Pasen 2017

Paaswake 2017 Matteüs 28, 1-10

Waarom is deze nacht anders dan andere nachten? Het is de nacht waar we niet meer kunnen slapen omdat midden in het donker het licht zich niet meer langer kan inhouden. Het licht dat in deze wereld gelegd is bij de schepping, toen god sprak: er zij licht. En het licht dat in ons gelegd is toen God mensen maakte.

Niet dat het letterlijk zo gegaan moet zijn in zeven dagen, maar in deze nacht lezen we hoe het gegaan is dat we mensen van God zijn geworden. Mensen naar zijn beeld en gelijkenis, met zijn levensadem. Niet alleen een toevallig product van de oerknal, maar mensen waarin zijn licht straalt. Dat we uit zijn licht komen en dat we naar zijn licht onderweg zijn, een leven lang en zelfs nog in de dood.

Alle evangelisten in de bijbel vertellen van de verrijzenis; dit jaar lezen we het kortste verhaal, zoals Matteüs dat heeft opgeschreven. Een engel daalt af, de bewakers krijgen een inzinking. De engel rolt de steen weg en zegt tegen de vrouwen: jullie zoeken Jezus? Hij is niet hier, hij is opgestaan, dat heeft hij toch gezegd. Ga nou maar, meer heb ik jullie niet te zeggen. — Matteüs kan hier zo kort over zijn omdat we het toch al weten; omdat het licht waar we vandaan komen en waar we naartoe gaan altijd al in ons brandt.

Waarom is deze nacht anders dan andere nachten? Vaak genoeg wordt ons licht verstikt en zijn de nachten zo donker dat het niet meer te zien is. Dit is de nacht waar we weg trekken uit onze nachten. Zoals Israël toen weggetrokken is uit Egypte.

Dit is de nacht waar we met de kleren aan en de stok in de hand nog even haastig eten om weg te gaan uit ons eigen Egypte. Weg uit alsmaar weer dezelfde patronen waarin we elkaar steeds weer in de tang houden. Dat we wellicht opstaan uit onze eigen valkuilen, dat het ons misschien lukt om uit te breken uit die eigen aard van het beestje.

En dat gaat niet zonder slag of stoot. Soms zijn daar harde maatregelen voor nodig, tot wel tien plagen voor dat de farao eindelijk zegt: Ga weg uit mijn land, ga heen met dat volk van je. Je moet goed volhouden totdat het je lukt om je te bevrijden. En als die weg dan open ligt, dan moet je het maar aandurven om die ook echt te gaan. — Dit is de nacht waar we met de kleren aan en de stok in de hand opstaan om op weg gaan naar het licht.

Waarom is deze nacht anders dan andere nachten? Soms denk je dat je op weg bent, die farao van je eigen Egypte heeft je laten gaan. Je hebt de grote stap gezet, je bent op weg gegaan, maar dan loop je weer vast, net als het volk Israël, in een onoverbrugbare rode zee. Je dacht dat je je eindelijk geen zorgen meer hoefde te maken, maar dan dient zich het volgende al weer aan. Je hoopte dat je ziekte je eindelijk liet gaan, maar dan krijg je toch weer een slechte uitslag. Eindelijk heb je misschien een manier gevonden dat dat wat je aangedaan is niet meer zo’n grip heeft op je leven, maar dan komt het verleden net als die farao toch weer achter je aan. Dan vlucht je uit oorlog en geweld hier naartoe, maar dan komt de terreur net als de farao met zijn strijdmacht achter je aanzetten tot in de winkelstraten van London en Stockholm aan toe. Dan zou je willen dat die steen weggerold werd. Dan zou je willen dat de wateren eroverheen zouden golven zodat er niet één van die ‘Egyptenaren’ overbleef, zodat er niets meer overbleef van wat je alsmaar weer gevangen houdt.

Waarom is deze nacht anders dan andere nachten? In deze nacht staan we op, de kleren aan, de stok in de hand. We delen brood en wijn. En we gaan op weg. In deze nacht verrijzen we, want het licht kan zich niet langer meer inhouden. Dit licht wat ons ingegeven is bij de schepping, dit licht waarin God in ons oplicht, en het licht wat zelfs nog in onze dood zal stralen, breekt door al onze nachten heen.

Jezus is opgestaan, zegt de engel, en jullie ook.

Ekkehard Muth, 15 april 2017

Pasen 2017 Matteüs 28, 1-10

Misschien bent u in de afgelopen weken naar een uitvoering van de Matteüs Passion geweest. Dan heeft u bijna drie uur lang naar de meest prachtige en indringende muziek mogen luisteren. De evangelist Matteüs heeft namelijk het langste lijdensverhaal. Veel langer dan bijvoorbeeld Johannes, en nog langer dan Lucas of Marcus. Maar zo lang Matteüs over het lijdensverhaal vertelt, zo kort is hij over de verrijzenis.

De engel daalt af, de bewakers van het graf krijgen een inzinking. De engel rolt de steen weg en zegt tegen de vrouwen: jullie zoeken Jezus? Hij is niet hier, hij is opgestaan, dat heeft hij toch gezegd. En voor dat de vrouwen nog maar iets kunnen vragen, stuurt hij ze weg met de opmerking: ‘Dat is wat ik jullie te zeggen had.’

De meest onmogelijke gebeurtenissen zet hij neer als de gewoonste zaak van de wereld. ‘Dat heeft hij toch gezegd. Dat wisten jullie toch al.’ Opstaan uit de dood, het meest onvoorstelbare, beschrijft hij alsof het voor ons gesneden koek is. — En misschien is dat ook zo.

In de andere evangelies wordt verteld dat Maria uit Magdala en de andere Maria naar het graf komen omdat ze het lichaam nog een keer willen balsemen. Maar hier geeft Matteüs helemaal geen reden waarom de vrouwen naar het graf komen. Hij zegt alleen maar dat ze ‘ontzet’ zijn en tegelijkertijd ‘opgetogen’. Ontzet omdat het eigenlijk niet kan, maar ook ‘opgetogen’ omdat zij diep van binnen altijd al wisten dat het wel kon — zie je wel.

Het lijdensverhaal, en überhaupt het hele evangelie van Matteüs is zo lang omdat Matteüs telkens weer teruggrijpt op de schriften van het oude testament. Zijn lezers zijn namelijk vrome joden, die hun heilige schriften, dat wat wij tegenwoordig het oude testament noemen, door en door kennen. En Matteüs wil aantonen dat alle verwachtingen, alle dromen en alle beloftes met de komst van Jezus in vervulling gaan. Dat we het dus al wisten.

Daarom zingt in de Matteüs Passion de evangelist alsmaar weer: ‘auf daß erfüllet würde die Schrift die da saget…’ Telkens weer zegt Matteüs: dit gebeurde opdat de geschriften in vervulling gaan. Jullie weten het eigenlijk al, hier gebeurt waarmee jullie al lang vertrouwd zijn; wat Jezus doet en verkondigt is voor jullie gesneden koek.
Daarom kan hij ook zo kort zijn over de verrijzenis. Want jullie weten het toch al: ‘Hij is niet hier, hij is immers opgestaan, zoals hij gezegd heeft.’

In onze stoffelijke en materiële wereld kan het gewoon niet. Hoe vaak zouden we niet willen dat onze overledenen toch weer bij ons waren. Maar we weten dat dat niet kan. Toch diep van binnen weten we wel, vermoeden we, hopen we dat het wel kan. Daarom wordt hier de rationele en stoffelijke wereld ook letterlijk opgeschud: de aarde beeft, de grote rotsblok wordt weggerold, de engel licht op als bliksem, en de bewakers vallen als dood neer.

De bewakers waren trouwens neergezet om te voorkomen dat het lichaam stiekem weggehaald zou worden en dat de aanhangers van Jezus dan zouden vertellen dat hij verrezen was. De bewakers staan hier dus voor onze rationele, stoffelijke wereld. Alsof je de verrijzenis kunt voorkomen door het lichaam in het graf op te sluiten. Maar de vertegenwoordigers van het rationele en het materiële vallen als dood neer. En ze maken daarmee plaats voor wat het rationele en het materiële overstijgt. Ze maken daarmee plaats voor dat andere wat we diep van binnen al lang weten.

Maria van Magdala en de ‘andere’ Maria – ik denk dat wij die andere Maria zijn – dus Maria en de andere Maria rennen ontzet en opgetogen tegelijk terug naar de andere leerlingen. Onderweg komen ze Jezus tegen. Met de grootste vanzelfsprekendheid noemt Matteüs met geen woord dat ze wellicht verwonderd zouden zijn of geschrokken. Nee, diep van binnen is het namelijk geen verrassing meer. Diep van binnen weten we wel degelijk dat je kunt opstaan:

In het klein maken we dat soms mee: Hoe vaak mogen we niet meemaken dat de steen weggerold wordt. Als het je lukt om ondanks wat je aangedaan is toch weer je eigen waarde te hervinden. Als je merkt dat je na de dood van je dierbare toch weer tot leven komt. Als je vrede kunt sluiten met je ziekte. Als jullie ondanks of juist dankzij alle zorgen dichter bij elkaar komen. Als die steen van alles wat je bezwaart weggerold wordt en als er weer licht komt.

Allemaal kleine verrijzenissen. En Matteüs roept meteen: zie je wel, je weet het toch. Daarom kan Matteüs zo kort zijn, want die verrijzenissen gaan gewoon door, veel langer dan de drie uur van de Matteüs Passion en veel langer dan de hoofdstukken van Matteüs. De verrijzenis gaat door, een leven lang, en ook na je leven. Diep van binnen weet je het altijd al. Moge het dan ook zo zijn.

Ekkehard Muth, 16 april 2017

Dit bericht is geplaatst in Nieuws, Overwegingen. Bookmark de permalink.

Geef een reactie