Augustonius

Lucas 15, 1-10 Exodus 32, 7-14 Boskapelviering in Antonius van Paduakerk

‘Deel in mijn vreugde.’ De herder komt terug en roept al zijn vrienden en buren bij elkaar. ‘Deel in mijn vreugde, want ik heb het schaap gevonden wat verdwaald was. En de vrouw roept al haar vriendinnen en buren bij elkaar. ‘Deel in mijn vreugde, want ik heb de drachme gevonden die ik kwijt was.’ — ‘Ik zeg u:’ zegt Jezus, ‘zo zal er in de hemel meer vreugde zijn over één zondaar die tot inkeer komt.’ En ‘zo zeg ik u, ‘heerst er ook vreugde onder de engelen van God over één zondaar die tot inkeer komt.’

Voor dat de heilige Antonius van Padua zich aansloot bij de Minderbroeders was hij tien jaar lang augustijn. En Augustinus heeft zelf aan den lijve ervaren hoe het is om als een drachme kwijt te raken en om als een schaap te verdwalen. ‘Zie’, schrijft hij in zijn Belijdenissen (X,38), ‘zie, U was in mij, maar ik zocht u buiten mij.’ En met de woorden van ons evangelie zou hij verder zeggen: Maar toen heeft u als een herder ‘geroepen en geschreeuwd, en mijn doofheid doorbroken.’ Als de vrouw op zoek naar de drachme heeft u ‘uw licht laten stralen en mijn blindheid verdreven.’

Die zondaar in ons evangelie dat is voor Augustinus dan ook vooral iemand die als dat ene schaap wegloopt van zichzelf. Iemand die als die ene drachme buiten kwijtraakt, ‘ik zocht u buiten, maar u was in mij.’ — ‘Keer terug naar je hart’, zegt Augustinus dan, ‘keer terug naar je hart en zie in het beeld de schepper ervan.’

Dat je wegloopt van jezelf, dat je jezelf kwijtraakt, daarmee bedoelt Augustinus niet zozeer het weglopen van je eigen individualisme, maar dat je wegloopt van hoe je bedoeld bent, dat je wegloopt van je bestemming, dat je wegloopt van je roeping. En dan raak je jezelf kwijt, je verdwaalt van jezelf, met als gevolg dat ook God jou kwijtraakt.

Verdwalen en kwijtraken, dat kan op vele manieren. Misschien raak je jezelf kwijt doordat je je conformeert aan wat de buitenwereld van je verwacht: dat je je als vrouw gedraagt of als man, terwijl je voelt dat je anders bent. Dat je hetero wilt zijn om gedoe te voorkomen, terwijl daardoor jijzelf en de ander de echte liefde kwijtraakt. Misschien heb je een bepaald beeld van hoe je vader moet zijn of moeder, maar ga je daarmee voorbij aan jezelf en ook voorbij aan je kind. Misschien voel je al lang dat je op je werk niet met de dingen bezig bent die ertoe doen, maar blijf je toch maar doorgaan omdat je geen ander perspectief ziet.

— Wat verlang je dan naar ‘deel in mijn vreugde’, wat verlang je dan naar dat je terugvindt waartoe je geroepen bent.
Je kan ook kwijtraken door stil te blijven staan. Dan zeg je misschien: vroeger was alles beter, of: waarom kan het niet blijven zoals het was, het was toch goed zo. Dan trekt de kudde met de 99 schapen verder en raak jij zoek. Je kan ook jezelf kwijtraken doordat je stil blijft staan en ophoudt met het zoeken naar jouw roeping, naar hoe je bedoeld bent. Dan denk je misschien: ik ben oud, voor mij hoeft het allemaal niet meer. Met als gevolg dat niet alleen jij je bestemming kwijtraakt, maar dat ook wij die drachme kwijtraken van wat God door jou had willen laten zien.

— Wat verlangen wij er dan naar om te kunnen roepen: ‘deel in mijn vreugde’ want we hebben die drachme teruggevonden, we hebben jouw weer gevonden, nu is onze kudde weer compleet.
Ook als samenleving kan je verdwalen en kwijtraken. Daar gaat onze eerste lezing over. We zoeken het in de materie, in geld, in het maakbare en meetbare. Mozes heeft de geboden van God nog niet in de stenen platen gebeiteld, of het volk heeft al lang een gouden kalf gemaakt. Ze hebben de materie tot god verheven, ze knielen daarvoor neer en brengen offers. God stuurt Mozes terug, ’ga terug naar beneden, want jouw volk misdraagt zich. Nu al zijn ze afgeweken’, nu al zijn ze hun bestemming kwijtgeraakt.

Mozes weet nog niet dat hij straks uit woede en frustratie de platen kapot zal gooien, maar nu zegt hij tegen God: wilt u toch ‘ervan afzien onheil over uw volk te brengen.’ En hij herinnert God aan zijn eigen verlangen, namelijk om het volk talrijk te maken en naar het beloofde land te brengen.

— Om maar met ons evangelie te spreken: Goede God, wat verlangt u er toch naar om te kunnen roepen ‘deel in mijn vreugde’ ik was mijn volk kwijtgeraakt, maar ik heb het teruggevonden.
Je kan ook als kerk weglopen van je eigen roeping. Dan worden het ambtelijk apparaat en de hiërarchie die ooit bedoeld waren om aan de roeping handen en voeten te geven worden opeens belangrijker dan de roeping zelf. Dan blijft die drachme, dan blijft de schat van je roeping ergens in het stof liggen en heeft de kerk geen enkel nut meer. Of je kan je naar binnen keren en krampachtig proberen te behouden wat je hebt. Dan trekt de kudde verder en raak je zoek.

— Maar als wij het niet doen, wie anders moet dan roepen: ‘deel in mijn vreugde’? Laten wij niet weglopen. Laten wij niet weglopen van onszelf, niet van onze verantwoordelijkheid in onze samenleving, en laten we al helemaal niet weglopen van onze bestemming als kerkgemeenschappen. Dat heeft Antonius namelijk ook niet gedaan. Als goede augustijn is hij teruggekeerd naar zijn hart en heeft daar zijn roeping gevonden. Hij werd franciscaan om net als de herder op zoek te gaan naar de mensen zelf, en om net als de vrouw in ons evangelie op zoek te gaan naar de schat in mensen.

Zo zijn Augustinus en Antonius een goed koppel. Laten we als ‘Augustonius’ er zijn voor de mensen, en laten we roepen: ‘deel in mijn vreugde.’ Dat de mensen in het Pelgrimshuis terug kunnen keren naar hun hart. Dat ze in het Stadsklooster met elkaar kunnen ontdekken waartoe zij geroepen zijn. Zoals de herder het schaap terugbrengt naar de kudde, moge het Stadsklooster ons als kerkgemeenschap weer terugbrengen naar de mensen. En zoals de vrouw de drachme terugvindt, moge het Pelgrimshuis ons als kerkgemeenschap weer van waarde maken. Laten we niet weglopen maar laten we roepen: ‘Deel in mijn vreugde.’

Ekkehard Muth, 15 september 2019

Dit bericht is geplaatst in Nieuws, Overwegingen. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *