Kerstmis 2018

Lucas 2, 1-20  Kerst 2018

Hier in de Boskapel laten we ons inspireren door de spiritualiteit van Augustinus. Je hebt natuurlijk heel veel verschillende spiritualiteiten, bijvoorbeeld de franciscaanse spiritualiteit of de dominicaanse, of de benedictijnse, noem maar op. Ze leggen allemaal de accenten net even anders, maar alle christelijke manieren van geloven hebben uiteindelijk hetzelfde doel, namelijk: om zelf te worden zoals Christus. Dat wil zeggen dat je op weg gaat en dat je je er gaandeweg in oefent om gelijk te worden aan Jezus.

Ik zeg het er ook maar meteen bij: dat lijken op Jezus, dat zal de ene keer wat beter lukken dan de andere keer, maar vaak lukt het ook helemaal niet.

Nu vermoed ik dat dat ook niet het eerste is waaraan je denkt als je vandaag hier naar de kerk komt. Misschien heb je eerder iets van een verlangen. Ergens besef je dat het er in onze wereld anders aan toe zou moeten gaan. Diep van binnen vraag je je af of we met onze manier van leven, van meten en kwantificeren, van plussen en minnen niet de mens over het hoofd zien. Misschien wil je niet zozeer gelijk worden aan Christus, maar wil je eigenlijk veelmeer mens worden.

Het is misschien een wat rare vraag, maar: zou God ook een spiritualiteit hebben? Zou God ook geloven? Wat is zíjn spirituele weg? En waar leidt die naartoe? – Vandaag geeft God antwoord. Vandaag vieren we namelijk dat God mens wordt. God heeft wel degelijk een religieuze weg. Dan mogen wij misschien met vallen en opstaan proberen om op Christus te lijken, maar hij doet er alles aan om op ons mensen te lijken. Sterker nog, hij doet er alles aan om zelfs helemaal mens te worden.

De spirituele weg die Augustinus ons wijst, leidt daarom niet ergens omhoog om je te verheffen naar Christus toe, nee, de spirituele weg leidt naar beneden, naar binnen: ‘keer terug naar je hart en herken in dit beeld de schepper ervan.’ Keer terug naar je hart en herken hoe veel je eigenlijk al op Christus lijkt. Keer terug naar je hart want God is daar al lang bezig om mens te worden.

Is dat zo? En hoe herken je dat dan? — Je zult bijvoorbeeld goed zijn voor je kinderen en kleinkinderen. Of als vanzelfsprekend heb je de zorg op je genomen voor je man, je vrouw, vader of moeder. Je bekommert je om je buren. Je hebt medelijden met de vluchtelingen, je trekt het je aan als je anderen ziet lijden onder onrecht en onderdrukking.

Misschien ben je het ook zat dat we de mensen veel te veel afrekenen op hun economische nut of op de kosten die ze veroorzaken; dat je consument bent in plaats van mens. Misschien merk je als onderwijzer dat je de kinderen veel te veel klaar moet stomen om in onze economie te functioneren, terwijl je waarden als menswording en karaktervorming toch eigenlijk veel belangrijker vindt.

Of dat je in de zorg klant bent in plaats van patiënt. Dat je je gereduceerd voelt tot alleen je ziekte. Misschien kan je het als arts of verpleegkundige steeds minder verdragen dat je je alleen moet focussen op het medische probleem, en dat je geen tijd krijgt voor vragen die het medische overstijgen.

De Nijmeegse cabaretier Pieter Derks heeft het in zijn nieuwste theatervoorstelling erover hoe de nadruk op geld en materie het voor elkaar krijgt dat jij zelf ook begint om alleen nog maar door de materiële bril naar de mensen te kijken. Hij vertelt over zijn pasgeboren dochtertje dat geopereerd moest worden, en hoe hij wakend aan haar bed zich erop betrapt dat hij meer naar de monitor kijkt dan naar zijn dochter zelf. ‘Toen kwam mijn vrouw binnen,’ vertelt hij, ‘en vroeg: hoe is het met haar? — Oh goed, zei ik, de hartslag is zestig per minuut en de zuurstofsaturatie 98 procent. Maar in plaats van mijn dochter had er net zo goed een varkenshart kunnen liggen.’ Het meten en de cijfers maken dat je de cijfers belangrijker gaat vinden dan je eigen kind.

Misschien kom je vandaag dan ook hier naar de kerk omdat je verlangt naar een wereld waar het er anders aan toegaat. In onze manier van leven, van meten en kwantificeren, van plussen en minnen, verlang je ernaar om weer mens te mogen worden. — Op die manier ben je dus toch bezig om op Christus te gaan lijken, want laat Christus, laat God nou toch precies datzelfde verlangen hebben: het verlangen om mens te worden.

De herders spoeden zich naar de stal en vertellen daar wat de engel hen over het kind heeft verteld. En Maria bewaarde al deze woorden in haar hart. Keer terug naar je hart, want daar gebeurt het. Dat kleine mensje in de kribbe wordt daar God, en jij ook.

En daar is ook de plek waar God mens wordt. Keer terug naar je hart en herken hoe God daarin al lang bezig is om mens te worden. Moge hij zo in jou telkens weer geboren worden.

Ekkehard Muth, 24 december 2018

Dit bericht is geplaatst in Nieuws, Overwegingen. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *