Leiderschap

Stijlen van leiderschap: je hebt ze in soorten en maten!

In een cursus management en bedrijfsvoering kun je er alles over leren. Autoritair, aristocratisch, dictatoriaal, democratisch, charismatisch….. en er zullen nog wel veel meer van die kwalificaties en typen leiderschap bestaan. Iedere tijd heeft blijkbaar een voorkeur voor een eigen stijl. Zo zie je hoe in verschillende landen er geroepen wordt om een sterke man. Naarmate de dreigingen van terreur, de vluchtelingenstroom of een andere crises toenemen, groeit de behoefte van mensen aan sterke leiders. Wie harde taal uitslaat en autoritair optreedt tegen veroorzakers van problemen, gooit hoge ogen bij verkiezingen. Maar zijn dat werkelijk de leiders waarop de wereld wacht? De komende weken zullen we weer herdenken hoe we geleden hebben onder de leiding van een schreeuwende Führer. Dagen die ons in herinnering brengen dat zulke leiders nooit de oplossing zijn voor de crises in onze wereld.

Waar de wereld wél behoefte aan heeft, zijn charismatische leiders: mensen die inspireren tot geloof, hoop en liefde. Die zó moedig zijn, dat ze ook anderen weten te bemoedigen om naar echte oplossingen te zoeken in deze turbulente wereld.

Vandaag, op roepingenzondag, wordt onze aandacht gevraagd voor het geestelijk leiderschap; voor het pastoraat in onze kerk. Wat wordt er van een pastor verwacht? Lees de profielschets in de vacature-advertenties er maar eens op na: ‘we verwachten dat hij/zij kan stimuleren en inspireren; dat hij betrokkenheid en enthousiasme aan de dag legt; als samenbindende kracht werkzaam is; beschikt over charisma en uitstraling en zich kwetsbaar kan opstellen. ’
Kortom: de pastor moet een duizendpoot zijn!

Het is goed dat we op deze zondag de roeping van de pastor ijken aan het profiel dat Jezus van zichzelf geeft. Hij zegt: ‘ik ben de pastor bonus; de goede herder’. Die uitspraak is trouwens een geloofsuitspraak van de evangelist Johannes. Net zoals Petrus in de eerste lezing Jezus de hoeksteen noemt, de belangrijkste steen van het bouwwerk. Zo noemt Johannes hem: ‘de goede herder’. Zoals een herder er is voor zijn schapen, voor hen door het vuur gaat en het niet kan hebben dat één van hen verloren loopt, zo zal Jezus er zijn voor ons. Hij staat borg voor ons, door de dood heen, want zijn kracht is verrezen.

En we zijn geen kuddedieren voor hem, nee, hij kent ons één voor één , is met zijn hart bij ons betrokken. Er gaat een grote genegenheid van hem uit, vooral naar hen die hun lot niet kunnen dragen, die weerloos zijn in de handen van de mensen. Zij voelen zich in zijn nabijheid beschermt, openbloeien, tot hun recht komen.

Maar er zijn ook herders zonder hart: dat zijn de huurlingen. Bij hen staat eigenbelang voorop. Zo gauw het moeilijk wordt, er gevaar dreigt, redden zij zichzelf en laten hun kudde in de steek. Het zijn deze Bijbelse achtergronden waarmee we een criterium hebben voor goed en slecht pastoraat. Als een pastor zijn gelovigen het liefst als makke kuddedieren zou zien, voert hij geen goed pastoraat. En trouwens: als gelovigen het liefst zonder nadenken achter hun leider aanhobbelen, zijn het domme schapen. Of als pastores hun kudde te grazen nemen i.p.v. haar naar grazige weiden te voeren, zijn het huurlingen. Goede herders nemen hun schapen niet te grazen, maar brengen ze naar een oase van groen. Net zoals goede gelovigen niet goedgelovig zijn. Ze luisteren naar de stem van de goede herder en proberen te verstaan wat er van hen wordt gevraagd. Ze trekken samen op in dezelfde richting, maar ieder in zijn eigen tempo . En soms wordt er een zijpad genomen.
Samen vormen wij een geloofsgemeenschap waarin vele vormen van dienstbaarheid nodig zijn: als voorganger maar net zo goed als medewerker in vorming en diaconie. En daarbij mag iedere medewerker, niet alleen de pastor, zich laten aanspreken door het profiel van de goede herder. Want medewerker ben je niet om jezelf te weiden, maar om het belang van de gemeenschap.

En ook op de plek waar je woont en werkt, verdient het profiel van de goede herder alle aandacht. Of je nu pastor bent, bedrijfsleider, leerkracht, bediende, arbeider, huismoeder, werkeloze, gepensioneerde, of leerling bent, het gaat erom dat we met liefde omzien naar elkaar. En natuurlijk: het ene beroep is zakelijker dan het andere, en een bedrijf is geen kerk. Maar toch mag de goede herder die jouw leven ten goede leidt, op zijn beurt van jou vragen om van harte betrokken te willen zijn op het wel en wee van de ander, ieder op zijn eigen plek.

En nogmaals: een bedrijf, een fabriek, een school, een huis is geen kerk. Maar als christenen werken we wel vanuit eenzelfde opdracht: om van deze samenleving steeds meer een maatschappij van God te maken!

Durf je dus zó christen te zijn op de plaats waar je woont en werkt? Is dat mogelijk?

Joost Koopmans osa, 22 april 2018

Dit bericht is geplaatst in Nieuws, Overwegingen. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *