De vijfdaagse

Marcus 6, 30-34

Ze komen helemaal opgetogen terug. Jezus had zijn leerlingen twee aan twee erop uit gestuurd om de boodschap uit te dragen. Dat was een hele onderneming, want het is één ding om in je vertrouwde omgeving en in de veilige kring van de andere leerlingen achter je leermeester aan te lopen, maar het is heel wat anders om er nu zelf voor te staan. Misschien kan je dat vergelijken met de weg die we als Boskapel gegaan zijn. Toen het klooster er nog was, was de Boskapel de kerk van de Augustijnen, en de gemeenschap ontstond daaromheen. Later, en helemaal toen het klooster opgeheven werd, moesten we als zelfstandige kerkgemeenschap een eigen weg zien te vinden. Dat vraagt heel veel meer lef en creativiteit. Dat vraagt vooral ook heel veel meer vertrouwen, vertrouwen in de ander, ook als die een keer wel heel onverwachte wegen uitprobeert, en vertrouwen in jezelf.

Nu komen de leerlingen blakend van zelfvertrouwen terug bij Jezus. Het is een beetje als afgelopen vrijdag op de Via Gladiola. God weet hoeveel het je gekost heeft, maar je bent er. Je hebt het gehaald, je hebt het toch maar weer mooi volbracht. Je zelfvertrouwen kan niet meer stuk, want als je de vierdaagse gelopen hebt, dan kan je wel alles aan; wie of wat zou je dan nog kunnen deren. – En zo komen de leerlingen ook terug, trots, maar ook dankbaar, en boven al misschien ook verrast. Verrast over zichzelf. In hun stoutste dromen hadden ze niet kunnen denken dat zij dit voor elkaar zouden krijgen. Ze bleken meer te kunnen dan ze van tevoren hadden kunnen bedenken. Als ze de keuze hadden gehad, heel eerlijk, dan hadden ze Jezus gevraagd om bij hem te mogen blijven, in de vertrouwde omgeving, het was toch goed zo. Hoe vaak denken mensen tijdens de vierdaagse niet: dit doe ik nooit meer. Maar dat gevoel van zelfvertrouwen en die ervaring dat je opnieuw jezelf overstegen hebt, is alle moeite en pijn dubbel en dwars waard. Jezus stuurde ze gewoon op pad, en nu ze terug zijn zouden ze nooit anders hebben gewild. Opgetogen, blakend van zelfvertrouwen, en ook een beetje beduusd van dat ze zichzelf zo hebben kunnen overstijgen, vertellen ze hem over alles wat ze gedaan hebben.

Misschien ken je dat ook van zeg maar andere vierdaagsen in je leven. Misschien ben je ziek en wordt elke dag weer opnieuw een opgave van 30, 40 of zelfs 50 kilometer. Misschien tors je een last uit je verleden met je mee, en kilometers die anderen om je heen wellicht fluitend afleggen, worden voor jou extra zwaar. Misschien zit je gevangen in verhoudingen waar je geen kant op kunt, en komen de gladiolen nooit in zicht.

Je zou dan willen dat God zich zo wraakzuchtig toont als in onze eerste lezing. Je zou willen dat hij die ziekte verslaat. Je zu willen dat er wraak komt voor alles wat je aangedaan is. Je zou willen dat hij weer bijeenbrengt wat er van jou is overgebleven, en dat hij je naar een goed wijds land brengt, waar je weer tot bloei kunt komen; dat je over de Via Gladiola naar een stralende toekomst kunt lopen.

Soms lijkt het alsof dat ook gebeurt. Misschien niet op die wraakzuchtige manier uit onze eerste lezing. Maar opeens zijn er wel mensen om je heen die jou op de moeilijkste kilometers er doorheen slepen. Zijn er mensen die bij je blijven, ook al kun je even helemaal niet meer verder. Dan is je ziekte misschien niet weg, en de volgende dag zal weer opnieuw het nodige van je vragen, maar toch merk je dat je meer voor elkaar krijgt dan je eigenlijk kon denken, dat jullie een verbondenheid bereiken die je anders misschien gemist had, dat je een kwaliteit ontdekt die je je van te voren niet kon voorstellen.

Of het lukt je om die last uit het verleden stukje bij beetje van je af te schudden. Je moet er ontzettend voor knokken en heel diep gaan, maar het blijkt je toch te lukken. Of onverwachts blijkt er toch licht te komen in die verstikkende verhoudingen, en komt alles weer in beweging en wonder boven wonder komen zelfs de gladiolen in zicht.

De leerlingen zijn met lood in hun schoenen vertrokken en nu dansen ze over de Via Gladiola. En bij Jezus is het niet anders dan in Nijmegen ook: het is een drukte van belang. Het is een voortdurend komen en gaan van mensen. En samen pakken ze de boot om een eindje verderop de stilte op te zoeken. Maar zo werkt het natuurlijk niet. Je kan niet erop uit trekken en de mensen vertellen dat er meer in hen zit dan zij denken. Je kan niet de mensen helpen om zichzelf te overstijgen. Je kan niet uitdragen dat er een nieuwe toekomst is, nieuw leven, nieuw licht – en vervolgens verwachten dat de mensen rustig blijven zitten. Nee, ze zijn met de boot nog niet aan wal, of de mensen staan hen alweer op te wachten.

Je kan niet als kerkgemeenschap een zelfstandige koers varen, je kan niet vernieuwende wegen gaan, je kan niet laten zien dat het soms juist de meest onverwachte wegen zijn die je optillen – en vervolgens verwachten dat je rustig in de luwte kunt blijven zitten. Nee, de mensen hebben terecht meer verwachtingen aan ons. En misschien verwachten ze ook meer dan wij denken te kunnen bieden. Maar als je de vierdaagse gelopen hebt, dan kan je alles aan. De leerlingen staan versteld van wat zij toch voor elkaar hebben mogen krijgen. En hoe vaak sta je niet zelf verrast naar jezelf te kijken. Wie weet zullen we ook als kerkgemeenschap verwonderd staan te kijken naar de wegen die we hebben durven gaan.

Ondanks alle behoefte aan rust stappen Jezus en de leerlingen uit de boot en pakken hun taak weer op.

Ekkehard Muth

Dit bericht is geplaatst in Nieuws, Overwegingen. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *