Laat ons dat gezegd zijn.
Ik eindig met een citaat van Augustinus dat we niet in alle overwegingen te horen krijgen.
Naar aanleiding van het scheppingsverhaal wijst Augustinus erop dat God alle levende wezens tegelijk geschapen heeft, vissen tegelijk, vogels tegelijk en alle dieren op de aarde tegelijk, maar de mens niet. Er staat in De civitate Dei Boek XII, 28: “God heeft Adam als een eenling willen scheppen om daarmee zijn vele nazaten ervan te doordringen hun onderlinge eensgezindheid te bewaren.”

Zou ons boegbeeld daarvan een symbool mogen zijn???

Ik dank u.

Chris Dijkhuis, 6 januari 2019

Dit bericht is geplaatst in Nieuws. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *