Talenten

Matteüs 25, 14-30

Wat is mooier dan wanneer je je talent kunt gebruiken. Misschien heb je werk waarin je je talenten kunt inzetten. Of misschien doe je vrijwilligerswerk waarvoor je helemaal geknipt bent. Misschien kan je ook thuis je talenten helemaal uitleven. Wie weet heb je de gave om het thuis gezellig te maken, of ben je iemand bij wie anderen zich op hun gemak voelen. Misschien kan je helemaal opgaan in je hobby. — Als je je talent kunt inzetten dan keer je terug naar je hart, zoals Augustinus zegt, dan sta je in je kracht, dan word jij gelukkig, en anderen worden gelukkig van jou.

Vaak heb je dat niet zo door, maar zodra je teveel dingen moet doen waar niet je talent ligt, dan breekt dat je op. Als je op je werk taken krijgt die jou niet liggen, dan wordt het zwaar. Als er alsmaar van jou gevraagd wordt om andere prioriteiten te stellen en je talent te laten liggen, dan vervreemd je van jezelf. Dan verwijder je je van je hart. Dan loop je achter jezelf aan en krijg je een burnout.

Waar liggen jouw talenten? — In onze gelijkenis deelt ‘de man’ talenten uit. In de tijd van Jezus was dat letterlijk een munteenheid, maar het woord ‘talent’ werd ook toen al gebruikt in de zin zoals we het nu ook gebruiken: een gave, een begaafdheid, een talent, dus. De eerste krijgt vijf talenten, de andere twee en de derde krijgt er één. ‘De man’, zoals het hier heet, deelt talenten uit, en voor de goede verstaander is duidelijk dat daarmee God zelf aangeduid wordt. God deelt talenten uit.

Vroeger leerden we nog dat God almachtig zou zijn, en inderdaad, God zal wel heel veel talenten hebben, maar ik vraag me af of almacht nou zijn voornaamste talent is. Misschien is het grootste talent van God wel dat hij talenten uitdeelt.

We ervaren onze talenten dan ook vaak als door God geschonken omdat we er zoveel plezier aan beleven. Omdat we het gevoel hebben dat we dichter bij ons hart komen en daarmee dichter bij God. We worden gelukkig als we met onze talenten van dienst kunnen zijn. En we beseffen dat talent soms ook verplichting met zich meebrengt. Als je het talent hebt om een goede dokter te zijn, een goed monteur of een goede docent bijvoorbeeld, dan is het zonde als je dat talent niet gebruikt. En misschien is het ook letterlijk zonde om je talent te begraven. Want daarmee zondig je tegen jezelf, je vervreemdt van jezelf. Maar je zondigt ook tegen de mensen om je heen, want je onthoudt hen jouw gaven. En uiteindelijk zondig je ook tegen God, want hij kan dan niet meer door jou aan de slag.

Daarom wordt de heer in onze gelijkenis zo boos tegen die knecht die zijn talent begraven heeft en het nu onverrichter zaken teruggeeft. Je zou maar God zijn, je geeft jouw mensen prachtige talenten en vervolgens doen ze er niets mee; dan weet zelfs God het ook niet meer.

Wat is jouw talent? Wat zijn onze talenten als kerkgemeenschap? Het lijkt wel een beetje alsof in ons geseculariseerde land de talenten van een kerkgemeenschap niet meer gevraagd zijn. Met alle gevolgen van dien. Het wordt dan zwaar, we lopen ons het vuur uit de sloffen om onze talenten nog beter voor het voetlicht te brengen. Kijk toch wat we voor prachtige vieringen hebben. En heb je onze dijk van een vormingsprogramma gezien? Maar geen haan die daarnaar kraait. Zo langzamerhand lopen we achter ons zelf aan, en de kerkelijke burnout ligt op de loer.

Dan is het misschien begrijpelijk dat we ons talent dan maar begraven en op betere tijden wachten. Dat zie je bij veel kerken gebeuren. Ze keren zich naar binnen. Onze eigen gemeenschap eerst. Als wij het maar onderling fijn met elkaar hebben, de vertrouwde liederen, de vertrouwde geluiden, als we maar elkaar blijven inspireren, desnoods in een huiskamer; want ja, we zijn er met steeds minder. — Is dat onze opdracht? Gaan we dan tegen God zeggen: ‘heer, we hebben besloten om uw talent te begraven; alstublieft, hier hebt u het terug’?

Of lukt het ons om het roer om te gooien. Lukt het ons om uit te breken uit die neerwaartse spiraal. Gisteren op de ontmoetingsdag voor kleine geloofsgemeenschappen bleek weer eens temeer dat we goud in handen hebben, twee talenten, misschien zelfs vijf talenten. We hebben het talent van een lange traditie van 2000 jaar lang alsmaar weer de goede antwoorden vinden op de levensvragen van mensen. We hebben het talent om op een vertrouwde manier om te gaan met wat ons eigenlijk overstijgt. Het talent om opgetild te worden. En hier in de Boskapel krijgen we van nieuwkomers vaak te horen dat we het talent hebben om mensen, ook buitenstaanders, snel ‘bij hun hart’ te brengen om het maar met Augustinus te zeggen. ‘Keer terug naar je hart en herken in het beeld de Schepper ervan.’ En blijkbaar lukt het ons dan ook nog weleens om vervolgens de regel van Augustinus waar te maken: ‘eert in elkaar God’; mensen voelen bij ons snel dat ze ertoe doen.

Talenten in overvloed. En als onafhankelijke geloofsgemeenschappen hebben we ook nog eens het voordeel dat die talenten niet begraven liggen onder een belastend kerkelijk instituut.

Keer terug naar je hart, keer terug naar je talent. Wat is jouw talent, wat zijn onze talenten? Moge het jou, moge het ons gegeven zijn dat we met die knecht kunnen zeggen: ‘Heer, u hebt mij vijf talent in beheer gegeven, alstublieft, ik heb er vijf bij verdiend.’

Ekkehard Muth, 19 november 2017

Dit bericht is geplaatst in Nieuws, Overwegingen. Bookmark de permalink.

Geef een reactie