Rechtvaardigheid

Joh 3, 14-21

‘Wij zijn streng, maar rechtvaardig’. Zei de gemeenteambtenaar tegen mij toen ik hem vroeg de parkeerbonnen in te trekken. Wat was er gebeurd? Op Paasmorgen was het extra druk in de Augustijnenkerk in Eindhoven zodat bezoekers hun auto buiten de paaltjes van het kerkplein hadden neergezet, waar overigens niemand last van had, want verder was er nog niks te doen. Maar toch vonden de bezoekers na de Paasmis een bon van € 90,- op hun voorruit. Mijn uitleg en pleidooi om intrekking mochten niet baten: ‘Streng, maar rechtvaardig’. Is dat rechtvaardigheid als deugd, of ligt hier de nadruk op ‘streng’? Denk bijvoorbeeld ook aan het kind van vluchtelingenouders, dat hier geboren en geïntegreerd is, maar op een gegeven moment toch geen status krijgt en terug moet naar een land dat hij niet kent. Er is in het verleden immers al genoeg gedoogd en zo konden er allerlei misstanden ontstaan.

De wet is streng, de politie is streng, de rechter is streng. Maar of het ook rechtvaardig is?
Blijkbaar kan strengheid je voldoening geven. Dan voel je je ineens geroepen om voor rechter of politieagent te spelen. Er valt zomaar een oordeel uit je mond……. zomaar zeg je dat iemand niet deugt — en dat kan je een triomfantelijk gevoel geven: dat heb je toch maar mooi gezegd!
Helaas kunnen ook kerkmensen — van hoog tot laag — soms optreden als strenge amateurrechters. Alsof ze precies weten wat God wil. Ze leggen de meetlatten van wetten en bepalingen langs de leefwijze van mensen. Wie aan de eisen beantwoordt hoort erbij, wie niet, staat er buiten. Dat is nooit de bedoeling van Jezus Christus geweest.

Kijk maar naar het gesprek tussen hem en Nicodemus. Voor een goed verstaander: deze Nicodemus is een farizeeër, een wetgeleerde. In zijn kring wordt de meetlat gehanteerd waarover we het net hadden. Nicodemus heeft blijkbaar van Jezus’ opvattingen gehoord dat de wet er is voor de mens (en niet omgekeerd) en hij wil zijn bedoelingen leren kennen. Maar omdat hij daar niet openlijk voor kan uitkomen, bezoekt hij Jezus in het donker, in de nacht. Hij stelt hem enkele vragen over zijn zending en het antwoord horen we vandaag: ‘God houdt zoveel van de wereld, dat Hij zijn Zoon heeft gezonden om te redden wat er te redden valt. Niet om te oordelen is hij gekomen, maar om licht te brengen’. ‘Wie de waarheid doet, gaat naar het licht’. Er staat dus niet: ‘wie de waarheid zegt, gaat naar het licht’.

Waarheid moet je doen. Dat is wat deze zoon van God heeft laten zien. Hij was niet streng, hij was bewogen met mensen.

Bewogen: wetten en regels bewegen niet. Die zijn star en houden geen rekening met innerlijk verdriet of persoonlijk onvermogen. Maar wij, wij kunnen bewegen en dat is belangrijk voor de deugd van rechtvaardigheid. Zo kun je iemand op het eerste gezicht beoordelen als een aansteller, of een gemenerik totdat je hoort wat die persoon heeft meegemaakt. Hoe diep de angst zit en hoe hij zich ondanks een scheiding …. een ruzie … een ontslag toch staande wist te houden. Meebewegen met het lot van mensen maakt je humaan; ook aan hem/haar die je vreemd voorkomt, moet recht worden gedaan. Zo beweeg je naar het licht en doe je de waarheid. Paulus noemt dit een geschenk. God, die zo rijk is aan barmhartigheid, beweegt zich met ons mee. Hij gedoogt ons niet, maar Hij houdt van ons en daarom worden wij gered. En aan óns wordt gevraagd: niet om streng te zijn, maar om de goede werken te doen die God voor ons heeft bereid. Wij worden in het beoefenen van de deugden dus bijgelicht door God. Niet door elkaar de maat te nemen worden we sterk, maar door een barmhartige houding, die begaan is met het lot van de ander. Als christenen zijn we geen politieke agenda van elkaar, steil en ongenaakbaar, maar reisgenoten, zus en broer, in het voetspoor van Jesjoe, Jezus, de Rechtvaardige uit Nazareth.

Joost Koopmans osa, 11 maart 2018

Dit bericht is geplaatst in Nieuws, Overwegingen. Bookmark de permalink.

1 Reactie naar Rechtvaardigheid

  1. Theo Thier schreef:

    Dat is me ook ‘ns overkomen. Negentig euro.

    Ver buiten het centrum van de stad.
    Op een groenstrook tussen wat bomen.
    Daar ben ik lang woedend over geweest.

    In het “Boek van Vreugde” leren de Dalai Lama en bisschop Tutu je iets van verzoening bij te brengen.
    Nu die bekeuring inmiddels zo lang geleden is, doe ik daar hierbij een poging toe:

    Misschien had de verbalisant van zijn superieuren te horen gekregen, dat hij (of zij?) te weinig bekeuringen maakte.
    Was hij bang voor de reakties van omstanders midden in de stad?
    Bang uitgescholden te worden of bedreigd?
    Heeft hij toen maar een buitenwijk met weinig passanten uitgezocht om alsnog aan de wensen van zijn baas te voldoen…?

Geef een reactie