Mijn geliefde had een wijngaard

Matteüs 21, 33-43 27A2017

‘Mijn geliefde had een wijngaard, gelegen op vruchtbare grond.’ — zo begint onze lezing uit Jesaja. En met die paar woorden maakt Jesaja meteen alle beelden wakker van het paradijs en het koninkrijk van de hemel. Liefde, volle rijpe druiven, wijn, vruchtbaarheid, leven in volheid… wat voor beelden heb jij allemaal van het paradijs? Als jij je de hemel probeert voor te stellen, en als jij je probeert voor te stellen hoe de hemel al hier in dit leven zou kunnen beginnen. — Dat bedoelt Jesaja.

‘Mijn geliefde had een wijngaard’, vroeger was wijn nog echt een basisbehoefte, want het drinkwater was vaak te vervuild om te drinken, maar tegenwoordig denken we bij wijn aan luxe en aan het goede leven. En Jezus pakt precies die beelden weer op: ‘Er was een landheer, die een wijngaard aanlegde.’ — En hup, sloeg de fantasie van de toehoorders al op hol. Paradijs, hemel, koninkrijk van God, verlangen, dromen, vergezichten…

Maar dan. Op het eerste gezicht zou je kunnen denken dat het verhaal nu een heel negatieve wending neemt. De pachters willen geen vruchten afstaan. Het zijn een beetje taferelen als in Catalonië, eerst stuurt de landheer drie knechten. Die worden afgeranseld en eentje zelfs gedood. Vervolgens stuurt hij een grotere groep, maar die komen ook ontredderd en met lege handen terug. Uiteindelijk stuurt hij zijn eigen zoon, want, zo denkt hij: ‘Voor mijn zoon zullen ze toch ontzag hebben?’ Maar die wordt meteen gedood.

Als je een beetje thuis bent in de christelijke traditie, dan zie je daarin het lot van Jezus. Jezus lijkt hier al vooruit te kijken naar hoe het met hem zal aflopen. De zoon van God wordt gedood aan het kruis. Maar het is nog maar de vraag of Jezus hier al voorspellingen doet over zijn toekomst. Veel waarschijnlijker is dat Jezus het stukje uit Jesaja voor ogen had, wat we net gelezen hebben. Want ook daar loopt het slecht af. Israël, het uitverkoren volk, is halsstarrig en brengt geen vruchten.

Als je onze beide verhalen leest, dan zou je de indruk kunnen krijgen van een neerwaartse spiraal. God bedoelt het zo goed, maar de mensen zijn slecht. In plaats van ‘rechtsbetrachting’ doen zij aan ‘rechtsverkrachting’, zoals Jesaja het beschrijft. ‘Wanneer nu de eigenaar van de wijngaard komt’, vraagt Jezus, ‘wat moet hij dan met de wijnbouwers doen?’ — En ja, wat moet God nou doen?

Misschien is dát wel de belangrijkste vraag in onze lezing. Op het eerste gezicht lijkt het om de mensen, om de pachters te gaan, maar het gaat eigenlijk veelmeer om wat God doet. God blijft gewoon vasthouden aan zijn visioen. Hij blijft zijn droom gewoon volgen. Hij blijft maar gaan voor zijn vergezichten van mensen die eindelijk kunnen leven in vrede. Hij blijft zich laten meeslepen door zijn verlangen naar een wereld die beeld en gelijkenis is van de hemel. Geen prijs is hem daarvoor te hoog.

Als je mantelzorger bent, herken je dat waarschijnlijk. Hoe zwaar het ook wordt, je blijft maar doorgaan. Eigenlijk ga je eraan onderdoor, maar dat geef je niet toe, je gaat over je grenzen heen en je volbrengt wat je vroeger nooit voor mogelijk had gehouden. Of je leeft met het idee: als ik ooit dement word, of als ik ooit niet meer voor mijzelf kan zorgen, dan is het leven niet meer de moeite waard. Maar dan blijk je toch je grenzen te verleggen, dan blijk je toch het leven nog steeds waardevol genoeg te vinden, dan ga je toch maar door. Of je bent zo gekwetst en beschadigd aan lichaam en ziel dat het je moeite kost om te leven. Of je hebt zoveel tegenslag moeten verduren dat je het eigenlijk niet meer kunt dragen. Of je zit gevangen in patronen die jou het leven zuur maken, en je komt er niet meer uit. En toch blijf je maar doorgaan, net als de landheer in onze gelijkenis. Je blijft volhouden, net als God ook.

Het gaat hier niet om de mensen die het alsmaar verkwanselen. Het gaat hier niet om de boze wereld die alsmaar geen vruchten brengt. Daar konden ze in de tijd van Jezus al net zo goed over klagen als vandaag de dag. Nee, het gaat hier om de droom, om het visioen en de vergezichten van liefde, en zoete wijn; om een leven zo vol en rijp als de druiven, om een vruchtbaar leven vol voldoening en geluk. Het gaat hier om het verlangen van God, en het gaat om het verlangen van ons allemaal.

En dat we daarvoor gaan. Voor je man, je vrouw voor wie je de zorg op je genomen hebt. Voor het geluk van je kinderen voor wie je niets teveel is. Voor je kleinkinderen voor wie je alles zou geven. Voor het visioen dat je ondanks alle gebreken en tegen alle beschadigingen en tegenslagen in toch een gelukkig leven mag leiden.
‘Mijn geliefde had een wijngaard.’ ’Wanneer nu de eigenaar van de wijngaard komt, wat moet hij dan doen?’ De landheer, God blijft ervoor gaan: dat we in die wijngaard mogen leven als zijn geliefden.

Ekkehard Muth, 8 oktober 2017

Dit bericht is geplaatst in Nieuws, Overwegingen. Bookmark de permalink.

1 Response to Mijn geliefde had een wijngaard

  1. Josjara schreef:

    Prachtige moderne beschrijving /toelichting van Jezus en de Wijngaard,
    {en dat wijn ipv water gedronken werd wist ik ook niet (vw de vervuiling!}naar het heden toegehaald;
    Dat je voor elkaar, je geliefden en dierbaren moet gaan, je je dat voor kunt nemen uit vrije wil, en ook al is het een plicht, die plicht voelt dan minder zwaar….en dat het belangrijk is de liefde te voelen die dat terweeg brengt en deze liefde blijft* ook naar je *dierbare overledenen toe, ze is niet vergankelijk zoals het aardse, en *vice versa…

Geef een reactie