De schat in je hart

Lezing: Mt 13,44-46

Het is vakantie. En in de vakantie gaan mensen op zoek naar een schat. Letterlijk. Je ziet ze met een metaaldetector over het strand, of door een wei of een akker lopen. Op zoek naar een schat in een akker. Het is heerlijk om een schat te vinden. Of bijvoorbeeld een prijs te winnen in een loterij. Maar we voelen allemaal aan: als Jezus het Koninkrijk van de Hemel vergelijkt met een schat in een akker, bedoelt hij iets heel anders. Dat is geen verrassing, want we horen dit verhaal niet voor het eerst. Maar laten we er gewoon nog een keer bij stilstaan.

Gaat het om een schat die gewoon meer geld waard is dan alles wat je verkocht hebt? Dat is wel wat het verhaal in eerste instantie begrijpelijk maakt. Natuurlijk doe je dat. Je verkoopt alles wat je had om er meer voor terug te krijgen. Goede deal! Maar een goede deal, dat is nu juist moeilijk te rijmen met het Koninkrijk van de Hemel. Winst maken is toch niet wat Jezus vraagt? Nee, natuurlijk niet. Al is winst maken ook niet verkeerd. Maar als het niet gaat om financieel winst maken, waarover gaat het dan?

Gaat het dan over je best doen voor andere dingen? Sportieve prestaties, topsport, maar ook recreatiesport. Je grenzen verleggen, de Vierdaagse lopen bijvoorbeeld. Daar moet je ook veel voor opgeven. Topsporters wijden al hun tijd aan topsport. Vierdaagselopers beginnen maanden van tevoren te trainen. Of misschien doe je iets anders dat bijzonder is. Misschien kom je wel op tv met wat je kunt, wie je bent. Ergens goed in zijn, iets presteren, het is niet verkeerd. Maar we voelen zo ook wel aan: ook dat is niet het Koninkrijk van de Hemel

Tegenwoordig hoor je vaak: je moet je geld niet uitgeven aan dingen, maar aan beleving. Dat is dé manier om gelukkig te worden. Het verschil hoeft overigens niet zo groot te zijn. Aan dingen kun je ook wat beleven. Maar het is de bedoeling dat je moet investeren in een mooie reis, een mooi concert, een mooie voorstelling, een bezoek aan een tentoonstelling of zelfs gewoon uitgaan met familie, met vrienden. En je koopt, krijgt op die manier zeker mooie, misschien zelfs onuitwisbare herinneringen. Maar toch gaat het Koninkrijk van de Hemel eigenlijk over iets anders.

Wat is het Koninkrijk van de Hemel? De uitdrukking Koninkrijk van de Hemel vinden we alleen bij Matteüs. In de andere evangelies lezen we in plaats daarvan: het Koninkrijk van God. Het evangelie van Matteüs is zo gericht op de Joodse tradities, dat het woord God daarin vermeden wordt. Het Koninkrijk van de Hemel is dus het Koninkrijk van God. Om dat koninkrijk bidden we in het Onze Vader: Onze Vader, die in de hemel zijt, […] uw Rijk kome. En in het evangelie van Matteüs zijn we de schat ook al eerder tegengekomen. Vlak na het Onze Vader staat: Verzamel geen schatten op de aarde, maar in de hemel. Want waar uw schat is, daar is uw hart. Daar is de schat dus zelf verbonden met de hemel. Geen wonder dat Jezus het Koninkrijk van de Hemel kan vergelijken met een schat. Zo’n schat. Een schat in de hemel. Een schat voor je hart.

Misschien vinden we die schat wel met ons hart, in ons hart, als we op zoek gaan naar de hemel. Wat vinden we als we op zoek gaan met ons hart? Diep in ons, zegt Augustinus, ligt het beeld van God. Keer terug naar je hart, want daar bevindt zich het beeld van God. Diep in ons bevindt zich een schat, waar we vaak niet bij stilstaan. Waar we vaak niet bij kunnen.

Waarom niet? Waarom kunnen we niet bij die schat, Waarom vinden we hem niet? Misschien omdat we niet alles verkopen wat we hebben. We zijn met zoveel andere dingen bezig. Zoveel belangrijke dingen. Zoveel dingen die ons bezighouden. Zoveel dingen die ons afleiden van wat werkelijk belangrijk is. Van de schat in ons hart.

Maar zo mooi als het klinkt, dat beeld van God, die schat in je hart, waarom zou je die zoeken? Dat je er geen geld mee kunt verdienen, vooruit, maar wat heb je er dan wel aan? Wat je eraan hebt, is heel eenvoudig dit: dat je je herinnert dat in jou het beeld van God leeft. Dat je daarnaar leeft. Niet zozeer volgens bepaalde regels, al zijn er genoeg verstandige regels, maar in de wetenschap dat alles wat je doet openligt voor God. Dat is niet bedoeld als: God ziet alles wat je verkeerd doet en gaat je daarvoor straffen. Nee, zoals een kind speelt aan de voeten van zijn, haar ouders, zo leven wij voor God. En God is blij met al het mooie en goede wat wij doen. Laten we dat dan ook doen. Zo leven. Laten we ons niet vastklampen aan wat we hebben, wie we zijn, maar openstaan. Openstaan naar de dingen om ons heen. De wereld. De mensen. God.

Als we zo leven, in alle openheid naar de wereld, naar elkaar, voor God, dan komt het Koninkrijk van de Hemel dichterbij. Dan zijn we op weg naar de schat in de akker. Sta open voor elkaar. Gooi niet steeds jezelf tussen jou en de ander. Luister. Ontvang. Verkoop alles wat je bezit en koop díe schat.

Karel Peijnenborg

Dit bericht is geplaatst in Nieuws, Overwegingen. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *