Ik zal je maken tot een licht

Johannes 1, 29-34 / Jesaja 49, 3-6

Soms heb je helemaal niet door hoe belangrijk je voor anderen bent. Je leeft je leven, je worstelt met je dagelijkse beslommeringen, je bent druk met van alles en nog wat, maar je hebt eigenlijk geen idee of het wat uithaalt. Je bent dagelijks aan het werk, en ergens in je hart voel je nog iets van een richting die je met je leven wilt gaan, maar in de dagelijkse sleur verdwijnt het naar de achtergrond.

Totdat het je opeens vergaat net als Johannes: natuurlijk heeft hij een missie, maar er gaan weken en dagen voorbij zonder dat hij goed kan zeggen of hij er nou zoveel mee opschiet. De mensen blijven komen, dag in dag uit, en hij doopt ze met water. Totdat er weer de zoveelste dopeling voor hem staat. Maar opeens wordt het hem duidelijk. Altijd al heeft hij gezegd: “Na mij komt iemand die meer is dan ik” en “ook ik wist niet wie hij was”, maar opeens ziet hij op zijn dopeling de Geest neerdalen. Dat is hem dus. Daarvoor doe ik het allemaal. Daarvoor doop ik de mensen, zodat zij opengaan voor Hem.

Zo ben je elke dag bezig, ergens zie je ook het licht waar naartoe je onderweg wilt zijn, maar vaak genoeg raakt het ook weer uit zicht achter alle dagelijkse beslommeringen. Totdat iemand tegen jou zegt: dankjewel, dat je er voor me was, dat heeft mij ontzettend gesteund. Of totdat je beseft dat je kind dankzij je opvoeding goed terecht is gekomen. Of totdat je merkt dat de puzzelstukjes op hun plek vallen, misschien heel anders dan je van te voren had gedacht, maar toch. Of totdat er iets gebeurt, een goed gesprek, een onverwachtse wending. En opeens wordt het je duidelijk: daar doe ik het voor.

Je hebt zulke momenten nodig om het licht weer duidelijk te zien. Af en toe zo’n moment net als bijvoorbeeld de afscheidsspeech van Barack Obama. Acht jaar geleden is hij begonnen met ‘yes, we can’ — we kunnen het, en nu sloot hij af met ‘yes, we did’ — en we hebben het geflikt ook. Zo’n moment waar je beseft: dit was mijn inspiratie, en zo heeft het uitgewerkt; dit is waarvoor ik sta, en zo krijgt het zijn beslag in mijn leven.

Jesaja vertelt ons ook van zo’n moment. Of eigenlijk moet ik beter zeggen: onze lezing is er één van gelijk vier verhalen of eigenlijk gedichten waarin momenten beschreven worden van ‘daar doe ik het voor’. In de theologie worden dat de liederen of profetieën genoemd van de ‘dienaar van de Heer’. Het is alsof hier de dienaar van God zelf aan het woord is. Zo begint onze lezing met: “Hij heeft me gezegd: mijn dienaar ben jij.” En eindigt met: “Ik zal je maken tot een licht voor alle volken, opdat de redding die ik brengen zal tot aan de einden der aarde reikt.”

De kerk heeft die liederen van de dienaar van de Heer altijd op Jezus betrokken. Alsof je Jezus al in 700 vóór Christus hoort zingen. En misschien is dat ook zo. Maar veel belangrijker is dat Jesaja dat aan zijn mensen laat horen die in onderdrukking en ballingschap zitten. De Babylonische ballingschap, dat is de tijd waar grote delen van het volk Israël ontvoerd waren en in den vreemde te werk waren gesteld. Dat je dan in de vreemde te horen krijgt: “Ik zal je maken tot een licht.”

Maar de Babylonische ballingschap is ook een beeld geworden van de vele ballingschappen die we sindsdien ervaren. Bijvoorbeeld dat je het idee hebt dat dit land niet meer van jou is, dat er teveel vluchtelingen en asielzoekers binnenkomen. Of dat je denkt: die elite in Den Haag doet maar wat, maar ze hebben geen idee hoe het er in het gewone leven aan toe gaat. Dat de Engelsen van Europa af willen om terug te kunnen keren naar hun eigen land. Dat Trump een muur wil bouwen omdat hij bang is dat zijn land meer op Mexico gaat lijken dan op de Verenigde Staten. Maar ook dat je denkt: het gaat allemaal veel te snel, de tijden veranderen veel te veel, nog even en dit is mijn land niet meer. — Je voelt je als balling in een steeds vreemder land.

Maar ook in je eigen leven doe je er vaak zelf aan mee. Dan heb je het hartstikke druk in je baan, maar zie je je kinderen niet goed opgroeien. Of jullie zitten zo verstrikt in de dagelijkse routine dat je vergeet om tegen elkaar te zeggen: ik houd van je. — Allemaal ballingschappen die je verwijden van het licht.

Onze lezing uit Jesaja zou zo door Jezus uitgesproken kunnen worden, maar Jesaja heeft het opgeschreven om door mensen in ballingschap uitgesproken te worden. Dat je het je toe-eigent en dat je uitspreekt: ‘Hij heeft me gezegd: Ik zal je maken tot een licht.’ Dat je tegen jezelf zegt: ik zit niet gevangen in al die ballingschappen. Ik kan al die veranderingen wel aan. Ik zal telkens weer opnieuw mijn draai vinden. Ik sta stevig genoeg in mijn schoenen, want Hij heeft me tot een licht gemaakt.

Vaak genoeg raakt het licht uit zicht, maar gelukkig zijn er dan andere mensen die je daar weer op wijzen: daar doe je het voor. Yes, you can! Dat je net als Johannes opeens weer ziet: dit is Hem, daar doe ik het voor. ‘Hij heeft mij gezegd: Ik zal je maken tot een licht.’

Ekkehard Muth, 15 januari 2017

Dit bericht is geplaatst in Nieuws, Overwegingen. Bookmark de permalink.

Geef een reactie