Pasen 2018

Johannes 20, 1-18  Pasen

‘U hoger dan mijn hoogste hoogte, mij dichterbij dan ik mijzelf,’ zo spreekt Augustinus over God. Hoger dan mijn hoogste hoogte en tegelijkertijd mij dichterbij dan ik mijzelf. En daarmee beschrijft hij meteen ook ons eigen bestaan. Hoeveel hoogte heeft je leven niet? En hoeveel diepte?

In het begin van de paasnacht, wachtend op het licht, hebben we stilgestaan bij de hoogten en de diepten van het leven, maar ook bij het dagelijkse bestaan dat we vaak als vlak ondervinden. Dan wordt je leven platgeslagen zoals het leven van de Israëlieten in de slavernij van Egypte. Of je wordt stilgezet zoals de Israëlieten bij de Rode Zee, je weg wordt afgesneden door een zee van moeilijkheden. Je zorgen houden je tegen en in je ziekte zie je geen weg meer om te gaan. En soms lijkt het erop alsof, net als bij Noach, alleen nog maar een zondvloed kan helpen, het liefst zou je helemaal terug naar af willen en helemaal opnieuw beginnen.

Maar dan weer ervaar je hoe je leven weer hoogte krijgt en diepte, dat je ruimte krijgt om te ademen. Dan trek je op gegeven moment toch de stoute schoenen aan en je gaat op weg naar de vrijheid. Je rekt je uit en je werpt af waaronder je gebukt ging. Of opeens blijkt er toch een weg te zijn waar je tot nu toe alleen maar dreigende golven zag. Je blijkt toch overweg te kunnen met je ziekte. Je trauma wijkt terug en geeft je ruimte om te gaan. Opeens komt er toch een opening in je oude zorgen en in je verstikkende verhoudingen. Of er komt daadwerkelijk nieuw leven in je bestaan. Je kind wordt geboren, of je kleinkind, er komt een nieuwe liefde of jullie ontdekken jullie oude liefde opnieuw. Het is alsof je na een lange tocht door woelige wateren nieuw land mag betreden waar je opnieuw mag beginnen. Na een lange tocht door de woestijn raak je aan de eeuwigheid. Je kunt hoger kijken en dieper dan ooit.

Dit en nog veel meer bedoelt Augustinus als hij uitroept: U, hoger dan mijn hoogste hoogte, mij dichterbij dan ik mijzelf. Hij rekt ons bestaan verder uit dan je eigenlijk kunt bevatten: hoger dan mijn hoogste hoogte, dichterbij dan ik mijzelf.

Maria uit Magdala, Petrus en de andere leerling — wie zou die andere leerling zijn? Zijn wij dat misschien? — in ons evangelie wordt hun bestaan steeds verder uitgerekt. Maria ziet eerst dat de steen weggehaald is. Daarna komen Petrus en de andere leerling aangerend. De een loopt sneller dan de ander. De leerling komt als eerste bij het graf, buigt voorover en kijkt naar binnen. Petrus komt achteraan, maar hij rent meteen door en gaat het graf in. Daarop komt ook de andere leerling naar binnen en, zo staat hier: ‘hij geloofde’. — Het is een verhaal van steeds verder gaan. De drie gaan om en om letterlijk steeds dieper, totdat de andere leerling door te geloven in de diepste diepte van het graf ook de hoogste hoogte begint te verkennen.

Nog steeds staat hier niets van verrijzenis of opstanding. En toch is de verrijzenis hier al in volle gang. Maria uit Magdala, Petrus en wij, die andere leerling dus, staan op uit het vlakke dagelijkse bestaan. Zij—wij krijgen steeds meer diepte en reiken steeds meer naar de hoogte. ‘U hoger dan mijn hoogste hoogte, mij dichterbij dan ik mijzelf.’ En als je je zover uitrekt dan is het nog maar een kleine stap om te geloven dat je leven zich ook uitrekt over je fysieke dood heen. Het is niet alleen hier het vlakke leven in het hier en nu, en dan de opstanding tot het eeuwige leven. Nee, dat je een mens bent die bestemd is om op te staan, geeft aan je leven hier en nu al hoogte en diepte. En de hoogte en de diepte die je hier en nu al mag ervaren, daarmee raak je al aan de eeuwigheid. Jouw verrijzenis is al gaande.

Maria uit Magdala komt er tot nu toe een beetje bekaaid van af. Maar uiteindelijk reikt zij verder naar de hoogte en de diepte dan de anderen. Ze begint in het platte feitelijke hier en nu: de steen is weg. Zij mist Jezus, en nu is ook nog het stoffelijk overschot weg. En zij ziet de tuinman. Dichter bij de grond, dichter bij het hier en nu kan je het niet hebben. Maar dan wordt zij geroepen: Maria. Ze kijkt op en ziet hoger dan haar hoogste hoogte: Rabboeni, mijn rabbi, mijn geliefde, je leeft. En met Jezus rekt zich haar bestaan nóg verder uit, want met Jezus kijkt zij naar waar hij naartoe gaat: ik stijg op naar mijn Vader, naar mijn God die ook jouw en jullie God is.

Augustinus beschrijft God met: U, hoger dan mijn hoogste hoogte, mij dichterbij dan ik mijzelf, maar daarmee spreekt hij tegelijkertijd over de mens. De evangelist Johannes vertelt hier het verhaal van de opstanding, maar dat doet hij door jóuw verhaal te vertellen, mijn verhaal, ons verhaal. Want in je hoogste hoogten en in je diepste diepten ben je altijd al aan het opstaan. Zalig Pasen!

Ekkehard Muth, 31 maart 2018

Dit bericht is geplaatst in Nieuws, Overwegingen. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *