De gelovige Tomas

xlibber – Chateau Kirwan

Johannes 20, 19-31

Als je feest gevierd hebt dan is het altijd moeilijk om de volgende dag weer over te gaan tot de orde van de dag. Het liefst wil je het gewone leven nog even erbuiten houden. Nog even dat gevoel koesteren van opgetild zijn voor dat je weer moet afdalen naar de dagelijkse beslommeringen.

Zo doen de leerlingen dat ook. Nadat ze gehoord hadden dat Jezus opgestaan was, hebben ze zich opgesloten. ‘Omdat ze bang waren voor de Joden’, staat hier, maar ze waren natuurlijk zelf ook Joden, dat is dus een beetje een zwakke opmerking. Ze waren eerder bang voor de oude gang van zaken, dat je als jood gelooft dat de messias nog komen zal, terwijl zij meegemaakt hebben dat Jezus de messias was. Maar een messias die gestorven is, is natuurlijk moeilijk te verkopen, laat staan dat je kunt aankomen met het verhaal dat hij uit de dood is opgestaan. — Hoe moet je dat toch vertellen? Hoe moet je dat toch inpassen in je gewone leven? Nee, dan liever de luiken en deuren nog maar even gesloten houden.

Na de paaswake en na de viering op eerste paasdag hebben we elkaar zalig Pasen toegewenst. En bij de mensen waar je weet dat zij het moeilijk hebben, heb je er nog de wens aan toegevoegd dat er ook echt iets van opstanding in hun leven moge gebeuren. Maar ook zonder dat het apart benoemd wordt heb je waarschijnlijk zelf ook zo je eigen dingen waaruit je zou willen verrijzen. Als hier toch eens een stukje verrijzenis werkelijkheid zou worden! — Dat de verrijzenis niet alleen iets is achter gesloten deuren of in mooie vieringen in de kerk, maar dat het toch ook daarbuiten moge gebeuren in je gewone leven.

De enige van de leerlingen, die naar buiten is gegaan, is Tomas. Zijn naam betekent ‘tweeling’, dat wil zeggen: hij is in beide werelden thuis, zowel achter gesloten luiken in de ruimte waar je opgetild wordt, als ook op straat in het gewone leven. Hij loopt dus al weer buiten. En hij is er dan ook niet bij wanneer Jezus opeens binnenkomt en aan de leerlingen verschijnt.

Toen de anderen hem vertellen wat ze meegemaakt hebben, zegt hij: ‘Alleen als ik zijn wonden van de spijkers in zijn handen zie en met mijn vingers kan voelen, en als ik mijn hand in zijn zij kan leggen, zal ik het geloven.’ — Tomas is daarom de geschiedenis ingegaan als de ‘ongelovige Tomas’, maar ik denk dat we hem daarmee geen recht doen. De ‘tweeling’ Tomas wil gewoon dat de opstanding in beide werelden doorwerkt. Niet alleen veilig in de kerk achter gesloten deuren, maar juist ook buiten op straat in je gewone leven van alledag.

Het is dus leuk en aardig dat jullie onderling weer een verschijning van Jezus hebben meegemaakt, maar hij moet ook buiten verschijnen. Zijn verrijzenis moet ook doorwerken als het feest voorbij is en als de paas-decoratie weer opgeruimd is. — Het lijkt erop alsof hij wil zeggen: eerst zien dan geloven, en wij vatten het dan op alsof hij dus niet gelooft. Maar hij verlangt er juist naar dat we het niet alleen achter gesloten luiken en in prachtige vieringen geloven, maar dat het ook zijn neerslag heeft in je gewone dagelijkse beslommeringen. Hij is dus niet ongelovig — Tomas, de ‘tweeling’, is veelmeer dubbel-gelovig.

Een paar bladzijden verder in de bijbel lezen we in Handelingen hoe de eerste christenen probeerden die vertaalslag te maken. En daarbij zie je ook weer de ‘tweeling’ terug. Enerzijds leven ze naar binnen gekeerd in een bijna kloosterachtige gemeenschap. Zonder eigen bezit, en in gemeenschap van goederen. Contemplatief wijden ze zich aan het gebed en breken ze het brood. En aan de andere kant gaan zij juist naar buiten. Ze doen veel goeds en ze weten de mensen te inspireren.

De verrijzenis moet doorwerken ook als het feest voorbij is. En dan is het maar de vraag of je er dan bent als je met je vingers de wonden kunt voelen en als je de hand in zijn zij kunt leggen. Je problemen lossen natuurlijk niet zomaar op, je zieke thuis wordt niet opeens gezond, je wonden aan lichaam en ziel verdwijnen niet zomaar. Je verrijst niet zomaar uit alles wat je naar beneden wil trekken.

Maar Jezus doet hier iets bijzonders. Het moet nog Pinksteren worden, maar hij blaast hen al de heilige geest in. — Ook al wil de opstanding in je alledaagse leven misschien niet stoffelijk en lichamelijk gebeuren, toch zal je leven als iemand die verrijst. Misschien verandert er in je dagelijkse leven helemaal niets, maar jíj verandert. Jij wordt een mens die opstaat. De verrijzenis wordt je ingeblazen. En dan zal het vaak genoeg zo zijn dat jouw opstanding opgesloten lijkt achter gesloten luiken en deuren, maar ze is er wel. Het is net als bij Tomas; zoals een tweeling nooit helemaal zonder de andere tweeling leeft, zo is ook de verrijzenis steeds bij jou in de buurt. Jij bent een mens die verrijst, misschien maar soms heel even, en vaak genoeg ook weer niet, maar dan toch weer een beetje, en ooit helemaal.

Ekkehard Muth, 23 april 2017

Dit bericht is geplaatst in Nieuws, Overwegingen. Bookmark de permalink.

Geef een reactie