Het eerste kaarsje

Marcus 13, 33-37
Vandaag steken we weer het eerste kaarsje aan. En dat doen we omdat we dat in ons leven ook zo vaak doen. Hoe vaak steek je niet weer een eerste kaarsje aan, en dan twee, drie, en vier, totdat er hopelijk weer licht in je leven komt? Na het overlijden van je dierbare, wanneer je opeens merkt dat er in je verdriet ook weer iets van levensmoed oplicht. Of als het na een ruzie lukt om stapje voor stapje weer vertrouwen op te bouwen. Misschien tors je een hele last mee uit het verleden, en toch merk je dat je sterk genoeg bent om het te dragen. Je bent wellicht vastgelopen in alsmaar weer dezelfde patronen, en toch zie je dat er ergens weer beweging in komt. Zo vaak begint er weer een klein lichtje te branden. Het kan zomaar gebeuren dat het de eerste zondag van de advent wordt in je leven.

Dat word je aan de ene kant geschonken, vaak weet je gewoon niet waar opeens het licht vandaan komt. Maar als je goed kijkt, dan komt het ook doordat jij er iets voor gedaan hebt. Je hebt je net iets anders opgesteld, je bent bewust door het diepe dal gegaan. En misschien moest je ook echt heel diep gaan, totdat je riep: ‘Scheurde u maar de hemel open om af te dalen.’ ‘Scheur toch de wolken weg en kom.’ En dan gaat het misschien niet altijd op zo’n dramatische manier, maar na verloop van tijd merk je dat er toch iets veranderd is, dat jij veranderd bent. Zo kan het licht wat je geschonken wordt pas echt oplichten.

Onze evangelielezing heeft het ook over zo’n verandering, en maar liefst in twee opzichten tegelijk: Aan de ene kant laat onze lezing zien dat de mensen toen in de verwachting leefden dat het einde der tijden dichtbij gekomen is. ‘Pas op, wees waakzaam, want jullie weten niet, wanneer de tijd zal komen.’ Dat was niet altijd zo. Marcus schrijft dat op, omdat toen ruim 100 jaar geleden, in het jaar 70 voor Christus, de tempel in Jeruzalem verwoest werd. Dat was een ingrijpende gebeurtenis, dat was een dreun die ook in zijn tijd nog steeds nadreunde. Het huis waar God woont was er niet meer. En dat heeft ook de manier van geloven ingrijpend veranderd. Het geloof was toen veranderd in een geloof dat rekening houdt met het feit dat het einde der tijden gekomen is. En de komst van Jezus past helemaal in dat plaatje. Binnenkort is het zover: dan gaat deze wereld ten onder en breekt de nieuwe wereld aan. Wees waakzaam, steek een kaarsje aan, nog even en alles zal stralen in het grote licht.

De andere verandering is dat we intussen 2000 jaar verder zijn. Het einde der tijden zoals ze dat toen verwachtten is niet gekomen. En daarom zijn we opnieuw veranderd en kijken we vandaag de dag weer heel anders tegen ons evangelie aan. Het waakzaam zijn uit het evangelie is veranderd. Het is niet meer alleen bereid zijn, niet meer alleen niet slapen en afwachten. Maar nu is het: oppassen en openstaan voor het licht; en het is vooral steeds weer zelf veranderen zodat het licht wat ons geschonken wordt ook echt kan oplichten. Augustinus had dat al in de vierde eeuw door, het alsmaar weer: trek steeds verder. Het is telkens weer opnieuw veranderen zodat het steeds weer de eerste zondag van de advent kan worden.

Zo’n verandering maken we vandaag de dag ook als geloofsgemeenschap mee. Het rijke roomsche leven is voorbij, geloven is een privé-zaak geworden, en de kerken spelen in het publieke leven geen enkele rol meer. Onze gemeenschappen worden kleiner, we worden met z’n allen steeds ouder, en het kost steeds meer moeite om het hoofd boven water te houden. Je zou willen verzuchten: ‘Scheurde u maar de hemel open om af te dalen.’ ’Scheur toch de wolken weg en kom.’

Maar zo gaat het bijna nooit. In je eigen leven niet, en in het leven van de kerk al helemaal niet. Het licht wordt ons geschonken, maar we moeten steeds weer op een nieuw manier waakzaam zijn. Zoals de christenen al 2000 jaar bezig zijn om alsmaar weer te veranderen, zo moet ook onze kerkgemeenschap veranderen. Hoe ziet ons waakzaam zijn er in de toekomst uit? Hoe kunnen we in deze tijd het beste open staan voor het licht?

Was wellicht ons kapeloverleg van afgelopen woensdag zo’n moment waar we weer een eerste kaarsje hebben aangestoken? We hebben in het kapeloverleg gesproken over hoe wij verder willen gaan. En misschien heb je daarbij gemerkt dat jij intussen weer een tikkeltje veranderd bent. Dat je je inmiddels wel kunt voorstellen wat je je vroeger niet kon voorstellen: Dat we het toch niet alleen kunnen en dat we met gelijkgestemden gemeenschapen binnen en buiten de kerk samen moeten optrekken. Dat we onze augustijnse traditie op een bredere manier moeten uitdragen. Dat we dat wat ons zo lief is aan de Boskapel, dat we bereid moeten zijn om het eigenlijk op te geven om het uiteindelijk te behouden. — Zo zijn wij gaandeweg weer een stapje verder gekomen op onze weg waarop ook onze manier van geloven geleidelijk verandert. We zijn ons weer opnieuw bewust geworden dat ook onze manier van kerkzijn aan het veranderen is.

Afgelopen woensdag is hier het eerste lichtje weer gaan branden. Eerst één, maar het zullen er gauw twee worden, dan drie, en vier, en wie weet wordt het opeens helemaal licht. Voor onze kerkgemeenschap, voor jezelf, voor alle mensen van goede wil.

Ekkehard Muth, 3 december 2017

Dit bericht is geplaatst in Nieuws, Overwegingen. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *