Vertrouwen

Marcus 14, 12-26 / Exodus 24, 3-8

Afgelopen zondag vierden we hier Eerste Communie. Vandaag, op Sacramentsdag, is het een beetje eerste communie voor ons doorgewinterde volwassenen. Maar, wees gerust, er volgt hier nu geen uitgebreide catechese over de eucharistie. Brood en wijn delen, communie vieren dat is namelijk in eerste instantie een kwestie van vertrouwen. Gelovig vertrouwen van onze kant, maar vooral vertrouwen van God in ons.

Als ik straks bij het uitdelen van de communie iedereen zou vragen: wat voel je nu, wat betekent het voor jou? — Geen angst, dat ga ik echt niet doen — Maar stel dat we dat nu aan iedereen zouden vragen, dan zouden we net zoveel verschillende antwoorden krijgen als er hier mensen zijn. Waarschijnlijk zou iedereen het net iets anders formuleren, zou iedereen een andere betekenis hechten aan de communie.

En als je goed kijkt zal het waarschijnlijk ook bij jou zelf van week tot week anders zijn. Misschien ben je ziek en heb je vooral kracht nodig, de kracht van het brood. Misschien heb je zorgen en zoek je vooral moed. Misschien ben je wanhopig omdat je het echt niet meer weet en zoek je vooral gemeenschap, communio, een gemeenschap, Christus die gewoon met je meegaat. Misschien sta je voor de puinhopen van je leven, je begint met opruimen, maar het is nog een hele weg te gaan, dan zoek je een sprankje licht, zoals het zonlicht in de wijn vonkelt. Dan zoek je geestkracht en inspiratie, zoals de wijn al jouw vezels vervult. Maar misschien gaat het je ook voor de wind, misschien ben je blij en dankbaar, misschien ben je verliefd en gelukkig. Dan kom je misschien om de feestwijn te drinken.

Zoveel mensen, zoveel situaties, zoveel verlangens! En dan hebben we het nog niet eens gehad over theologische duiding van het sacrament, en al helemaal niet over de leer van de kerk. En dat is nou juist de kracht van het sacrament: het werkt ook zónder de regels van de kerk, het werkt ook zonder theologische onderbouwing.

Het is juist andersom: eerst ervaren we dat brood en wijn ons wonder boven wonder verbinden met God. Eerst ervaren we, dat we bij alles wat ons overkomt, uit dit brood en wijn kracht en moed putten. En pas dan volgt het nadenken daarover: wat vertelt ons deze ervaring over God? Wat laat God van zichzelf zien? En uiteindelijk wordt dat dan theologie. En vervolgens zetten we de volgende stap, namelijk: hoe kunnen we al deze ervaringen van mensen en al deze betekenissen die brood en wijn voor ons kunnen hebben vasthouden? Misschien moeten we het allemaal opschrijven zodat we het niet vergeten? En uiteindelijk wordt dat dan de leer van de kerk.

De eucharistie is niet van de kerk, maar de kerk is van de eucharistie. In onze eerste lezing zien we Mozes een archaïsch ritueel voltrekken. Hij bouwt een altaar met daaromheen twaalf gedenkstenen, voor elke stam van Israël één. Vervolgens worden een aantal stieren ritueel geslacht en op het altaar verbrand als brandoffer. Mozes vangt het bloed op. Bloed werd in die tijd gezien als de drager van het leven. In het bloed zat de levenskracht van God. Hij gooit de helft van het bloed tegen het altaar. Met de andere helft van het bloed besprenkelt hij het volk. — Wat een ritueel! Het altaar als bron van het leven, en de levenskracht van God uitgegoten over de mensen. Zo sluit God een verbond met zijn mensen.

Eeuwen later zitten de twaalf leerlingen net als de twaalf stammen om Jezus heen. Er komt geen bloed aan te pas, maar Jezus neemt de beker met wijn. ‘Dit is mijn bloed, het bloed van het verbond’.

Bloed wordt tot wijn. (En bij de wijding van een altaar hebben we het bloed inmiddels vervangen door olie) Maar we ervaren dezelfde oerervaringen als de mensen toen rondom Mozes, en ook dezelfde oerervaringen als de leerlingen van Jezus. De dogma’s van de synagoge en later de dogma’s van de kerk proberen deze oerervaringen bij te houden en vast te leggen. Maar op het moment dat je denkt: nu heb ik het te pakken, ga je de volgende zondag weer ter communie en merk je: het is weer anders. Gelukkig maar, want het geheim zal altijd groter zijn dan alle theologische bibliotheken. En het mysterie zal altijd groter zijn dan alle kerken en synagogen bij elkaar kunnen voorschrijven.

Afgelopen week hebben we Eerste Communie gevierd van Cherelle, Dewi, Fabienne en Moreno. Ik hoop van harte dat het ter communie gaan hun leven lang steeds weer nieuwe betekenissen gaat ontwikkelen. En ik hoop van harte dat het delen van brood en wijn ook voor ons doorgewinterde eucharistie-vierders nooit ophoudt om ons steeds weer nieuwe delen van het geheim te onthullen.

Het is geen kwestie van theologie of kerkelijke leer. Maar het is een kwestie van vertrouwen. Vertrouwen in het geheim van God, en andersom: vertrouwen van God in ons die zich uitdeelt aan ons.

Ekkehard Muth, 3 juni 2018

Dit bericht is geplaatst in Nieuws, Overwegingen. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *