Eldad en Medad

Marcus 9, 38-41 Numeri 11, 25-29

Gaan jouw kinderen nog naar de kerk? We hebben natuurlijk net onze kinderen naar de kindernevendienst zien gaan, maar ik bedoel de volwassen kinderen. Gaan zij nog naar de kerk? En nog een stapje verder: gaan zij nog met jouw kleinkinderen naar de kerk? Ik heb zelf geen kinderen, maar als ik kinderen had zou ik deze vraag, net als wij allemaal, waarschijnlijk ook met ‘nee’ moeten beantwoorden.

Velen van ons zijn daar verdrietig over, en misschien vraag je je af wat je toch verkeerd hebt gedaan in de opvoeding. — Maar zijn je kinderen daarom minder goede mensen? Of laat ik het nog verder toespitsen: zijn je kinderen daarom minder spiritueel? Als je eerlijk bent en als je goed kijkt, dan zul je waarschijnlijk zien dat je kinderen wel degelijk een innerlijk leven hebben, dat ze nadenken over de grote vragen van het leven, en dat zij vanuit het diepst van hun hart proberen goede mensen te zijn. — Dan zijn je kinderen misschien niet kerkelijk, maar, om het maar in de taal van onze eerste lezing te zeggen, ze ‘profeteren’ wel.

Jozua komt furieus bij Mozes: Eldad en Medad zijn in het kamp aan het profeteren. Zeg, dat ze daarmee ophouden. Want ze horen niet bij de uitverkoren zeventig oudsten. En Johannes komt bij Jezus: ‘We hebben iemand gezien die in uw naam demonen uitdreef. We hebben geprobeerd hem dat te beletten omdat hij zich niet bij ons wilde aansluiten.’

Mozes en Jezus reageren allebei op dezelfde manier: Mozes verzucht: wees blij met Eldad en Medad, profeteerde iedereen maar! En Jezus zegt: Belet hem niet, wie niet tegen ons is, is voor ons. Ook al is het nog zo klein, wees blij met alles en iedereen die in mijn naam aan het werk gaat, al geeft iemand jullie alleen maar een glaasje water in mijn naam.

Dan gaan je kinderen misschien niet naar de kerk, maar kijk maar hoe zij op heel andere manieren toch aan het ‘profeteren’ zijn. Onder profeteren verstaan we meestal dat iemand de toekomst kan voorspellen. Dat komt omdat de bijbelse profeten het vaak over de toekomstige tijd hebben; althans dat denken we. Maar profeten kijken niet zozeer de toekomst in, ze kijken veelmeer naar de diepte. En terwijl wij aan de buitenkant alleen de dagelijkse gang van zaken zien, zien zij hoe God aan de binnenkant al lang aan het werk is. En omdat wij dat vaak nog niet kunnen zien, klinkt het voor ons vaak als toekomstmuziek. Profeten spreken en handelen namens God, en iedereen die dat ook doet is dus aan het profeteren. Al geeft hij jou maar een glaasje water, zegt Jezus. Maar als je kijkt hoe je kinderen beseffen dat er meer is tussen hemel en aarde, en ook als je naar jezelf kijkt, dan lijkt het erop dat Mozes wel verhoord werd toen hij verzuchtte: ‘profeteerde iedereen maar!’

In de kerken zijn we vaak als Jozua: Eldad en Medad doen hetzelfde als wij, maar ze horen er niet bij. En in de kerken zijn we vaak als Johannes, daar drijft iemand demonen uit in uw naam, maar hij wil zich niet bij ons aansluiten! — Eerlijk gezegd heb ik daar zelf ook last van. Als ik in gesprek ben met niet-kerkelijke mensen, en als we het dan hebben over spiritualiteit en over hoop en verlangens, dan denk ik vaak: je bent geloviger dan je zelf doorhebt, waarom sluit je je niet gewoon bij ons aan. —

Maar in onze eerste lezing bij Mozes gebeurt er iets heel anders: God daalt af in een wolk en draagt een deel van de geest die op Mozes rustte over aan de zeventig. Dat is een prachtig beeld: God pakt een stuk van zijn geest en verdeelt het. En sterker nog, hij deelt zijn geest ook nog eens uit aan mensen die er niet bij zijn en er ook niet bij horen.

En in ons evangelie gebeurt hetzelfde: God handelt blijkbaar ook door mensen die er niet bij horen. Augustinus zegt: ‘Keer terug naar je hart en herken in het beeld van je hart de Schepper ervan.’ Dat geldt blijkbaar niet alleen voor kerkelijke mensen. God laat zich ook zien in het hart van mensen die op het eerste gezicht beweren dat ze niks met het kerkelijk geloof hebben.

Dus in plaats van te roepen: ‘Wilt u hem dat beletten’ en ‘zeg dat ze daarmee ophouden’ kunnen we maar beter blij zijn met iedereen die op welke manier dan ook ‘profeteert’. Laten we als kerkgemeenschap blij zijn dat God zich ook buiten de kerk laat zien.

Daarom organiseren we vanuit de Boskapel komende vrijdag een conferentie met alle organisaties in Nijmegen die op welke manier dan ook zich bezig houden met zingeving en spiritualiteit. Een conferentie met zeg maar de Eldads en de Medads uit Nijmegen. Het zijn er een heleboel, en 12 van die organisaties zullen die middag hun werk nader toelichten. De burgemeester is aanwezig omdat hij het toejuicht dat er in ‘zijn’ stad op zo vele manieren ‘geprofeteerd’ wordt. Jezus zegt een beetje plat: wie niet tegen ons is, is voor ons. Ik zou zeggen, meld je aan als je dat nog niet gedaan hebt, en kom en zie hoeveel mensen er op de meest uiteenlopende manieren toch voor ons zijn; en wij voor hen, wil ik er nog aan toevoegen.

Misschien vormen we samen een andere soort kerk. Misschien verbinden we ons tot een soort klooster — we hebben daarvoor de naam Stadsklooster Mariken bedacht — een klooster met kerkelijke en niet-kerkelijke broeders en zusters. Een klooster waar we samen ‘profeteren’, waar we samen uitzien naar hoe God oplicht in mensen, ook al noem je hem niet altijd zo. Gaan je kinderen nog naar de kerk? Misschien niet. Maar ze horen er wel bij, en wij bij hen, want samen zijn we aan het ‘profeteren’.

Ekkehard Muth, 30 september 2018

Dit bericht is geplaatst in Nieuws, Overwegingen. Bookmark de permalink.

Geef een reactie