Geloof je er nog in?

Lucas 1, 39-45 4e zondag van de advent

Onze evangelielezing lijkt wel op een musical. Meteen na het stuk wat we net gelezen hebben zal Maria haar Magnificat zingen. En een paar alinea’s verder zal Zacharias zijn Benedictus, de lofzang van Zacharias zingen. Op dezelfde bladzijde zullen de engelen voor de herders zingen, en als je de pagina omslaat zingt Simeon zijn lofzang, zijn Nunc dimittis. Meteen vier liederen in de eerste twee hoofdstukken van Lucas.

De liederen worden tot op de dag van vandaag nog dagelijks in de kloosters gezongen, ’s ochtends in de lauden het Benedictus, ’s avonds in de completen het Magnificat, ‘Mijn ziel prijst en looft de Heer’, en ’s nachts voor het slapengaan het Nunc dimittis, ‘Nu laat u, Heer, uw dienaar in vrede heengaan.’

Bij zoveel muziek lijkt het een beetje alsof de teksten daartussenin alleen maar geschreven zijn als inleiding op de liederen, als een soort bruggetjes. — Dat zou je ook over onze lezing kunnen denken, ware het niet dat deze lezing eigenlijk zelf ook een lied is, namelijk ons Weesgegroet. Wees gegroet Maria, vol van genade; hoeveel Ave Maria’s zijn er niet op muziek gezet?

Maria komt bij Elisabeth op bezoek en zodra Maria binnenkomt voelt Elisabeth in haar buik de kleine Johannes de Doper trappelen. En dan kan ze niet anders dan te zingen: ‘wees gegroet Maria… Gij zijt de gezegende onder de vrouwen, en gezegend is Jezus de vrucht van uw schoot.’ En zij voegt eraan toe: ‘Gelukkig is zij die geloofd heeft dat de woorden van de Heer in vervulling zullen gaan.’

Elisabeth flapt die zin er zomaar uit, maar tegelijkertijd is het meer dan alleen maar een bruggetje: ‘gelukkig is zij die geloofd heeft dat de woorden van de Heer in vervulling zullen gaan.’ Bij Elisabeth en haar man Zacharias is het namelijk heel anders gegaan. Zij hebben juist niet meer geloofd dat de woorden in vervulling zullen gaan. Ze waren allebei al flink op leeftijd, en hoewel God het had beloofd, waren er nooit kinderen gekomen. Ze hadden de hoop al lang opgegeven. Zelfs Zacharias, die priester was geloofde God niet meer. En toen hij opeens bij het altaar een engel ziet verschijnen die hem vertelt dat zij alsnog een zoon zouden krijgen, geeft hij die engel ervan langs: ‘hoe kan ik weten of dat waar is.’

Op dat moment wordt Zacharias stom. De mensen kijken verwachtingsvol naar hun voorganger, maar er komt geen woord meer over zijn lippen. Pas als de kleine Johannes de Doper geboren is komt zijn tong weer los, en dan zingt hij het uit.

Je kunt je zeker situaties herinneren waar je alle geloof kwijt was, ‘hoe kan ik weten of dat waar is,’ geloof ik nog dat het in vervulling zal gaan? Geloof ik nog dat er toekomst is voor mijn kerkgemeenschap, en ‘hoe kan ik weten of dat waar is?’ Hoe vaak stond je niet voor grote beslissingen met gevolgen die je niet goed kon overzien: geloof je dat je dromen in vervulling zullen gaan? Of misschien heeft je huwelijk weleens een deuk opgelopen of moesten jullie zoveel dragen dat jullie van elkaar verwijderd raakten; misschien heb je toen aan elkaar gevraagd: geloof je dat het nog goed komt tussen ons? Of misschien ben je ziek, ben je gewond aan lichaam en ziel. En je vraagt je af: geloof ik nog wel dat er leven voor mij is weggelegd?

En geloven we er nog als kerkgemeenschap in? Eerst kwam het Centraal Bureau voor de Statistiek met cijfers dat niet eens meer de helft van de Nederlanders gelovig zouden zijn, en nu van de week deed het Centraal Plan Bureau er nog een schepje bovenop: volgens hun cijfers is het niet eens meer een kwart van de Nederlanders dat aangesloten is bij een geloofsgemeenschap. – Laten we ons net als Elisabeth en Zacharias de put in praten, of blijven we geloven dat het in vervulling gaat?

In de adventstijd vieren we dat het, dat hij naar ons toekomt. We kunnen het niet alleen, en we kunnen het ook niet alleen uit onszelf halen. We hebben nodig dat het ons geschonken wordt, dat het naar ons toe komt — ad-venire, advent. — Als je naar jezelf kijkt, hoe vaak kon je toch weer verder doordat er nieuw licht naar je toe kwam? En misschien zeg je achteraf zelfs dat ‘hij’ naar je toekwam en jullie geholpen heeft.

‘Gelukkig is zij die geloofd heeft dat de woorden van de Heer in vervulling zullen gaan.’ Maria heeft erin geloofd, en zij zingt het uit. Zingen wij met haar mee. Eerst misschien nog een beetje schor ‘Scheur toch de wolken weg en kom’, en dan misschien wel ‘Nu daagt het in het oosten’. En wie weet komt dan, net als bij Zacharias, onze tong helemaal los en stemmen we uit volle borst in met de engelen en met allen die hun vreugde uitzingen. Moge het in vervulling gaan.

Ekkehard Muth, 23 december 2018

Dit bericht is geplaatst in Nieuws, Overwegingen. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *