Moedertaal en vaderland

Pinksteren afgebeeld door Giotto (Padua)Pinksteren 2017 Handelingen 2, 1-11

Je hebt een ‘vader-land’, maar je hebt een ‘moeder-taal’. De moeder-taal, dat is de taal die je al negen maanden lang gehoord hebt voordat je op de wereld komt en bewoner wordt van je vaderland. Amélie kan er zelf nog geen woord van spreken, maar de klanken van haar moedertaal zijn als een warme deken om haar heen. In je moedertaal voel je je thuis, en vaak genoeg is het ook een dialect met eigen woordjes en gezegdes waarin je de dingen nog net iets subtieler kunt zeggen dan in Algemeen Beschaafd Nederlands.

‘Hoe kan het toch dat we hen allemaal in onze eigen moedertaal horen?’ vragen de mensen zich in Jeruzalem af. En dan moet je je voorstellen dat Jeruzalem toen nog veel en veel multicultureler was dan we dat vandaag de dag in Nederland gewend zijn. Dus de kans dat je zomaar op straat je eigen moedertaal hoorde was niet al te groot. Maar opeens hoort iedereen toch zijn eigen moedertaal spreken, ‘Parten, Meden en Elamieten’, en het hele rijtje in onze lezing. En je zou eraan kunnen toevoegen: ‘Syriërs, Marokkanen, Turken, Duitsers, Iraniërs, Engelsen, Amerikanen, Fransen, enz.

Dat hele rijtje met landen en talen zet ons misschien op een verkeerd spoor, alsof de heilige geest jou opeens ingeeft om vloeiend vreemde talen te spreken. Zou het niet ook zo kunnen zijn dat al die mensen elkaar opeens verstonden in een zeg maar gezamenlijke moedertaal. In een gezamenlijke taal die je verstaat nog voordat het daaruit Nederlands wordt. In een taal die dieper ligt dan de woorden die je er later in het Spaans, Duits of in welke taal dan ook aan geeft.

Als je hier in de Boskapel op zondagochtend binnenkomt, dan hoor je achter de schermen uit de kapel de gezangen van de gereformeerden klinken, en tegelijkertijd hoor je het Boskapelkoor repeteren voor onze viering. Een muzikaal-babylonische spraakverwarring met schurende toonsoorten en hele andere manieren van zingen. En toch gebruiken allebei dezelfde toonladders en dezelfde muzikale harmonieën. Allebei gebruiken dezelfde muzikale oertaal.

Of toen ik in Genève was bij de Wereldraad van Kerken, toen werden de vieringen altijd afgesloten met het Onze Vader. En altijd nodigde de voorganger uit: ‘everybody in his own language’, iedereen in zijn of haar eigen taal. Vervolgens ontstond er een kakofonie aan talen, en we ontmoetten elkaar weer bij het ‘amen’. Vijftig, zestig talen door elkaar heen, en toch wist je dat je buurman en je buurvrouw dezelfde moedertaal spraken als jij. Allen, ze gaven er andere klanken aan.

Hoe zou het toch zijn als we weer meer onze gezamenlijke moedertaal zouden kunnen horen. Dat een formatie niet stukloopt op het vreemdelingenbeleid, maar dat vluchtelingen helpen net zo vanzelfsprekend is als het spreken van je moedertaal vanzelf spreekt. Dat er zoals bij een groot bedrijf in ons land niet een rechter aan te pas moet komen om uitspraak te doen; dat niet alleen het geld van de aandeelhouder telt. Maar dat er ook in de taal van bedrijfsvoering en werkgelegenheid gesproken mag worden. Hoe zou het toch zijn als we niet alleen de taal van het ‘dikke ik’, van ‘ik heb recht op’, en van ‘mijn winst’ zouden horen? En als we terug zouden keren naar onze gemeenschappelijke moedertaal van ‘samen’, van ‘compassie’ en van ‘er voor elkaar zijn’. Als we zouden horen: ‘jij bent waardevol, want in jou ontmoet ik God’, of ‘ook al is je leven voltooid, ik wil je niet missen’, of ‘ik mag dan je klanken niet begrijpen en ook je cultuur niet, maar toch horen we samen bij wat onszelf overstijgt’.

‘Hoe kan het toch dat we hen allemaal in onze eigen moedertaal horen?’ Ik denk dat zij die taal wel gehoord hebben. Om het maar heel deftig te zeggen: ze hebben de moedertaal van het koninkrijk van God gehoord, de taal van het visioen, de gemeenschappelijke moedertaal van ons net zo gemeenschappelijke vaderland waar God en mensen samenwonen. Dat we die taal mogen horen, dat we die taal mogen spreken. — En wie zou het ons dan kwalijk nemen als we er een beetje dronken van worden?

Ekkehard Muth, 4 juni 2017

Dit bericht is geplaatst in Nieuws, Overwegingen. Bookmark de permalink.

Geef een reactie