Wat ben ik voor u?

Wat beweegt mij? Augustinus Belijdenissen 1,5

Als kind kreeg ik een keertje twee piepkleine speelgoedhondjes cadeau, de Black &White Whisky-hondjes. En in hun neusjes zaten magneetjes, maar dat snapte ik toen nog niet. Als je één hondje onder een waterglas of whiskyglas zette en met het andere hondje er omheen bewoog, bewoog dat andere hondje mee. Met zijn snuit ‘volgde’ het altijd het hondje buiten. Maar soms, als het hondje buiten het andere hondje van achteren naderde, schoot dat andere hondje weg, draaide zich heel snel om en kwam meteen weer terug.

Een leuk speeltje, maar daar moest ik aan denken toen ik de mijmeringen van Augustinus las. Als een magneet voelt hij zich door God aangetrokken, en andersom lijkt ook God zelf zich door de mensen aangetrokken te voelen. ’Wat ben ik voor u, dat u door mij bemind wilt worden, dat u zelfs boos wordt als ik dat niet doe?’

‘Of is het niet erg als ik u niet bemin?’ mijmert Augustinus verder. Maar op het moment dat hij zich van God afkeert, draait hij zich alweer om en wordt hij weer aangetrokken.

Dit jaar hebben we als thema gekozen: ‘Wat beweegt mij?’ En soms weet je heel goed wat je beweegt. Je wilt goed voor je kinderen zorgen, je wilt een goede buurman of buurvrouw zijn, een goede echtgenoot. Je hebt passie voor je werk, je doet vrijwilligerswerk omdat je het belangrijk vind dat mensen iets voor elkaar doen. Je hebt de mantelzorg op je genomen omdat je trouw bent aan de ander. —

Maar soms heb je het gevoel dat dat niet alles is, je hebt het vermoeden dat de eigenlijke beweging van een diepere laag uit moet gaan. Dan kan je niet meer zeggen dat je echt wéét wat je beweegt, maar je voelt het wel. En als je het probeert te verwoorden dan komen er misschien ideeën in je op als: je wilt dat we in vrede met elkaar wonen, je wilt bijdragen aan een betere wereld, je wilt dat we in gezondheid kunnen leven, en als dat niet kan, dan wil je toch helpen de pijn te verzachten. Je wilt meewerken aan een wereld van gerechtigheid en heelheid. — En als je nóg verder doordenkt durf je heel misschien wel te zeggen dat je bewogen wordt door het idee van het koninkrijk van God.

‘Wat bent u voor mij? Geef genadig dat ik het kan zeggen’, verzucht Augustinus. Wat beweegt mij toch? ’Zeg tegen mijn ziel: Ik ben het die je redt.’ Zoals het bij mij als kind wel even duurde voordat ik de werking van de magneetjes zou snappen zo probeert Augustinus om er meer van te begrijpen. Dit jaar gaan we zelf op zoek om dieper te begrijpen: wat beweegt mij?

Ik denk dat die vraag ook de reden is waarom we hier telkens weer als kerkgemeenschap bij elkaar komen. Even weer als een magneet ons opnieuw richten op wat ons aanduwt en aantrekt. ’Wat ben ik voor u, dat u door mij bemind wilt worden, dat u zelfs boos wordt als ik dat niet doe? Of is het niet erg als ik u niet bemin?’ Ben u het soms die mij beweegt? En hoe dan?

Het is dit jaar 500 jaar geleden dat de andere augustijn Maarten Luther wakker lag van dezelfde vraag: ’Wat ben ik voor u, dat u door mij bemind wilt worden?’ En kan ik u ooit wel voldoende beminnen? Wordt u niet boos omdat ik u niet genoeg bemin?

Augustinus hoorde opeens een meisje zingen: ‘tolle lege, neem en lees’ en hij sloeg de bijbel open en kwam uit bij de brief aan de Romeinen. Niet precies bij de verzen die wij gelezen hebben, maar de verzen van ons hadden hem net zo goed op het spoor kunnen brengen: ‘Wie kent de gedachten van de Heer? Wie heeft hem ooit iets gegeven dat door hem moest worden terugbetaald? Alles is uit hem ontstaan, alles is door hem geschapen.’

En het is waarschijnlijk geen toeval dat ook Luther het antwoord vond in de brief aan de Romeinen. ‘Alles is uit hem ontstaan, door hem geschapen’, dus ook de liefde waarmee ik hem bemin is door hem geschapen. Hij is het ook die, net als bij de speelgoedhondjes, de magneet in mij gelegd heeft waardoor ik me alsmaar naar hem toe moet bewegen. Bij Augustinus is dat ons hart, waarin God oplicht. En Luther borduurt erop voort: het is niet mijn eigen prestatie dat ik God bemin of dat ik in zijn zin leef, maar het is God zelf die geeft dat ik me naar hem toe beweeg.

Wat beweegt mij? Wat beweegt ons als kerkgemeenschap? Bij de mijmeringen van Augustinus moest ik aan de Black & White Whisky-hondjes denken. Maar op één punt gaat de vergelijking toch mank. Het kan namelijk zomaar gebeuren dat God de stolp opeens wegneemt. En dan komen we echt in beweging.

Ekkehard Muth, 27 augustus 2017

Dit bericht is geplaatst in Nieuws, Overwegingen. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *