De weg naar je hart, een weg die goed doet!

Deut. 4, 1-2. 6-8; Marcus 7, 1-8. 14-15. 21-23

“Waarom houden uw leerlingen zich niet aan de tradities van onze voorouders en eten ze hun brood met onreine handen?” Mens, waar maak je je zo druk over zouden we nu zeggen, laat iemand toch zijn eigen ding doen. Nuchter bekeken, lijkt het inderdaad een voorbeeld bij uitstek van extreem religieus fanatisme en niets anders. En toch is deze indruk heel bedrieglijk. In werkelijkheid staat er hier in de ogen van Jezus echt iets beslissends op het spel. En dat zal gezegd worden. Het zijn de Farizeeën en Schriftgeleerden die hier, zoals overal, vol minachting neerkijken op ‘het volk van het platteland. ’En daar wordt dan als vaste uitdrukking aan toegevoegd: ‘dat de wet niet kent.’ Dit volk is van Gods nabijheid uitgesloten want wat je niet kent kun je niet in praktijk brengen en als de wet van God kom moet je die in praktijk brengen. God gaf immers zijn geboden aan Mozes en wilde dat daaraan zo nauwkeurig mogelijk werd gehoorzaamd. Dus werd er door farizeeën en Schriftgeleerden uiterst minutieus nageplozen wat de juiste uitleg is. Hierover werden dan weer eindeloze discussies gevoerd.

In dit geval betrof het de gebruiken rondom rituele reinheid. Het ging de Farizeeën om veel meer dan de hygiëne, in feite waren het geen echte hygiënische voorzorgen. Het besprenkelen van eten met wat water werd gedaan omdat het misschien wel geoogst was op een dag dat dit niet mocht of omdat er misschien geen tempelbelasting voor was betaald. Het ritueel wassen van je handen moest gebeuren omdat je misschien met heidenen in contact was geweest. Afwassen van bekers en kruiken was een kwestie van wettelijke zuiverheid. De farizeeën verdedigden deze rituele codes om de etnische en nationalistische identiteit van het volk te garanderen. Ze hielden vast aan hun inclusieve eetgewoonten om zo exclusief te kunnen zijn en anderen buiten te kunnen sluiten. Ze deden dat niet alleen door hun eigen volk af te zonderen van alle andere volken, ook binnen hun eigen volk waren ze op die manier discriminerend bezig.

Jezus gaat niet eens met deze zogenaamde wetsuitleggers in discussie. Hij trekt direct van leer, kiest voor de confrontatie. Voor Jezus is het verschrikkelijk te moeten aanzien hoe het theologengilde zich verbeeldt dat je verschillen van maatschappelijke status tussen mensen mag opvijzelen tot verschillen tussen mens en God.

Jezus staat aan de kant van het zogenaamde ongeschoolde volk. Hij kiest de kant van hen die de wet niet kennen en zelfs al zouden ze die kennen die over het algemeen niet eens kunnen onderhouden. Water bijvoorbeeld is kostbaar en nodig om te drinken en te koken. Je moet er ook vaak nog een half uur voor lopen om een goede bron te vinden. Dan ga je dat water toch niet verbruiken voor alle mogelijke reinigingsrituelen.

Juist deze mensen met hun vuile handen gaan Jezus ter harte. Hij laat blijken dat zij misschien wel veel dichter bij God staan dan al die theologische dikdoeners uit Jeruzalem. Het antwoord dat Jezus aan de farizeeën geeft, liegt er dan ook niet om. Het treft hun diep in het hart: hij roept een profetie van Jesaja in herinnering: ‘Huichelaars zijn jullie, jullie hebben je eigen regels tot wet gemaakt en dit opgelegd aan het volk. Schijnheilige mensen zijn jullie, witgepleisterde graven (Matt. 23,27) want jullie buitenkant lijkt rein maar jullie verstikkende regels belemmeren het doel van de Thora en dat maakt jullie onrein.’ ‘Rein zijn’ heeft te maken met het innerlijk van de mens. Het gaat over het hart. Het hart dat aan iedereen en niet slechts aan een etnische groep gegeven is. En dan volgt er een lijst van ondeugden die iemand onrein maken.

Wat Jezus hier doet is door een code heen breken, een gedragscode die gebruikt werd om mensen onderling te verdelen. Hij doet dat door de oude reinheidswetten, toegeschreven aan de voorouders ongeldig te verklaren en door aan te geven dat je ‘reinheid’ op een andere manier moet definiëren.

Daarbij gaat het over ethische houdingen die voor allen gelden en niet alleen voor het een of andere volk. Het gaat hem om iedereen. Wetten en regels moeten rechtvaardig zijn en maar een doel dienen: mensen tot hun recht laten komen. De tekst is verrassend actueel:

“Wir schaffen das.” – Angela Merkel heeft het begrepen. Het Leitmotiv in haar hart opende grenzen voor iedereen: “Voor uw naamgenoten in ons midden, vluchtelingen, vreemden wees niet niemand, wees hun toekomst ongezien.” (H.O.)

De Nederlandse priester Paul Vlaar kreeg in 2010 landelijke bekendheid met zijn ‘Oranjemis’ voor de WK-finale. “Waarom houdt u zich niet aan de kerkelijke voorschriften en de traditie van de R.K. kerk?” Paul Vlaar had het hart op de goede plaats maar kerkelijke regels verhinderden de uitstraling ervan. Hij werd voor twee maanden geschorst.

De parochiegemeenschap San Salvator in de Bosch kreeg het ook te horen: “Waarom houden jullie je niet aan de kerkelijke voorschriften en de traditie van de R.K. kerk?” Het bisdom heeft het parochiebestuur ontslagen. Uiteindelijk bleken vrijzinnigheid en regelzucht onverenigbaar. Vorig jaar werd bisschop de Korte door zijn eigen conservatieve achterban teruggefloten toen hij wilde voorgaan in de mis op Roze Zaterdag 2017. (Dat doet hem nog steeds pijn)

Of wat te denken van de onzin-discussie of protestantse echtgenoten van katholieke vrouwen of mannen wel ter communie mogen gaan… Zo zou je nog talloze voorbeelden kunnen noemen.

Zo fel als Jezus reageerde op deze vraag van de Farizeeën, zo bemoedigend is hij voor de menigte, is hij voor ons. Een mens kan alleen maar tot zijn recht komen van binnenuit, als je hem laat leven vanuit zijn hart en niet vastlegt door dwang en wetgeving of zelfbedachte regels die hieraan voorbijgaan.

Dat was het enige wat Jezus wilde: dat we ons zouden losmaken van dwang en een soort dressuur van angst. “Kom tot inzicht”, zegt hij. Niets van wat jou van buitenaf wil knechten kan jou onrein maken. Niets in de mens is zo verkeerd dat je het moet wegdrukken, negeren of ontkennen.

Maar: wat gaat er om in je hart? Een van de kenmerken van de spiritualiteit van Augustinus is de innerlijkheid, de gerichtheid op het hart. Ik eindig met een citaat van hem: “Laat er geen tweespalt zijn tussen je mond en je hart. Breng ook je daden in het dagelijkse leven in overeenstemming met je hart. Wanneer je daar met ijver naar streeft, moet je ook de rechtvaardigheid beoefenen want door dit werk van liefde nodig je God uit om je hart te bewonen. Keer daarom terug naar je hart.”

Maria Schröder, 2 september 2018

Dit bericht is geplaatst in Nieuws, Overwegingen. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *