Stadsklooster Mariken: identiteit visie spiritualiteit

(PDF-versie)

Inhoudsopgave
Het idee
Wat is het stadsklooster?
Spiritualiteit van het Stadsklooster
Hoe werkt het Stadsklooster?
Wat doen we?
Wie zijn de bezoekers, deelnemers en participanten?
De naam ‘Stadsklooster Mariken’
Tot slot: Wie zijn de initiatiefnemers?

.

Het idee
Meer en meer zoeken mensen naar een overstijgend perspectief. Voorbij de materie en ook voorbij de eigen individualiteit proeven we een verlangen naar gedeelde waarden en naar spiritualiteit. Vroeger waren zingeving en spiritualiteit de terreinen van de kerken, maar steeds meer zien wij (in onze stad) juist niet-kerkelijke initiatieven ontstaan waar mensen samen op zoek gaan naar een overstijgend perspectief.

Het veld van spiritualiteit, geloof en zingeving is in de afgelopen jaren dan ook steeds breder geworden. Mensen beleven hun spiritualiteit en geloof steeds vaker op nieuwe plekken; denk aan: musea, concerten, The Passion, Matteüspassion, festivals, stille tochten, lezingen, bijeenkomsten, enz.

Mirella Klomp (PThU) spreekt in dat verband van ‘ecclesioscapes’, van landschappen waar mensen op uiteenlopende plekken momenten van spiritualiteit met elkaar delen. Ad van der Helm en Petra Stassen stellen in hun boek dat ‘God is verhuisd’. Er ontstaan pioniersplekken, en steeds meer komen er initiatieven die duidelijk op monastieke leest geschoeid zijn. Het misschien wel meest geseculariseerde land kent de functie van een Theoloog des Vaderlands, dit jaar vervuld door Claartje Kruijff, en visiting professor aan de Radboud Universiteit Hans Joas poneert dat ‘de Kracht van het Heilige’ sterker is dan ons idee van een noodlottige onttovering. In een stad als Nijmegen worden tal van initiatieven ontwikkeld vanuit het besef dat we toe zijn aan een overstijgend perspectief…

De situatie doet ons denken aan de voorloper van de kloosters: de ‘laura’ of ‘lavra’. Toen lagen de ‘kloostercellen’ wijd verspreid in het landschap. De kloosterlingen leefden hun eigen leven in hun eigen omgeving. Maar op gezette tijden kwamen ze bij elkaar om te vieren, en ook om goederen en diensten te ruilen.

Tegenwoordig lijkt het alsof wij een moderne laura vormen. Een groot aantal initiatieven in de maatschappij, maar ook de kerken in een voor hen nieuwe rol leveren ieder hun eigen bijdrage aan spiritualiteit, geloof en zingeving. — Scholen proberen tegemoet te komen aan de vragen van kinderen en jongeren naar zingeving. Welzijnsorganisaties en zorginstellingen zijn zich bewust van de wezenlijke vragen van mensen voorbij de directe zorgvraag. Overheden beseffen dat cohesie en leefbaarheid ook een kwestie zijn van gedeelde waarden en een overstijgend perspectief. Meer en meer kerkgemeenschappen zoeken naar nieuwe wegen en nieuwe samenwerkingsverbanden. — Het lijken wel ‘cellen’ van uiteenlopende snit in een breed landschap van ecclesioscapes.

Het Augustijns Centrum de Boskapel in samenwerking met het Oecumenisch Citypastoraat in de Stevenskerk heeft het initiatief genomen voor het ‘Stadsklooster Mariken’. Geen ommuurd claustrum, maar een klooster eerder in zijn oervorm, met ‘cellen’, initiatieven, kerkelijk of niet kerkelijk geïnspireerde plekken verspreid over de stad, maar verbonden in een gedeeld verlangen.

Misschien is het geen toeval dat kloosters tegenwoordig zo in de belangstelling staan. Klooster-glossy’s geven een inkijk in de wondere wereld van de clausuur. De kloosterlijke gastenverblijven puilen uit. Maar ook thuis speurt menigeen naar de kloosterling in zichzelf onder het genot van een kloosterbier.

Hoe vaak waren kloosters niet de redding van de samenleving, als bakens van beschaving, toevlucht voor zieken, bewaarders van kunst en wetenschap, plekken van scholing, opleiding en daarmee ook van emancipatie? En hoe vaak waren kloosters daarmee niet ook de redding van de kerk? Door enerzijds de kerk opnieuw te bepalen bij haar roeping, maar door anderzijds juist ook weer op vernieuwing in te zetten.

.

Wat is het Stadsklooster?
Het Stadsklooster is een plek waar kerkelijke en maatschappelijke spiritualiteit bij elkaar komen. Uiteenlopende initiatieven, kerkgemeenschappen, gemeente, instellingen werken daarin samen. Ze leren van elkaar, versterken elkaar, gebruiken elkaars expertise, maar vooral: zij bieden plek en ruimte aan het gedeelde verlangen.

Met het Stadsklooster sluiten we aan bij de oeroude en tegelijkertijd telkens weer nieuwe revitaliseringskracht van kloosters en monastiek geïnspireerde initiatieven. We stellen maatschappelijke initiatieven in de gelegenheid om gebruik te maken van de traditie van spiritualiteit, verdieping en vernieuwing. En we bieden de (moeder-)kerken de gelegenheid om zichzelf te vernieuwen door hun kerkelijke spiritualiteit te staven aan maatschappelijke spiritualiteit. Een moderne laura in een breed Nijmeegs landschap.

Zelfstandigheid én verbondenheid
Zoals het de intentie van het Stadsklooster is om verbinding aan te gaan met maatschappelijke initiatieven, zo is het ook de uitdrukkelijke wens van het Stadsklooster om verbonden te zijn met de (moeder-)kerken.
Het Stadsklooster werkt dus in zelfstandigheid én verbondenheid.

Het beeld van de laura en de ecclesioscapes wijst daarbij op een nieuwe positie van de kerken. Op spiritueel gebied ligt het primaat niet meer bij hen, maar maatschappelijke en kerkelijke initiatieven geven sámen vorm aan het landschap. De rol van het Stadsklooster is om een brug te slaan tussen maatschappelijke en kerkelijke spiritualiteit. Verschillen zullen blijven, in cultuur, nestgeur, religieuze of niet-religieuze duiding, maar sámen vormen zij één laura.

.

Spiritualiteit van het Stadsklooster
In het Stadsklooster zoeken gelovige -, niet gelovige- en anders-gelovige mensen naar een overstijgend perspectief. Als we in deze paragraaf de spiritualiteit van het Stadsklooster beschrijven dan gebeurt dat niet om aan anderen een spiritualiteit op te leggen, als dat überhaupt zou kunnen, maar om ons zelf bewust te maken wat ons drijft en wat ons zoekt naar een overstijgend perspectief.

Elk klooster heeft een spiritualiteit, maar de hierna beschreven spiritualiteit van het Stadsklooster is een spiritualiteit die juist de verbinding zoekt met ándere spiritualiteiten. Een spiritualiteit niet om af te bakenen, maar om grenzen te overstijgen.

De directe aanleiding om tot een Stadsklooster te komen, ligt voor ons wel in de spiritualiteit van Augustinus, waarbij de gemeenschap een centrale plaats inneemt; niet de stenen van het gebóuw, maar de ‘levende stenen’ zijn van belang. Een klooster is vanuit de traditie een plek om binnen de gemeenschap en in afzondering te zoeken naar God. Bij Augustinus leidt deze zoektocht linea recta naar de mens; zowel naar binnen, bij jezelf, alsook naar buiten, naar de ander. Hij haalt zijn inspiratie uit het Evangelie om zó gestalte te geven aan het Rijk van God.

Het is ons verlangen om in het Stadsklooster God op het spoor te komen zowel bij mensen die vertrouwd zijn met het zoeken naar God, alsook bij mensen die het overstijgende perspectief wellicht niet in de term ‘god’ willen of kunnen vatten. Uitgangspunt is dat ’God oplicht in mensen’, en dat zich dat niet alleen beperkt tot ‘kerkmensen’. Ook mensen en initiatieven die niet vanuit een christelijke spiritualiteit leven kunnen ons op het spoor van God brengen. Gedreven door dit verlangen zijn we samen onderweg naar een overstijgend perspectief, iets dat wij voor onszelf God noemen, hoe ongrijpbaar Hij ook is. Augustinus bijvoorbeeld weet dat heel treffend weer te geven in hfd 10 van zijn Belijdenissen (zie citaat 1 hiernaast).

De kracht van de augustijnse spiritualiteit ligt daarin dat Augustinus de verticaliteit en de horizontaliteit van ons geloven bij elkaar brengt; m.a.w. dat de weg naar het hogere linea recta ook leidt naar de mens. Daarom wordt theologie, dus het denken en het spreken over God, bij hem ook altijd gestaafd door de eigen ervaring en de persoonlijke beleving van mensen.

We denken dat deze (ervarings-)spiritualiteit goed aansluit bij de huidige samenleving. Mensen zijn primair op zoek naar spiritualiteit en niet meteen op zoek naar een kerk of organisatie. Mensen zoeken een gemeenschap, noem ze mede-tochtgenoten, waarbij ze samen zoeken naar innerlijke groei, naar heiliging van elkaar, in een omgeving waar de onderlinge vriendschap en liefde voorop staat. Samen zoeken, samen proeven en samen schuren hoe we ‘goed’ kunnen leven waarbij niet zozeer het antwoord als wel het zoekende gesprek (de weg) hierover van belang is om op deze wijze samen met anderen te zoeken naar nieuwe uitdagingen.

Het Stadsklooster herbergt de rijke schat van de christelijke traditie, gebaseerd op het Evangelie van Jezus Christus. Het Evangelie / deze schat is voor ons het fundament, maar óók ons vertrekpunt in heel ons handelen. Het Evangelie kan in een Stadsklooster vanuit verschillende spiritualiteiten worden belicht, soms met een net iets ander accent, maar samen zijn we onderweg. Augustinus wijst ons daarom in preek 269 er dan ook op dat we niet enkel in onze comfortzone moeten blijven steken, maar steeds verder moeten trekken (zie citaat 2 hiernaast).

Het Stadsklooster wilt een alternatief bieden tegen een maatschappij die gedragen wordt door hebzucht, hoogmoed en macht; het wil werken aan een evangelische gelijkheid onder alle mensen. Voorbij al het individualisme en voorbij al het maakbare zoeken wij naar gedeelde waarden, vanuit verschillende spiritualiteiten, die het individu en het maakbare overstijgen. Het lijkt dan misschien dat het altijd om jezelf gaat, maar het gaat juist veel verder dan jezelf. Het gaat ook om de ander want in het gelaat van de ander ontmoet je God. En het gaat om jouw relatie met de Eeuwige, de altijd Aanwezige. Dus geen ik-gericht denken, maar een U-gericht denken. Hoe dichter je bij jezelf durft te komen, hoe overstijgender, transcendenter het wordt.

Gelijke monniken, gelijke kappen; niet de verschillen staan voorop, maar het gedeelde verlangen naar een overstijgend perspectief. In het Stadsklooster werken gelovige en niet-gelovige, kerkelijke en niet-kerkelijke mensen en initiatieven samen. Dit gebeurt in gelijkwaardigheid en wederkerigheid. We leren van elkaar, versterken elkaar en gebruiken elkaars expertise. We putten uit de rijke traditie en expertise van de kerken om deze vervolgens dienstbaar te maken aan de samenleving waardoor de traditie ook weer nieuwe facetten kan krijgen.

Uitgangspunten
Deze visie rond de spiritualiteit van het Stadsklooster leidt tot de volgende uitgangspunten:

    • Alle activiteiten die vanuit het Stadsklooster worden aangeboden zijn gebaseerd op christelijke waarden en tradities in de breedste zin van het woord. (Dus ook bijv. de dialoog tussen de christelijke en de niet-christelijke wereld kan hieronder vallen.)
    • De Schrift biedt ons mogelijkheden om in het Stadsklooster tot een bundeling van christelijke rijkdom te komen, door op verschillende plekken en vanuit verschillende visies op spiritualiteit samen te komen en ons te bezinnen en samen te vieren. (In Joh 14.4 staat immers ook: ‘Het huis van mijn Vader kent vele woningen.’)
    • Eert God in elkaar, en zie in elkaar het beeld van God.
      De kracht van de augustijnse spiritualiteit ligt daarin dat Augustinus de verticaliteit en de horizontaliteit van ons geloof bij elkaar brengt. De weg naar het hogere leidt ook naar mensen. Want God licht op in mensen en dat beperkt zich niet tot kerkmensen. Juist ook mensen en initiatieven die niet vanuit een christelijke spiritualiteit leven kunnen ons op het spoor van God brengen. ‘Eer in elkaar God, want ieder van u is zijn tempel geworden’ (Regel van Augustinus hfd I. 8).

  • Spiritualiteit is ook het (opnieuw) vinden van wat er al is – een herbronning – dus verbinding proberen te maken met de bron (= de christelijke traditie). Die traditie, met haar schat aan kennis, vragen, inzichten en geloof stellen we ter beschikking. Tegelijkertijd laten we de traditie ook bevragen en toetsen. Het Stadsklooster zal hiervoor nieuwe vormen aanreiken.
  • Wij zijn al pelgrimerend samen op weg naar God, waarbij God niet alleen einddoel maar óók vertrekpunt is. Augustinus geeft het in hoofdstuk 1 van de Regel heel treffend aan: ‘één van ziel en één van hart op weg naar God’. Wij zijn op zoek naar God, maar God is ook op zoek naar jóu. Augustinus geeft dit in een gebed weer in hfd 10 van de Belijdenissen (zie citaat 3 hiernaast).
  • Christus trekt dus met ons mee (ondanks dat je het niet merkt), Hij lijdt met je mee; Hij staat naast je; Hij stelt je vragen, zoals Hij dat ook deed bij de Emmaüsgangers die op weg waren naar Jeruzalem. (‘Waarover spreken jullie met elkaar; wat is dat voor een gesprek dat u daar voert?’ (Lucas 24, 11-35).)
  • In het Stadsklooster willen we aandacht hebben voor het gewone, de kleine dingen, en willen óók daarin God(s schepping) zien; we willen respect tonen voor Gods schepping en zijn maker.

.

Hoe werkt het Stadsklooster?
Om het Stadsklooster te realiseren oriënteren we ons aan de vroegere samenwerking van de Rooms Katholieke Kerk en de Protestantse Kerk rondom het Oecumenisch CityPastoraat. Er zijn in het verleden gesprekken geweest met bisschop Gerard de Korte, deken Henk Janssen, met Barend de Gooyert, voorzitter van de kerkenraad van de PGN, met Wim den Braber en Erik Verwoerd van het pioniersteam van de PKN, met de Raad van Levensbeschouwing en Religie Nijmegen, met de Raad van Kerken Nijmegen. Wij worden bijgestaan door Embregt Wever, adviseur vanuit het bisdom Den Bosch, en we zijn een traject begonnen met Egbert van der Stouw, PKN-begeleider voor monastieke initiatieven. Er zijn gesprekken met Jaap van Beelen (PKN), deken Henk Janssen (RKK) en aartsbisschop Joris Vercammen (OKK). We willen uitdrukkelijk dat de (moeder)kerken participeren in het Stadsklooster.

Tegelijkertijd hebben we als initiatiefnemers van het Stadsklooster intensieve contacten met tal van initiatieven op zingevingsgebied in Nijmegen, zoals Ieder talent telt, OpenSlowcafé en vele andere. De bovengenoemde samenwerking met de kerken willen we uitbreiden tot een samenwerking van kerken én maatschappelijke initiatieven. Op die manier wordt het Stadsklooster tot een laboratorium voor kerkelijke en maatschappelijke spiritualiteit.

.

Wat doen we?
Vormingsprogramma. In het vormingsprogramma bundelen uiteenlopende (kerkelijke en vooral ook niet kerkelijke) samenwerkingspartners hun krachten en proberen we op allerlei manieren onderwerpen aan de orde te stellen die er in het leven van de mensen waarmee we in aanraking komen er echt toe doen. We doen dit in lezingen, debat, bezinningsbijeenkomsten, podiumgesprekken, pelgrimstochten, spirituele café’s, conferenties, enz.

In de afgelopen jaren hebben we op dat gebied goede ervaringen opgedaan:

Drie keer per jaar organiseren we samen met het Huis van Compassie, de Raad voor levensbeschouwing en Religie en het Vincent de Paul Centre podiumgesprekken bij actuele thema’s.

We bieden verdiepende programma’s in de jaarlijkse Vredesweek, b.v. met Paul de Blot sj, Klaas van Egmond, Huub Oosterhuis, Erik Borgman, Stefan Paas, enz.)

Samen met het Instituut voor thanatologie aan de RadboudUniversiteit en het Studentenpastoraat hebben we het programma aangeboden ‘Een boekje open over de dood’

We werken mee aan de Verhalendag in samenwerking met de Raad voor Levensbeschouwing en Religie.
We kunnen constateren dat we hiermee een steeds breder wordend publiek kunnen bereiken, juist ook mensen buiten het kerkelijk circuit.

Evenementen op het snijvlak van godsdienst en cultuur. Er vinden vieringen/evenementen plaats zoals Om Alle Zielen, AswoensdagAnders, Kinderkerstviering van de Stevenskerk, Concert/Vespervieringen, Interreligieuze vieringen, bijeenkomsten zoals b.v. na de aanslagen in Brussel, enz.

Met deze evenementen proberen we om traditioneel kerkelijke gebruiken dusdanig te laten transformeren dat zij relevant worden voor niet-kerkelijke en voor niet-gelovige bezoekers. De evenementen zijn zodanig vormgegeven dat we gezámenlijk op zoek gaan naar het overstijgende perspectief. De evenementen bieden bewust ruimte voor transcendentie, maar het is aan de bezoeker zelf om die transcendentie religieus of niet-religieus in te vullen. We merken dat wij hiermee voorzien in een stijgende behoefte. In een neo-liberale samenleving zijn steeds meer mensen op zoek naar waarden die begrippen als marktwerking en maakbaarheid overstijgen.

Al vijf jaar organiseren we ‘Om Alle Zielen’, een belevingstocht langs rituelen, muziek, creativiteit, symboliek, waar mensen in hun eigen tempo en op hun eigen manier kunnen stilstaan bij hun overledenen en bij hun eigen eindigheid. We bereiken hiermee jaarlijks zo’n 150 bezoekers. Enkele reacties: ‘Wat een schoonheid, wat een troost!’ – ‘Ik moest erg huilen, en daar had ik vooraf ook op gehoopt.’ – ‘De opbouw klopte helemaal! Alle stadia van de tocht sloten helemaal aan op mijn emotionele proces. Het was helemaal goed.’ – ‘Dank voor dit onvergetelijke professionele event.’

Voor de derde keer bieden we in samenwerking met het OCP op Aswoensdag een alternatieve viering aan. We hebben het traditioneel kerkelijke gebruik omgevormd tot een moment waar mensen kunnen stilstaan bij ‘opnieuw beginnen’, ‘het oude overgeven aan het reinigende vuur’ en ‘nieuw leven putten uit de vruchtbare as’. Mensen ontvangen naar eigen keuze het traditionele askruisje of een ander teken van as. Vergeleken met de vroegere aswoensdagvieringen is het bezoekersaantal verviervoudigd.

De Kinderkerstviering in de Stevenskerk slaat de brug naar andere religies en naar niet-religieuze tradities. Er gaat b.v. een imam mee voor. De kinderkerstviering trekt zo’n duizend bezoekers. Mensen blijken vooral te komen vanwege de spirituele ruimte die de klassieke confessionele grenzen overstijgt.

We hebben net een begin gemaakt met Vespervieringen rond Maria. Met goede muziek en een vernieuwende benadering blijkt dit wel heel erg binnenkerkelijke gebeuren grote relevantie te hebben voor een brede kring van spirituele zoekers. Mensen zijn blij dat verloren gewaande waarden in een nieuwe vorm opnieuw kader kunnen bieden voor hun levensvragen.

In het Stadsklooster zullen we evenement-achtige activiteiten ontwikkelen om mensen in de gelegenheid te stellen het overstijgende perspectief te verkennen. Maar tegelijkertijd hebben deze evenementen ook weer hun neerslag op de eigen binnenkerkelijke vieringen.

Vieringen. Het belangrijkste in het kloosterleven is het vieren. Op gezette tijden wordt de verbinding gezocht van het overstijgende (ora) met het leven van alledag (labora). Misschien heeft de ‘religieuze onzekerheid’ [1] en het gemis van kader om levensvragen een plaats te geven direct te maken met het feit dat er door zovelen niet meer gevierd wordt.

Het lijkt er nu op dat het Stadsklooster hiermee vasthoudt aan een ouderwets kerkelijke activiteit, maar we zien vieren ten diepste als een dienst aan de maatschappij. In dagblad Trouw van 21 juli 2018 zegt Matthias Smalbrugge: ‘Religies die geen maatschappelijk en cultureel narratief mogen bieden laten een ontzielde maatschappij achter.’ We zien dan ook vieringen als een specifiek surplus. Vieringen die de traditie doen aansluiten bij de basisvragen van ons bestaan, die ons helpen om uit te zoomen als het debat vastloopt, om de blik te verruimen en om elkaar te vinden bij waar het ten diepste om gaat.

In de toekomst denken we ook aan regelmatige Getijden-vieringen. Reeds nu vinden er al voor een kleine groep wekelijks meditatieve vieringen plaats en worden er choral evensongs gehouden, die een groeiend publiek aantrekken. We willen de samenwerking aangaan met semi-professionele koren, die om beurten mee vorm willen geven aan het getijden-gebed van het Stadsklooster.

Vieringen rondom scharnierpunten in het leven. Het Stadsklooster is er uiteraard ook bij de klassieke scharnierpunten in het leven: geboorte, huwelijk, dood en andere ingrijpende en zeker ook heugelijke gebeurtenissen, zoals b.v. herstel, nieuw begin, jubilea enz. Het vernieuwende ligt daarin dat het Stadsklooster geen kant en klare recepten uit de kast trekt, maar samen met de betreffende mensen op zoek gaat naar voor hen relevante vormen. Het Stadsklooster is ook de ruimte voor scharnierpunten in het leven van de stad. Denk aan de bijeenkomst direct na de terreuraanslagen in Parijs; de gezamenlijke vredesverklaring van joden, christen, moslims en alle andere levensbeschouwelijke organisaties; herdenking van het bombardement; enz.

[1] Beleidsplan ‘Samen bouwen in vertrouwen’ Bisdom ’s-Hertogenbosch

De manier van werken
Het Stadsklooster onderscheidt zich duidelijk door de manier van werken:

De eigen Stadsklooster-agenda. Bij alle programma’s, vieringen en ontmoetingen gaat het principieel om vanuit zingeving en levensbeschouwing maatschappelijke vraagstukken te belichten. Het Stadsklooster bedenkt er adequate programma’s bij. De programma’s worden echter niet vóór bepaalde doelgroepen ontwikkeld maar samen mét de doelgroepen. Per programma gaat het Stadsklooster dus actief op zoek naar mogelijke samenwerkingspartners.

Forum-functie. Het Stadsklooster biedt een platform waar maatschappelijke organisaties elkaar kunnen ontmoeten en onder gebruikmaking van de expertise van het Stadsklooster (de goede vragen stellen, verbanden leggen met spirituele traditie, vieren, rituelen en werkvormen om tot een overstijgend perspectief te komen) hun mogelijkheden verkennen om hun zingevingstaak te vervullen. Daarvoor benadert het Stadsklooster actief mogelijke partners en organisaties.

Mogelijke onderwerpen zijn:

Voltooid leven. Hoelang behandelen wij door? Mag je behandeling eisen/weigeren? Ontstaat er een druk vanuit de samenleving om voor de dood te kiezen in plaats van (dure) zorg?

Can’s and can-not’s. Hoe gaan we om met de alsmaar grotere kloof?

Cohesie in de samenleving. Wat bindt ons? Wat is onze identiteit? Nationalisme versus gedeelde waarden? Welke rol speelt religie daarin?

Nieuwe impulsen voor kerkzijn. Door de samenwerking met de maatschappelijke partners en door hun vragen zullen onze programma’s wezenlijk veranderen. Onze thema’s zijn ingegeven door het visioen van een wereld in Gods zin en door de samenwerking zal de vertaling ervan er anders gaan uitzien dan in klassieke kerkelijke programma’s. We putten uit de rijke christelijke traditie en expertise van de kerken, en door deze dienstbaar te maken aan de samenleving zal de traditie nieuwe en verrassende impulsen krijgen. Wij verwachten dat deze impulsen een grote bijdrage zullen leveren aan het verder ontwikkelen van het kerkzijn.

.

Wie zijn de bezoekers, deelnemers en participanten?
Het Augustijns Centrum de Boskapel in samenwerking met het Oecumenisch CityPastoraat nemen het initiatief. Maar op den duur is het echter de bedoeling dat het aantal participanten uitgebreid wordt met zowel kerkelijke en vooral niet-kerkelijke initiatieven.[2] Zij vormen de ‘cellen’ van de laura en verbinden zich incidenteel of permanent aan het Stadsklooster. Alle initiatieven, kerkelijk of niet, die een bijdrage willen leveren of een programma willen aanbieden rondom spiritualiteit en/of zingeving kunnen op die manier ‘monnik’ worden.

Daarbij kent het Stadsklooster verschillende mogelijkheden van verbondenheid. Individuen, organisaties, initiatieven, kerkgemeenschappen kunnen zich in verschillende gradaties verbinden aan het Stadsklooster. Bijvoorbeeld:

Bezoeker

  • Individueel: je bent incidenteel bezoeker van activiteiten.
  • Organisatie: een maatschappelijke organisatie of een kerkgemeenschap maakt gebruik van het Stadsklooster als podium voor een bepaald programma-aanbod.

Deelnemer

  • Individueel: Je wordt vriend van het Stadsklooster, je wordt vaste bezoeker van programma’s, vieringen, evenementen. Je werkt mee op projectbasis.
  • Organisatie: een maatschappelijke organisatie of een kerkgemeenschap werkt op een vaste basis samen met het Stadsklooster. Met een deel van de programma’s worden samenwerkingsverbanden aangegaan met andere participanten om met elkaar te sparren en van elkaar te leren.

Participant (mede-drager)

  • Individueel: Je wordt actief in het Stadsklooster, je treedt toe tot het kader, je werkt mee en je houdt het Stadsklooster draaiende.
  • Organisatie: een maatschappelijke organisatie of een kerkgemeenschap voert haar activiteiten volledig uit onder de paraplu van het Stadsklooster. Men wordt mededrager van het stadsklooster.

[2] Raad voor Levensbeschouwing en Religie, Raad van Kerken Nijmegen, Huis van Compassie, Diaconie, DCI, Dekenaat Nijmegen, Bisdom den Bosch, Protestantse Gemeente Nijmegen, PKN Pioniersprogramma, Titus Brandsma Instituut, Religieuze gemeenschappen, Augustijnen, Dominicanen, KNR, werkgevers, Gemeente Nijmegen, scholen, Innovatieagenda Onderwijs, zorgaanbieders, Stip, Maatschappelijk werk, buurtorganisaties, Radboud Reflects, Lux, Stichting Stevenskerk, Pleisterplaats voor de ziel, De Appel, Stad van Compassie, SOL, HAN, COiL, enz.
De partners in Bezield Verband: Effata-parochie en Doopsgezind-Remonstrantse Gemeente Nijmegen.
Recent zijn er contacten ontstaan met aartsbisschop Joris Vercammen van de Oud Katholieke Kerk Nederland.

.

De naam ‘Stadsklooster Mariken’
We kiezen als naam: ‘Stadsklooster Mariken’. Mariken enerzijds omdat zij voor de stad Nijmegen staat en we willen er voor de stad zijn. Anderzijds is Mariken in haar tijd een boegbeeld van emancipatie en van seculier denken. Het boek met haar verhaal verschijnt in 1518, kort nadat Maarten Luther in Duitsland de strijd is aangegaan met de alles overheersende kerk. Wat in haar verhaal als ‘omgang met de duivel’ wordt neergezet, wordt door historici gezien als het doorbreken van de (toen nauwe) kerkelijke grenzen. Dit is precies wat we met het stadsklooster ook beogen: het zoeken naar God, het zoeken naar het overstijgende zonder grenzen tussen het kerkelijke en het wereldlijke.

.

Tot slot: Wie zijn de initiatiefnemers?

Augustijns Centrum de Boskapel
Kloostertraditie
De Boskapelgemeenschap is ontstaan rondom de kloosterkapel van de augustijnen in Nijmegen. Kloosters zijn plaatsen waar het overstijgende perspectief gekoesterd en bewaard wordt. De omgang met het overstijgende is er vanzelfsprekend. Verdeeld over de dag keren de kloosterlingen telkens weer terug naar de kapel om te vieren. Vanuit de dagelijkse omgang met wat er meer is tussen hemel en aarde zijn het plekken van zowel traditie alsook vernieuwing. Eeuwenlang werd er wetenschap en kennis bewaard en doorgegeven. Het waren plekken van scholing en daarmee ook van emancipatie. Vanuit het visioen van een nieuwe wereld werd er gezorgd voor de zieken en de armen. Als wereld in het klein binnen de beslotenheid van het claustrum zijn kloosters zowel een afspiegeling van de wereld alsook een verwijzing naar de nieuwe wereld.

Het ligt voor de hand dat het Augustijns Centrum de Boskapel deze traditie voortzet in het idee van het Stadsklooster Mariken. Geen klooster als ommuurd claustrum met vaste bewoners, maar een Stadsklooster als idee, dat gevormd wordt door mensen en maatschappelijke initiatieven, kerkgemeenschappen, vormingscentra, orden enz. die op het vlak van zingeving en spiritualiteit elkaar vinden in hun verantwoordelijkheid naar de samenleving toe.

Experimenteerplaats
Geheel in de lijn van de klooster-eigen vernieuwingstraditie werd de Boskapel na het tweede Vaticaanse concilie aangewezen als experimenteerplaats om de vernieuwingen van het concilie te implementeren. Op dat gebied heeft de Boskapel veel kunnen bijdragen aan het ‘aggiornamento’, het bij de tijd brengen van de kerk in Nederland.

Voor het Augustijns Centrum de Boskapel is het nu de tijd om opnieuw een experimenteerplaats te vormen, namelijk het Stadsklooster. ‘De toekomst van de kerken ligt niet in verdere profilering maar in samenwerking.’[3] In het Stadsklooster moet deze nieuwe verbinding met kerken en andere initiatieven gestalte krijgen.

Augustinus
De kracht van de augustijnse spiritualiteit ligt daarin dat Augustinus de verticaliteit en de horizontaliteit bij elkaar brengt. De weg naar het hogere leidt linea recta naar de mens: ‘God licht op in mensen’, ‘keer terug naar je hart en herken in het beeld de Schepper ervan’, ‘ik zocht buiten, maar u was binnen in mij’. God is dichtbij zijn mensen. Spiritualiteit, het zoeken naar God betekent bij Augustinus allereerst zoeken naar de ménsen.

Daarom wordt theologie, dus het denken en spreken over God, bij Augustinus altijd gestaafd door de eigen ervaring en de persoonlijke beleving van mensen. Karl Rahner zegt: ‘De vrome van morgen zal een mysticus zijn, iemand die iets ervaren heeft. Of hij zal niet meer zijn.’

Boven dit alles staat bij Augustinus, zoals in de vorige paragraaf uitvoerig beschreven, de roep: ‘trek steeds verder, want zodra je zelfgenoegzaam wordt, blijf je stilstaan. Zodra je zegt: het is genoeg, ga je ten onder.’ Met het Stadsklooster wil de Boskapel verder trekken, op zoek naar steeds weer nieuwe wegen.

Oecumenisch CityPastoraat
Het Oecumenisch Citypastoraat, OCP, staat bekend om haar brede oecumenische en maatschappelijke oriëntatie. Het OCP komt voort uit de oecumenische vernieuwingsbeweging waarin in de jaren 70 van de vorige eeuw de rooms-katholieke Kerk en de protestantse kerken samenwerkten om juist ook mensen buiten de kerken te bereiken. Haar activiteiten vinden plaats in de Sint Stevenskerk, dé symbolische plek van de stad. Eeuwenlang gaf de Sint Stevenskerk vorm en ruimte aan het overstijgende perspectief. Na het bombardement van 1944 betekende de wederopbouw van de Sint Stevenskerk ook de wederopleving van de hele stad. Tot op vandaag is zij de skylinebepaler van Nijmegen. Vanaf haar oprichting geeft het OCP vorm aan deze uitstraling.

Het Oecumenisch CityPastoraat (OCP) ontstond in 1974. Onder leiding van ds. Colijn, toen diaconaal predikant, kwamen de diensten op gang, ondersteund door de Hervormde kerk, de Katholieke kerk (bisdom en dekenaat) en de Gereformeerde kerk. In 1976 werd de Karmeliet Ton Deenen benoemd, die later ook Deken werd binnen het Dekenaat van de Katholieke kerk Nijmegen. Vanaf die tijd krijgt het OCP meer en meer vorm. In 1994, na sluiting van het Albertinum, het opleidingshuis van de Dominicanen in Nijmegen, komen verscheidene dominicanen en kerkgangers naar het OCP om daar hun inbreng te leveren. Ton Nuij, Benedictijn, was lange tijd de oudste voorganger in het OCP. Na zijn terugkeer uit Nicaragua was hij samen met Ko Colijn voortrekker van het OCP. Momenteel is er een groep van ca 15 voorgangers van verschillende kerkelijke achtergrond. Een werkgroep bereidt de basale onderdelen van de vieringen voor en zorgt voor continuïteit.

[3] Ekkehard Muth, Naar een stadsklooster? VPWinfo.nl 2016 / 3

Dit bericht is geplaatst in Nieuws, Stadsklooster. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *