Heiligen

Oscar Romero

Door J. Puig Reixach / http://www.puigreixach.net/ – Eigen werk, CC BY-SA 3.0,

Marcus 12, 28-34 Deuteronomium 6, 2-6

Op 14 oktober werden paus Paulus VI en aartsbisschop Oscar Romero heilig verklaard. Het is een beetje een trend van deze tijd dat mensen steeds sneller heilig verklaard worden. Het is nu al de derde keer in mijn leven dat ik de nieuwe heiligen nog zelf heb meegemaakt. Twee jaar geleden moeder Teresa, en vier jaar geleden Johannes Paulus II en Johannes XXIII, en in 2012 Hildegard von Bingen. De laatste heb ik weliswaar niet zelf meer meegemaakt, maar ik ben pastor geweest in haar geboortedorpje, en dan voelt zij toch heel dichtbij.

Als mensen heilig verklaard worden die je nog gekend hebt, dan blijft er altijd wel iets knagen, want die mensen hadden naast hun goede kanten natuurlijk ook hun schaduwkanten, en na zo korte tijd zijn de scherpe randjes er nog niet afgesleten. Dan toch liever Hildegard von Bingen of Augustinus, die hadden weliswaar ook hun nukken, maar die zijn al lang bedekt door de mantel der geschiedenis.

Aan de andere kant brengt zo’n snelle heiligverklaring de heiligen ook mooi dichtbij. Ook als niet alles aan jou heilig is, kan je toch heilig zijn. Dat is een troostende gedachte. Dat betekent namelijk dat ook jij heilig kunt zijn, en ik misschien ook.

‘Wat is van alle geboden het belangrijkste gebod?’ vraagt de schriftgeleerde aan Jezus. Hij had ook kunnen vragen: wat moet ik doen om heilig te worden? En Jezus citeert uit de Thora het stukje wat we in onze eerste lezing gelezen hebben: ‘Het voornaamste is: “Luister Israël! De Heer, onze God, is de enige Heer; heb de Heer, uw God, lief met heel uw hart en met heel uw ziel en met heel uw verstand en met heel uw kracht.” Het op een na belangrijkste is dit: “Heb uw naaste lief als uzelf.” Er zijn geen geboden belangrijker dan deze.’ Als je dat doet, ‘dan ben je niet ver van het koninkrijk van God.’ En of je nu heilig verklaard wordt of niet, dan ben je niet ver van een heilig leven.

‘Heilig, sanctus’ betekent ‘afgezonderd’. Een heilige plek is een plek die afgezonderd is van de omgeving, die gereserveerd is, die vrijgehouden wordt. Een kerk is een heilige plaats, onze Mariakapel ook, die houden we vrij, en als het even kan houden we daar liever geen vergaderingen, en al helemaal geen activiteiten die niets met ons geloof te maken hebben. En als je heilig leeft, dan betekent dat, dat je in je leven ruimte reserveert, dat je in je leven plaats vrijhoudt. En waarvoor? Je maakt in je leven een apart plekje waar het anders gaat dan in het gejakker van alledag. Je maakt plek waar niet telt wat iemand jou te bieden heeft, wat iemand kan en wat het allemaal oplevert, maar je maakt een plek waar alleen geldt: heb je naaste lief als jezelf.

En in je naaste zie je God zelf, en die heb je dan lief met heel je hart en met heel je ziel en met heel je verstand en met heel je kracht. Je reserveert in je leven ruimte waar je je niet richt op wat maakbaar is, en wat voordeel oplevert, maar waar je je richt op God die in al jouw vezels zit, in je hart, in je ziel, in je verstand en in je kracht. Die jou op die manier optilt uit de rest van je leven met al je ergernissen, je geruzie, je onvermogen en je tekortkomingen.

Bij een heiligverklaring komt een hele procedure aan te pas. Er wordt eerst een antecedentenonderzoek gedaan of je een deugdzaam leven hebt geleid, en op voorspraak van de kandidaat-heilige moeten twee wonderen plaatsgevonden hebben. Daar is eigenlijk niets heiligs aan, alsof je die afgezonderde ruimte in je leven kunt vatten door gebeurtenissen uit de niet-afgezonderde ruimte te turven. Het heilige wordt gemeten met wereldse maatstaven.

Kort geleden was ik in Aken en bij de rondleiding door de dom van Aken kwamen we ook bij de schrijn waarin de vier heiligdommen bewaard worden. Om de zeven jaar, de volgende keer in 2021 wordt bij de heiligdomsvaart de schrijn geopend en worden de vier heiligdommen tevoorschijn gehaald, namelijk het eerste en het laatste kledingstuk van Jezus, dus zijn luier en de lendenschort die hij aan het kruis om had, de lijkwade van Johannes de doper en het gewaad van Maria. —

Op dat moment vroeg de gids of we vragen hadden. En ja: de eerste vraag was of de kledingstukken ‘echt’ waren. En vervolgens: zijn die kledingstukken wel onderzocht en zijn ze met wetenschappelijke methoden gedateerd? Is er wellicht dna-onderzoek gedaan? Augustinus zegt over heiligen dat zij de geur van Christus verspreiden, ruikt zijn luier wellicht nog naar hem? — Alsof de heiligheid van de kledingstukken afhankelijk is van dit soort feitelijke criteria. Nee, de kleren van Christus worden heilig doordat jíj de geur van Christus verspreidt. De lijkwade van Johannes de Doper en het gewaad van Maria worden heilig doordat jij je erdoor laat aanzetten om God en je naaste lief te hebben. Als jij je laat optillen boven je tekortkomingen, boven je ziekte en boven het denken in materie en maakbaarheid, dan gaat de schrijn niet alleen om de zeven jaar open, maar dan gaat die elke dag wel open.

Misschien halen we het niet om heilig verklaard te worden, maar we hebben zo’n ambtelijke-wereldse verklaring ook niet nodig. Wat we nodig hebben is dat we de ander liefhebben als onszelf. Dat er in ons leven telkens weer aparte plekken ontstaan waar het er anders aan toe gaat. Dat we tussen alles in ruimte maken waar we opgetild worden door God met heel ons hart, met heel onze ziel, met heel ons verstand en met heel onze kracht. Dat we zo steeds weer plekken vinden waar Jezus zegt: ‘Dan ben je niet ver van het koninkrijk van God.’
Zo moge het zijn.

Ekkehard Muth, 4 november 2018

Dit bericht is geplaatst in Nieuws, Overwegingen. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *