Het licht in de wereld

Matteüs 5, 13-16 / Jesaja 58, 7-10

Jezus is aan zijn werkzame leven begonnen. En het is nu tijd dat hij laat zien waar hij voor staat. Wat zeg maar zijn ‘programma’ is. Hij heeft zijn leerlingen geroepen; afgelopen zondag hebben we de bergrede gehoord, zeg maar zijn inaugurele rede, waarin hij ons gelukkig prijst: “Gelukkig zijn jullie, zalig zijn jullie”. En in onze lezing vandaag is het alsof hij na zijn grote rede nog even de pers te woord staat, en zijn standpunten verder uitlegt en verdiept.

“Jullie zijn het zout van de aarde. Jullie zijn het licht in de wereld.” — Dat is heel wat anders dan wat we tegenwoordig te horen krijgen. Als de president van het machtigste land op aarde op eigen houtje decreten kan uitvaardigen, dan zegt hij als het ware: ‘ík ben het zout van de aarde’, ‘ík ben het licht in de wereld’. — Je hoeft maar willekeurig een geschiedenisboek open te slaan om te zien wat daarvan komt. De ouderen onder ons hebben het zelf aan den lijve ondervonden wat je ervan krijgt als er een leider opstaat die roept: ik ben het zout van de aarde.

De bijbelverhalen die we in de tijd na kerst lezen willen allemaal aantonen dat Jezus de messias is, de redder van de wereld. Maar Jezus zelf doet iets heel anders, hij zegt: “Júllie zijn het zout van de aarde,” en: “Júllie zijn het licht in de wereld.”

Maar oeps, hoe moet je dat dan doen? — Onze evangelist Matteüs schreef zijn evangelie voor vrome joden; mensen dus, die vertrouwd waren met de Heilige Schrift, die we tegenwoordig het Oude Testament noemen. En je kan ervan uitgaan dat in hen meteen de verzen uit onze eerste lezing van Jesaja opkwamen: Brood delen met de hongerigen, onderdak bieden aan armen en mensen zonder huis, de naakten kleden, je bekommeren om je medemensen. “Dan breekt je licht door als de dageraad, dan zal je licht in het donker schijnen, dan wordt je duisternis als het licht van het middaguur.”

Voor wie ben jij een licht? Voor wie ben jij het zout? Of andersom, wie brengt misschien licht in jou duisternis, wie brengt jouw leven weer een beetje op smaak?

Misschien heeft jouw leven aan smaak verloren, is het zoutloos geworden. Omdat je misschien je geliefde, de smaakmaker in je leven verloren hebt. Of misschien is het vlak geworden omdat je niets meer hebt om ervoor te gaan. Je bent opgebrand op je werk, uitgeblust door wat je allemaal niet meer aankunt. Verzeild in situaties waar je niet meer uitkomt. Je bent wellicht te oud of te ziek en van lieverlee vind je je leven dan maar voltooid.

Misschien is je leven donker geworden. Het licht is onder de korenmaat verdwenen. Je ziet geen oplossing meer, de toekomst ligt in het donker, je leeft van dag tot dag, maar ook de volgende dag zal geen licht kennen.

Maar dan is er toch weer iemand, die licht brengt. Een arm om je schouder. Mensen die in je blijven geloven, die misschien geen grote praatjes hebben, maar gewoon even een pannetje soep brengen of er gewoon zijn. En misschien ben jijzelf wel zo iemand. Iemand die licht kan zien ook al is het nog zo ingewikkeld. Til de korenmaat gewoon op en zet je het licht weer op een standaard. En misschien weet je de eenheidsworst van elke dag te doorbreken, ben je zout voor de ander en kan je het leven van de ander weer op smaak brengen.

“Júllie zijn het zout van de aarde” en “Júllie zijn het licht in de wereld”, zegt Jezus. De bijbel en de theologie beelden vaak Jezus af als licht van de wereld. Maar het wordt veel en veel lichter als iedereen licht brengt. En het wordt veel een veel smakelijker als iedereen zijn of haar snufje zout bijdraagt.

Dat is zeg maar het ‘programma’ van Jezus. Het is niet een programma ter meerdere eer en glorie van hemzelf. Niet hij, maar wij worden als een lichtende stad boven op een berg geplaatst. Het is een programma van jíj kan het, probeer het maar, durf maar; jíj bent het zout van de aarde, jíj bent het licht in de wereld.

Laat het dan ook niet over aan figuren die zichzelf op de borst kloppen. Zet je licht niet onder de korenmaat door weg te kijken als moskeeën bedreigd worden of muren gebouwd worden. Word niet zoutloos door bij populisten te denken: het zal zo’n vaart niet lopen, of: het kan eigenlijk niet, maar ergens hebben ze toch een punt. De grootste ellende, zowel in het groot, als ook in ons persoonlijk leven, komt wanneer we wegkijken, zoutloos worden en ons licht onder de korenmaat zetten.

Daarom vandaag dit heel andere programma. Het grootste geluk, de hemel op aarde, een wereld vol mensen die zalig zijn, waar God bij zijn mensen woont — dat bereik je door mensen die zout zijn en mensen die licht brengen. Die mensen, dat zijn wij. ‘Júllie zijn het zout van de aarde.’ ‘Júllie zijn het licht in de wereld.’

Ekkehard, Muth, 5 februari 2016

Dit bericht is geplaatst in Nieuws, Overwegingen. Bookmark de permalink.

Geef een reactie