Macht verliezen om vrede te winnen

Het Evangelie van Marcus, waaruit we in dit kerkelijk jaar elke zondag een stukje voorlezen en overwegen, bestaat uit 16 hoofdstukken. Vandaag zijn we op de helft, bij hoofdstuk 8.

Tot nu toe is Jezus weldoende rondgegaan. Hij verkondigt een blijde boodschap; over een God die als een barmhartige Vader wil zijn; Hij drijft het kwaad uit mensen, doet goed aan zieken. Hij gaat aan tafel met achtergestelden, leert mensen delen; leert hen ook andere dan alleen materiële levenswaarden.

De meeste mensen zijn enthousiast over Hem en ze vragen onder elkaar: wie is hij toch, dat hij zovelen aanspreekt……… waar haalt hij dat allemaal vandaan?

En vandaag, halverwege het verhaal, vraagt Jezus het aan zijn leerlingen: ‘Wie zeggen de mensen dat ik ben?’ en ‘Wat denken jullie er eigenlijk van?’ Namens de anderen geeft Petrus het antwoord: ‘Jij bent de Christus, de gezalfde van God’. Dat klinkt plechtig, als een geloofsbelijdenis; verheven taal! Maar een andere apostel, Jacobus, schrijft vandaag in zijn brief: ‘Geloven mag niet blijven steken in mooie woorden. Het moet aan je te zien zijn door je daden’.

Maar dat geloof pas écht wordt in concrete daden, dat hebben de apostelen wel moeten leren. Want na die succesvolle optredens tot hoofdstuk 8, raken ze hevig in hun Christus teleurgesteld. De nieuwe samenleving die Hij voorstaat: een wereld van vrede en gerechtigheid, roept weerstand op van de bestaande en onderdrukkende machtshebbers.

Maar Hij vluchtte niet voor die macht, bleef trouw aan zijn roeping om mensen uit hun achterstand te verlossen, ook al wist Hij dat het hem de kop zou kosten. Ogenschijnlijk was hij de verliezer. ‘Ja, Petrus en Jacobus’, zegt Hij dan tot zijn apostelen, ‘als je mij wilt volgen, moet je ook je eigenbelang durven te verliezen’. Waarom? Omwille van een rechtvaardige samenleving!

Vandaag begint de Vredesweek. Nog altijd is vrede ver weg. En die blijft ver weg zolang de groten der aarde per se als winnaars uit het gevecht en uit het gesprek willen komen. Want wie altijd wil winnen en nooit durft te verliezen, stookt oorlog; sticht geen vrede.

Als we de vrede op het spoor willen komen, moeten we vooral kijken naar de verliezers, de mensen op drift: vluchtende kinderen met de angst in hun ogen — en oude onschuldige mensen. Kinderen die hadden moeten kunnen spelen op een plein in de zon, en oude strompelende mensen die op hun bankje naar die spelende kinderen hadden willen kijken. Dát zijn de verliezers, omdat er zijn die altijd, altijd ten koste van alles en iedereen, willen winnen.

Ook veel kerkleiders stellen zich de Kerk voor als een instituut met macht. Om die macht te behouden werden en worden gebleken misstanden het liefst onder het tapijt geveegd. Maar uit het Evangelie blijkt dat door Jezus de rechten en de waarden van een individueel persoon hóger worden geschat dan de macht van het geloofsinstituut.

Het is goed dat geestelijke leiders nu hun klerikale kerk gaan verliezen en ze zich als mens onder de mensen opstellen, meelevend met slachtoffers van macht en geweld, en meewerkend aan vrede tussen mensen en hun religies.

Joost Koopmans osa, 17 september 2018

Dit bericht is geplaatst in Nieuws. Bookmark de permalink.

Geef een reactie