Uit je bubbel

Door Aar Clay – Eigen werk, CC BY-SA 3.0

Johannes 14, 15-21 Handelingen 8, 5-17

We hebben thuis geloof ik zo’n 75 zenders op de tv. Maar eigenlijk kijken we hooguit naar zes of zeven ervan. En heel af en toe gebeurt het dat we afstemmen op een zender die we eigenlijk nooit kijken. En dan zijn we verbaasd over de reclame die je te zien krijgt. We vinden dat we op ‘onze’ kanalen al behoorlijk veel reclame te zien krijgen, maar als je dan een keertje naar een heel andere zender schakelt, dan komt er reclame langs die je nog nooit gezien hebt. Dan worden er producten aangeprezen, waar je niet eens wist dat die bestonden.

Dan wordt je duidelijk dat je in een bepaalde bubbel leeft. Je denkt dat je de hele wereld behoorlijk in beeld hebt, maar je hoeft maar naar een andere tv-kanaal te kijken, of je merkt dat er buiten je bubbel nog heel veel andere bubbels zijn.

Misschien merk je dat ook als je aan andere mensen vertelt dat je naar de kerk gaat. Veel mensen weten dan echt niet meer wat dat is, laat staan wat je eraan kunt beleven. En als ik dan vertel dat ik voorganger ben van een kerkgemeenschap die augustijns-katholiek is maar niet rooms-katholiek, dan zie je alleen maar vraagtekens in hun ogen.

We leven lekker in onze eigen bubbel. Dat merk je ook aan ons stemgedrag bij de verkiezingen. Nog nooit zaten er zoveel partijen en partij’tjes in de Tweede Kamer als nu. Voor elke bubbel één, zou je kunnen zeggen. En hoe moeilijk het is om die bubbels door te prikken en bij elkaar te komen is van de week gebleken toen de formatie van een nieuwe regering mislukte.

Ik vertel dat, omdat Johannes in zijn evangelie twee dingen probeert te doen. Hij wil aan de ene kant onze eigen bubbel openprikken, en aan de andere kant wil hij graag dat we in de bubbel van God komen te zitten.

Jezus is met zijn leerlingen in gesprek, en hij vertelt over de bubbel van God, over een heel andere wereld. Hij gaat naar de Vader, zoals hij dat noemt. De leerlingen denken dat hij het over zijn dood heeft. Want als je uit de bubbel van ons aardse stoffelijke leven naar de andere wereld wilt gaan, moet je eerst sterven, toch? Maar Jezus heeft het helemaal niet over zijn dood, hij heeft het veelmeer over hun opstanding. ‘Nog een korte tijd en de wereld zal mij niet meer zien, maar jullie zullen mij wel zien, want ik leef. Dan zul je begrijpen dat ik in mijn vader ben, dat jullie in mij zijn en dat ik in jullie ben.’ —

Als je zo wilt, wordt hier onze bubbel van ons leven in het hier en nu doorgeprikt en komen we in de veel grotere bubbel van God terecht. Ons bubbeltje van ons aardse en stoffelijke leven wordt opgeblazen tot het hemelse. Ons leventje hier met alle ziektes en de dood aan het eind wordt uitgerekt tot het nieuwe eeuwige leven. Dan zitten we hier in ons sterfelijke leven, maar de opstanding hoort er al bij. We worden uit onze bubbel gehaald naar de bubbel van God.

Precies dat heeft Augustinus ook ervaren als hij roept: Ik zocht U buiten, maar U zat in mij. Hij dacht ook eerst dat God wel in een heel andere ruimte moet zitten en dat het een hele tocht zou zijn om daar te komen. Maar opeens besefte Augustinus dat hij al lang in de bubbel van God zat. God zat in hem; mij dichter bij dan ik mijzelf.

Afgelopen maandag organiseerden we vanuit de Boskapel, het Huis van Compassie, het Vincent de Paul Centre en de Raad voor Levensbeschouwing en Religie een podiumgesprek met burgemeester Bruls over ‘angst en polarisatie’. Als je al te lekker in je eigen bubbel zit, in je eigen veilige leventje, dan worden de andere bubbels steeds vreemder voor jou. Dan is het net als wanneer je bij het tv-kijken opeens naar een ander kanaal zapt en plotseling een heel andere wereld te zien krijgt. En dan schakel je gauw weer terug naar je vertrouwde zender, je trekt je terug in je eigen bubbel.

Hoe zou het toch zijn als we zouden durven om onze eigen bubbel door te prikken? En hou zou het toch zijn als we zouden herkennen dat we met z’n allen in de bubbel van God mogen zitten? Je mag het ook de bubbel van Allah noemen, of van hoe je God ook wilt aanspreken.

We zitten er al lang in. Dat besefte Augustinus ook. Hij moest alleen terugkeren naar zijn hart, want daar licht God op. En Johannes zegt het ook: ‘Jullie kennen hem wel, want hij woont in jullie.’ Augustinus heeft dat in steeds andere bewoordingen telkens weer uitgewerkt in het beeld van het brandende hart. Keer terug naar je hart en herken in het beeld de schepper ervan. Kijk hoe God in mensen oplicht. Herken dat je in de bubbel van God mag zijn.

Ekkehard Muth, 21 mei 2017

Dit bericht is geplaatst in Nieuws, Overwegingen. Bookmark de permalink.

Geef een reactie