Ga je mee?

Mattheüs 4, 18-22 (‘Juist jij’ van Sytze de Vries)

“Zeg gewoon eens goedemorgen tegen een dakloze”, zo kopt een artikel over daklozen in het dagblad Trouw van afgelopen woensdag. Daarin vertelt een ex-dakloze: “Mensen op straat kijken naar je alsof je lepra hebt, lopen met een boog om je heen, willen zich voor je afsluiten. Doe dat niet. Je hoeft geen geld te geven, maar een beetje aandacht is al heel fijn. Dus als je de volgende keer door de stad loopt, misschien kun je dan gewoon eens ‘goede morgen’ zeggen.”

Daklozen, vluchtelingen, asielzoekers…. Ze kijken je aan met ogen die zeggen: “Ja ik weet het, ik ben onmogelijk….. maar ik ben ook geboren…. ik besta en moet verder. Kijk naar me…. red mijn ziel…. dood me niet…. ik ben een mens net als jij!”

En zo is ‘t: vanaf je geboorte heb je mensen nodig die met je meegaan. Eerst je ouders, dan komen er vriendjes, vriendinnetjes, collega’s en misschien wel een overweldigende liefde. Er komen mensen bij en er vallen soms mensen af. We trekken mensen aan, maar we laten hen ook weer los. Of andersom: mensen willen een tijdje met je optrekken en laten je dan weer in de steek.

Ouders die hun kind loslaten omdat ze volwassen genoeg zijn geworden, dat is een gezonde zaak. Twee jonge mensen die een paar jaar samenwonen en niet meer verder willen, dat is vaak een pijnlijke zaak. Ouders met een gehandicapt kind besluiten met pijn in het hart hun kind te laten opnemen in een verzorgingshuis, omdat ze het zelf niet meer aankunnen. Hoever kunnen we meegaan…… hoever durven we meegaan? Eerst kun je zielsveel van iemand houden, en later, als het zwaar weer wordt, als de storm opsteekt, durf je opeens niet meer verder.

“Ga met me mee, volg mij.” Die uitnodiging van Jezus wordt natuurlijk ook tot ons gezegd. Ook wij worden opgeroepen om mensenvissers te zijn. Soms doe je net of je niks hoort en kijk je de andere kant op. Niet zoveel zin om weer allerlei verhalen aan te horen of toestanden mee te maken. Meegaan? Nu even niet! Het lukt gewoon niet altijd om er te zijn voor je partner, je kind, die thuisloze, die zieke… ook al heb je het beloofd. De dagelijkse werkelijkheid is lastig.

Zo lukt het ook niet altijd om onvoorwaardelijk in God te geloven. Die vissers kozen wel heel snel, maar zijn later toch een paar keer flink door de mand gevallen.

Veel mensen houden tegenwoordig liever een slag om de arm als het over geloven gaat. God is zo ongrijpbaar, wat wil hij eigenlijk van ons? Wat kunnen we met Hem? Met Kerst vierden we dat Hij als een dakloze op de wereld kwam. Was Hij maar hoog in de hemel gebleven, als de sterke man die al jouw wensen vervult…. Maar zo is het niet gegaan. Hij is afgedaald en staat bij jou voor de deur. Hij kijkt je aan en vraagt of jij Hem wilt ontvangen. Hij kiest jou en wil met je mee. “Nou een stukje dan”, zeg je voorzichtig, “niet te ver”. “Kom dan gaan we samen mensen opvangen”. “Ja goed, even dan, ik heb niet zoveel tijd.”

Wie mag er met jou mee? Je hebt het niet altijd voor het zeggen. Soms komt er iemand in je leven, en daar ben jij voor! De verantwoordelijkheid naar een ander toeschuiven, voelt aan als laf. Soms ontwikkelen levensomstandigheden zich zo, dat van je gevraagd wordt om mee te buigen; je ouders zijn bijvoorbeeld hulpbehoevend geworden en zijn mede aangewezen op jou. Ga je dan mee, en wie gaat er met jou mee?

“Ik ga met je mee”, dat woord klinkt al sinds Mozes die gevraagd werd zijn volk te bevrijden uit Egypte. Eerst probeerde hij er nog onderuit te komen, maar dat goddelijk woord hield hem op de been, hoe moeilijk de weg ook was. “Ga door, ik ga met je mee.”

God gaat met ons de weg die niemand met ons durft te gaan. Hoe alleen je je ook voelt, God gaat mee, ongevraagd soms, onverwacht. Dat is de kracht die in ons geloof zit, en die ik vanaf mijn allereerste begin als pastor in de Wolfskuil heb gezien bij eenvoudige mensen die het uithielden bij hun verslaafde zoon of hun zieke partner. Hun geloof gaf hen steun.

Met zo’n geloof kun je ook je zorgen voor die ander leren relativeren. Ga maar gewoon op weg. Draag wat je dragen kunt, zorg voor hen die je zijn toevertrouwd. Niet jij bent de Messias, het hangt niet helemaal van jou af of iets lukt of mislukt. God is er ook nog: durf je ook wat aan Hem over te laten? Vertrouw je op zijn leiding? Dat is wat Jezus wakker roept bij de vissers: gaandeweg merken ze dat God met hen meegaat, dat ze nooit meer alleen zijn.
Dat vertrouwen wens ik u en mezelf toe!

Joost Koopmans osa , 22 januari 2017

Dit bericht is geplaatst in Nieuws, Overwegingen. Bookmark de permalink.

Geef een reactie