Kerstmis 2017

Kerst 2017

Weet je nog hoe het voor jou als kind was? Weet je nog dat toen de zeg maar ‘magische wereld’ net zo realistisch was als de tastbare wereld? Je leefde net zo goed in de betovering als je ook leefde in de harde werkelijkheid. Je geloofde in sinterklaas, je voerde hele gesprekken met je pop, samen met je knuffel beleefde je de meest fantastische avonturen, en met kerst ging je ‘kindje wiegen’. Dan kwam dat kindje weliswaar van een gewoon gezin drie straten verderop, dan waren je pop en je knuffel weliswaar van stof en plastic, en sinterklaas leek wel heel erg op de buurman — Maar ze brachten je wel naar die andere wereld waar het goed was, naar de wereld vol warmte en hartelijkheid. Waar er vanzelfsprekend van je gehouden werd en waar het ook voor jou vanzelfsprekend was dat alle mensen in liefde en vrede met elkaar konden leven. Weet je nog?

Ergens bij het groter worden laten we het magische dan los. Zoals we straks de kerstspullen weer opbergen, zo stoppen we ook de oerbeelden uit onze ziel weer weg. En dat wat ons overstijgt zetten we aan de straat zoals een afgedankte kerstboom. — Misschien is het daarom dat we met kerst zo uitgebreid stilstaan bij het kindje Jezus. Als kind sta je nog dicht bij je hart, waarin alles waarvoor Jezus staat gewoon mogelijk is. En misschien is het daarom dat we met kerst zo graag weer terug kruipen in onze eigen kindertijd, want naast de harde realiteit was toen het andere net zo waar: de warmte en de hartelijkheid, liefde en vrede voor alle mensen.

Misschien ben je ook letterlijk teruggegaan naar je kindertijd. Misschien ben je voor de kerstdagen thuis gekomen, ben je bij je ouders op bezoek. Of misschien ga je nog op eerste of tweede kerstdag naar je ouders en schoonouders. En andersom, misschien komen de kinderen bij jou, je bent er helemaal klaar voor, je verheugt je erop.

— Even ter zijde, lang niet in alle families gaat het zo. Misschien is er ruzie of een familiegeheim. Maar dat maakt ons verlangen er niet minder om. —

Dat het weer een beetje is zoals vroeger. Dan zitten jullie weer met z’n allen aan tafel, net als vroeger in het gezin toen jullie nog kinderen waren. Je moeder kookt dan jouw lievelingseten, hoewel het misschien al lang niet meer jouw lievelingseten is. En tussen je broers en zussen neem je in het gezin meteen weer je oude plek in. Dan ben je opeens weer het kleine zusje, terwijl je het onderhand misschien veel verder geschopt hebt dan je oudere broers en zussen. Of dan val je weer terug in je oude rol als oudste broer, terwijl de anderen jouw leiding al lang niet meer nodig hebben. Ergens voel je weliswaar dat het niet helemaal meer klopt, maar tegelijkertijd heeft het ook iets vertrouwds.

Je komt thuis. En ergens is het ook een thuiskomen in die andere wereld. Je kan dat ook noemen: de symbolische wereld, omdat we die wereld niet concreet kunnen aanwijzen, maar omdat we symbolen nodig hebben om er te komen. Je knuffel en het kerstkindje. De lichtjes in de kerstboom, en misschien ook het oude gekibbel met je broers en zussen. Het woord ‘symbool’ komt van het Griekse woord ‘symballoo’ — samenvoegen, samenvallen. Symbolen, dat zijn dingen en verhoudingen uit de tastbare wereld, maar zij brengen ons naar de andere wereld. Ze voegen de tastbare wereld en de andere wereld samen. Als kind kon je die beide werelden nog moeiteloos bij elkaar brengen. En dat is precies wat we met kerst vieren: God en mensen worden samengevoegd, hemel en aarde vallen samen. En misschien lukt jou dat in deze kerstnacht opnieuw.

Ons hele kerstevangelie is één en al een verhaal van samenvoegen: Maria en Josef moeten op reis, want het volk moet geteld worden. Ze moeten op weg vanwege de tastbare werkelijkheid, er moeten cijfers komen en feiten. Maar deze reis brengt hen wel naar Bethlehem. In de tastbare werkelijkheid is Bethlehem weliswaar een betekenisloos gehucht, maar geestelijk en spiritueel gezien is het de ‘stad van David’. De stad dus van die legendarische koning uit de zeg maar gouden eeuw van het oude Israël rond 1000 voor Christus. Gemeten aan zijn feitelijke daden kan je over de regeringstijd van David van alles zeggen, maar in het geloof komt het koninkrijk van David dicht in de buurt van het koninkrijk van God.

David is over ontelbare generaties heen een afstammeling van aartsvader Abraham, en Josef op zijn beurt stamt weer over generaties heen af van David. Dus, om een lang verhaal kort te maken: Jezus wordt geboren in de lijn die bij Abraham begint, en daarmee bij God zelf. En hij wordt geboren in de stad van David, en daarmee in de hoofdstad van het koninkrijk van God.

Buiten de hoofdstad van het koninkrijk van God, buiten op het veld vinden we de herders. Daar bij de laagste en eenvoudigste mensen op de sociale ladder verschijnt plotseling een Engel van de Allerhoogste. En daar buiten in de kou, in het donker staan zij opeens in het stralende licht. ‘Het volk dat in duisternis ronddoolt, ziet een schitterend licht’, heeft Jesaja al eeuwen geleden geschreven. En in plaats van stampende laarzen worden zij ineens omgeven door een heel ander leger, een hemels leger van engelen die niet in gelijke tred marcheren, maar die vrolijk zingen, dansen en musiceren.

Deze nacht is de nacht van samenvoegen. De stoffelijke wereld en de andere, symbolische wereld komen steeds dichter bij elkaar. De herders gaan meteen op weg, en zij vertellen wat zij van de engelen gehoord hebben: het kind ligt dan weliswaar in een voederbak in een stal in een onbeduidend gehucht, maar het is wel het kind voor wie het koninkrijk van God net zo realistisch is als de tastbare wereld vol feiten en cijfers. Hij is wel de redder, de messias, geboren in de hoofdstad van het koninkrijk van God.

Dat vertellen de herders allemaal. En dan komt in het kerstevangelie een wat rare zin. Opeens staat hier namelijk: ‘Maria bewaarde al deze woorden in haar hart en bleef erover nadenken.’ Maar in het origineel van het evangelie staat hier in het Grieks het woord: ‘symballoo’ — samenvoegen, samenvallen. In haar hart voegt Maria de stoffelijke wereld en de symbolische wereld samen. In haar hart vallen hemel en aarde samen.

Als je met kerst weer terug kruipt in je kindertijd, kruip dan ook terug naar het kind voor wie beide werelden gewoon bij elkaar horen. Waar God in jou geboren wordt, en waar God en jij, God en alle mensen zich samenvoegen.
En als straks het kerstdiner op is, als de kinderen weer naar huis zijn, of als je straks weer thuis komt van even weer zoals het vroeger was, blijf dan open zodat hemel en aarde weer vaker bij elkaar komen. En als je over een tijdje weer de kerstspullen opbergt, berg dan niet ook die andere wereld op; die wereld waar het goed is, warm en hartelijk. Waar er van jou gehouden wordt en waar jij mag liefhebben. De wereld waar álle mensen in liefde en vrede met elkaar kunnen leven.

Mogen we net als Maria hemel en aarde steeds weer samenvoegen.

Ekkerhard Muth, 24 december 2017

Dit bericht is geplaatst in Nieuws, Overwegingen. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *