Vrolijke scheetjes

Matteüs 6, 24-34 carnaval

Morgen bij de wel grootste carnavalsoptocht van Duitsland in Mainz zal een praalwagen meerijden van de kerk met daarop Maarten Luther. Luther was een diep gelovig man en daarom kon hij ook zo intens van het leven genieten. In zijn augustijnse gastvrijheid had hij altijd veel mensen aan tafel, zoveel dat zijn vrouw Katharina von Bora moeite had om de eindjes aan elkaar te knopen. Want er werd niet alleen uitgebreid gefilosofeerd, er werd minstens net zo uitbundig gegeten en gedronken. Gaandeweg werd Luther beroemd vanwege zijn aardse en tegelijkertijd filosofische uitspraken die hij regelmatig deed. Op de praalwagen morgen staat dan ook de misschien wel grappigste maar ook diepzinnigste uitspraak van Luther: ‘Aus einem verzagten Arsch kommt kein fröhlicher Pfurz’. Gerrit Komrij heeft dat treffend vertaald met: ‘Uit een treurige reet komt geen vrolijke scheet.’

Dit jaar herdenken we dat die jonge augustijn 500 jaar geleden zijn stellingen publiceerde. De legende wil dat hij die aan de kerkdeuren van de Slotkerk in Wittenberg heeft gespijkerd. Later toen de verhoudingen verhard waren, zou hij op die uitspraak voortborduren en zeggen: ‘Als ik in Wittenberg een wind laat, ruiken ze die in Rome.’

Intussen zijn we in de afgelopen vieringen en ook vandaag weer bezig met de bergrede van Jezus. Je zou ook kunnen zeggen: de lange buutreede van Jezus. En dat bedoel ik helemaal niet oneerbiedig. Een goede buutreedner maakt natuurlijk heel veel grappen, maar wat die grappen zo grappig maakt is dat hij de realiteit vanuit een volstrekt ander perspectief bekijkt. En dan kan je er alleen maar om lachen. Dat is net als wanneer je, nu je ouder bent, kunt lachen over waar je in je jonge jaren zo bloedserieus mee bezig was.

Zo verschuift Jezus hier ook het perspectief. ‘Niemand kan twee heren dienen.’ Je kan niet én de heer dienen van ‘het is zoals het is’, én tegelijkertijd de heer van ‘het zou ook anders kunnen zijn’. Natuurlijk weet hij dat je verstrikt bent in ‘het is zoals het is’. Natuurlijk heb je zorgen, je lijdt mee met je naaste, je bent misschien zelf ziek, of je merkt dat je niet meer alles kunt zoals vroeger, je leven kent de nodige donkere momenten, gemiste kansen, je hebt mensen verloren die je dierbaar waren. Natuurlijk vraag je je af: wat zal ik eten of drinken, wat moet ik aantrekken, hoe moet ik toch de komende dag doorkomen? Als vanzelf val je onder de heer met die ‘treurige reet’.

Maar ‘uit een treurige reet komt geen vrolijke scheet.’ Probeer ook eens te kijken hoe je leven eruit ziet als je op die praalwagen stapt. Als je je even onderdompelt in het feestgedruis, als je even kijkt vanuit een ander perspectief. Jezus zegt het hier zo: misschien kan je dan zien dat ‘het leven meer is dan voedsel en het lichaam meer dan kleding’. En ben je niet meer waard dan de vogels aan de hemel. Ze zaaien niet en oogsten niet, en ze hebben ook geen voorraadschuren.

Misschien klinkt het wat naïef. Natuurlijk zijn je zorgen morgen nog net zo groot. Maar probeer ook even dat andere te zien. Probeer ook te zien dat God tegen jou zegt: ‘Ik heb je naam in mijn handpalm gegrift.’ Misschien kan je dan ook een wat vrolijker wind laten.

En ‘kijk eens naar de lelies op het veld, zelfs Salomo ging in al zijn luister niet gekleed als zij’. Dan kan je je weleens voelen als ‘het groen dat vandaag nog op het veld staat en morgen in de oven gegooid wordt’. Maar als God dit groen al zo prachtig kleedt, ‘met hoeveel meer zorg zal hij jullie dan niet kleden?’

‘Kleingelovigen’, voegt Jezus er nog aan toe. In buutreeden zijn de kleingelovigen altijd degenen die vasthouden aan ‘het is zoals het is’, die vasthouden aan regels, die alles in het gareel willen houden. Het zijn de heidenen, die alleen maar in het hier en nu blijven, die nooit vanuit een ander perspectief kijken. Uit hun treurige reet komt dan ook geen vrolijke scheet.

Ze staan voor een samenleving waar de zorg overgelaten wordt aan de marktwerking. Waar we stervensbegeleiders zoeken in plaats van levensbegeleiders, omdat we denken dat een voltooid leven waarschijnlijk meteen ook zinloos zou zijn. Waar je op de arbeidsmarkt na jarenlange trouwe dienst zomaar stank voor dank kunt krijgen. En waar we het overstijgende uit het oog verloren zijn en alleen maar denken in wat zal ik eten of drinken, en wat zal ik aantrekken. Uit die treurige reet komt inderdaad geen vrolijke scheet.

Nee, er is een andere heer, de heer van ‘zo zou het kunnen zijn’, de heer voor wie je zoveel meer bent, die jouw naam gegrift heeft in de palm van zijn hand. Dat is de heer, die een andere ‘wind’ laat waaien. Een vrolijke scheet omdat je ziet dat je meer bent dan je zorgen en noden. Dat je op adem komt omdat je zoveel meer bent dan alleen maar patiënt of kostenpost. Dat je leven waardevol is, ook al zitten misschien je levenstaken erop.
Voor degenen die morgen op Duitsland 2 willen kijken, de praalwagen van de kerk met Luther erop heeft nummer 31. Dat is vrij vooraan. Laat díe heer dan ook voorop lopen; om met Luther te spreken: de heer met de ‘vrolijke reet’. Je bent niet gemaakt om te leven in de stank van de treurige reet, maar jij zult leven in de frisse wind van allemaal — vrolijke scheetjes.

Ekkehard Muth, 26 februari 2017

Dit bericht is geplaatst in Nieuws. Bookmark de permalink.

Geef een reactie